Een samenvatting op video van mijn tocht naar Santiago de Compostella

De Video duurt ca 40 minuten.


Dag 42 en 43 / 09 en 10 mei 2018; dag Santiago en naar huis

En dan de afsluiting van mijn tocht naar Jacobus, via de Camino Frances. Vandaag (woensdag) uitgeslapen tot half negen en om ca. 9 uur de stad in. Eerst souveniers kopen voor mijn kleinkinderen. Nog wel een werk want wat koop je voor ze. Maar het is "bijna" gelukt en goed terecht gekomen. Het was nog wel even shoppen, veel winkeles gingen pas om 10 uur open. één voordeel, rond de kathedraal van Santiago zijn alleen maar souvenierswinkels, bars en restaurants. Maar eigenlijk heeft iedere souvenierwinkel hetzelfde. Na dit alles wilde ik gaan voor de afsluiting van mijn pelgrimstocht, de pelgrimsmis om 12 uur. Na de missen in Roncevalles, Burgos, Leon en Sarria, hoort dit bij

DE AFSLUITING van de tocht. Ik ben al rond 11 uur naar de kathedraal gegaan. Deze mis is iedere dag als het ware "uitverkocht", echt een volle kerk. Jammer dat de kerk nu gerestaureerd wordt maar ja dat hoort er ook bij. De buitenkant staat gedeeltelijk in de steigers, de hoofdingang is niet te gebruiken en boven het altaar stuk hangt ook een grote steiger. Een grappig gezicht is dat er tot vijf voor twaalf mensen op de steiger aan het werk zijn. Tijdens de mis zijn hun lampen uit en zijn ze weg.


Je ziet hierboven het beeld van de helige Jacobus wat ik omhelst heb. Dat doe je door achter het beeld te lopen, dat is de ultieme daad na je tocht. Onder het priesterkoor is het graf van Jacobus wat je ook kan bekijken. Om klokslag twaalf uur begon de pelgrimsmis. 8 voorgangers stonden rond het altaar, op hun kazuifels het kruis van de pelgrims en de voorganger nog twee jacobsschelpen. De mis begon met het inzingen met behulp van een prachtig zingende non. Zij betrok ook erg de kerkgangers erbij, zodat het regelmatig een echte samenzang werd. De pelgrims werden door de priester welkom geheten met de vernoeming van veel landen, waaronder Holland. Met de prachtige zang en alle rituelen rond een eucharistieviering ontvingen we weer de zegen. Het is ook gebruikelijk om tijdens de dienst op een bepaald moment elkaar vrede te wensen. Met allemaal pelgrims is dat toch weer anders, niet alleen handenschuddend maar ook omhelzend. Na de zegen werd ook de ceremonie opgevoerd met het wierrookvat. Dat hangt aan een groot touw in het midden van de kerk. Het wierrook wordt onstoken en 7 sterke mannen trekken het op en geven het een kleine zwaai. Maar door de trekkende beweging van de mannen, zwwait het vat van links naar rechts in de kerk tot bijna tegen het dak van de kerk aan. Een hele bijzonder gezicht en erg mooi. Hieronder zie je dat grote wierrookvat hangen. Het is ongeveer 1 meter hoog. Ik heb er een video opname van gemaakt.


Na deze ceremonie van eucharistie en wierrookvat was voor mij de reis afgesloten. Ik voel me een gelukkig en happy mens. Ben niet op zoek geweest naar mezelef maar het is zo iets speciaals dat dat vanzelf gaat, samen met andere pelgrims. In de kerk ontmoette ik nog Manfred een Duitser die ook gisteren was aangekomen na 799 km. Ik heb hem onderweg nauwelijks ontmoet slechts een paar keer.

Om ca. half twee heb ik Ellen geappt wat we verder zouden afsprken. Het lag altijd al in de lijn om bij hen te slapen komende nacht. Hans heeft mij even opgepikt en die stelde nog voor dat we vanavond met zijn tweeën naar Finisterre konden gaan, het meest westelijk puntje van Europa in de Atlantische oceaan. Van Ellen kreeg ik nog de opdracht even 6 eieren te kopen. Eeen echte supermarkt zit er niet in het hart van de oude stad, maar toch weer een leuk winkeltje gevonden. Alleen 12 eieren, ik wilde 6, ach mijnheer dan knippen we het dooosje toch doormidden.


Met Hans naar hun vakantievilla, daar met elkaar de restjes gegeten en toen zijn Hans en ik naar Finistere gegaan, een autoritje van slechts 90 minuten (Hans is gewoon "gek" maar vind autorijden helemaal niet erg) Een mooie tocht naar de kust, je rijdt een hele stuk langs een kustlijn. Een aantal pelgrims lopen ook door naar dit punt, zij vinden dat dan het 0,0 punt. Voor mij en vele anderen is dat Santiago, mijn boek geeft dat ook aan en doorlopen wordt in mijn boek min km. In Finistere verbranden de pelgrims huin kleding is het verhaal. Daar aangekomen zie je ook op de punt voor de vuurtoren allemaal brandplekken, en wij zagen twee duitsers hun sokken en caps verbranden. Er staat een bord dat je geen vuur mag maken????


En toen het wachten op het donker worden en het licht van de vuurtoren aangaat. Dat duurt daar erg lang omdat het pas tegen half elf echt donker is, eigenlijk hoort dit gebied in een andere tijdszone te liggen maar dat is voor het land Spanje wat onhandig. Maar we hebben het gezien en voor de pelgrims die doorlopen, speciaal voor hen 0,00 op het paaltje.


Het is voorbij, het zit erop, allemaal bedankt voor de leuke reacties of via dit blog of via app of anders, het waren er heel veel, via het blog wel meer dan 100. Bemoedigende en erg leuke reacties. Vanmorgen (donderdag) om half vijf, allemaal opstaan, en als sardientjes in de auto, met onze bagage naar het vliegveld, gelukkig maar 10 minuten rijden vanaf de vakantievilla. Adie was er natuurlijk nu ook bij, dus volle bak. Om 7 uur de vlucht en om half tien op Schiphol, waar we opgewacht werden door Peter, Marjoke en Lise en Nina. Lisa en Nina hadden mooie gekleurde Sint jacobsschelepne voor me gemaakt. Nu in 2 auto's naar Nieuwegein waar de zus van Adie, Mieke, ons op stond te wachten. Even later Jan en Jannie ook nog van de partij dus een leuke volle bak.

Van Adie ontving ik nog een prachtig aandenken, een beeld van Jacobus, naast mijn Compostella en schelp een blijvende herinnering.


En nu??? Even bijkomen, beetje aftrainen, misschien komende week de Nieuwegeinse avondvierdaagse lopen met 10 of 15 km per dag en dan?? Rome??Zuiderzeepad??? Ik laat het weten.

En natuurlijk Ellen en Hans, Super bedankt, 14 dagen vakantie, maar 8 dagen ziekenhuisbezoek en 2 dagen zorg, daarnaast nog het vele taxiwerk.

Dag 41/ 08-05-2018; van Pedrouzo naar Santiago de Compostella

Vanmorgen met op pad gaan een heel vreemd gevoel in me, het wordt de laatste dag van de Jacobsroute, de Camino Frances naar Santiago de Compostella. Best wel een beetje emotioneel op pad gegaan, mijn laatste slaapplaats voor Santiago achter mij latend.


Het weer was tijdens de wandeling minder dan de laatste dagen, geen zon maar voor mij uitstekend weer, je loopt weer veel door de eucalyptuswouden. Met vaak de zeer hoge bomen, ik heb gelezen dat ze wel 150 meter hoog kunnen worden.


Al redelijk snel was ik bij het vliegveld van Santiago waar ik gedeeltelijk omheen moet lopen, dit is dichtbij de vakantievilla van Ellen en Hans maar daar niet heengegaan, dat bleek wat ingewikkeld. Bij het vliegveld kreeg ik een taxi aangebodene. Mijn eer te na, ik heb iedere meter gelopen en ook de laatste. Ik heb deze geweldige taxi dan ook afgeslagen.


Dan verder naar Santiago, dat ik ken vanuit de auto naar het ziekenhuis, allemaal grote snelwegachtige wegen. Maar de tocht was totaal anders, over boerenwegen, door boerendorpjes en door bossen. Uiteindelijk ging de route toch over de berg “Monte do Gozo” waar ik deze week al even was geweest met Ellen, Hans en de kinderen. In mijn omschrijving stond dat ik hiervoor 600 meter moest omlopen, maar dat was niet zo, de route ging hier ook heen. Me dan toch even voor het monument als pelgrim op de foto gezet. Vanaf hier kun je Santiago al zoen liggen.


Verder langs het mislukte, ijzeren gordijn achting uitziend kampement voor honderden pelgrims wat voor niets is gebouwd. Geen pelgrim wil dat zover van de stad zitten. Het project wordt nu ook herontwikkeld. Tegen twaalven kwam ik bij het eerste bord Santiago de Compostella aan. Ik pakte mijn telefoon om dat vast te leggen en schieten er 4 duivels achter dat bord vandaan, Ellen, Hans en de kinderen. Ik had ze echt niet vooraf gezien.


En dan nog de stad helemaal in, het was met lopen niet druk met pelgrims, maar echt mooi was de weg er naar toe niet, dat viel een beetje tegen. Maar dan......ja dan kom je bij de kathedraal aan, waar de familie weer op me stond te wachten, en natuurlijk op de foto. Geweldig moment om daar aan te komen.


Besloten om eerst naar het pelgrimsbureau te gaan, om me daar te laten registreren en de “Compostela” in ontvangst te nemen. Dat is even geduld hebben, zeker 1,5 uur in de rij gestaan, ondanks dat het niet super druk. Daar heb ik de Compostella gekregen, doe in het Latijn is opgesteld, ook mijn voornaam. Tevens is er vastgelegd waar ik gestart ben en wanneer ik in Santiago ben aangekomen. Voor mij twee belangrijke documenten. Hieronder, en ik heb de foto’s niet kleiner gemaakt.

de compostella

Het certificaat


Inmiddels heb ik zoals het hoort in de kathedraal Jacobus omhelst ( ook voor jou, Tonnie) en naar het graf van Jacobus geweest. Ellen, Hans en de kinderen zijn meegeweest. Nog naar de pelgrimsmis om het compleet te maken.

Ook weer oude bekenden ontmoet, maar ook mensen die ik niet ken, die je feliciteren. Lekker geluncht met Ellen, Hans en de kinderen.

Morgen nog meer over de ervaringen van de rest van de dag.

Dag 40/ 07-05-2018; van Arzúa naar Pedrouzo

Weer een warme dag vandaag, om 13 uur is het al weer 25 graden. Het was weer een mooie route, veelal door de eucalyptus bossen. Hoe warmer het wordt hoe meer die bomen geuren. Soms zijn die bomen wel 30 meter kaarsrecht hoog. In het begin leek het wel de vierdaagse, maar die mensen loop je snel voorbij en loop je weer als vanouds met kleinere groepjes.


Het is mooi weer dus de boeren zijn direct aan het maaien, en hooien, eigenlijk is dat tegenwoordig het opkuilen van nat gras.


Ook onderweg kom je weer veel souveniers stalletjes tegen, vaak van eigen gemaakt spul. Deze man zit de hele dag wandelstokken te maken, er zitten erg mooie bij.


Ik kwam meerdere tegenliggers tegen, een ervan was een Australiër die ook in Saint Jean is gestart, nog door wilde lopen naar Finistère, maar uiteindelijk heeft besloten maar een stuk terug te lopen. Dat ga ik zeker niet doen, 800 km is even genoeg en mijn einddoel Santiago ga ik morgen halen, een heerlijk gevoel. Ook de boerin moet soms een stukje lopen en lijkt ook een pelgrim. Het zal noodzaak zijn voor haar, mooi gezicht. Schort voor, hoed op en twee stokken.


Religieuze zaken vandaag niet veel gezien, geen kerkjes, weinig kruizen, behalve gedenktekens voor pelgrims die de tocht niet overleeft hebben, blijf een vreemd gezicht. Maar dan kom je weer een bar tegen, op je bierflesje mag je iets schrijven en dan zet je het bierflesje op de omheining. Niets religieus aan, of de wens moet dat zijn, maar een grappig gezicht.


Het is jammer dat je geen geurfoto’s kan maken, onderweg ruikt het vaal zo lekker.


5 km voor Pedrouzo haalde Tjedde mij in, ik zat net wat water te drinken. Tot Pedrouzo hebben we weer samen gelopen. Verder geen bekenden meer gezien, vanaf de start vandaag. Even in het pension gedoucht, Hans komt mij zo halen, ik zit met de auto nu maar 10 minuten van hun vakantievilla af.

En dan nu het grote nieuws. Adie is vandaag ontslagen uit het ziekenhuis. Haar alvleesklier is nagenoeg weer goed. Verdere behandeling in Nederland zal nog wel nodig zijn, maar ze is er weer, weg uit dat warme ziekenhuis. Nu nog even bijkomen in de vakantievilla van Ellen en Hans, en gewoon 10 mei met ons naar huis. Haar vlucht is ook al geboekt. Twee toffe meiden hier bij elkaar.


Morgen ga ik voor mijn laatste etappe, Santiago de Compostella, “yes i did it” gevoel, de Camino Frances van Saint Jean Pied de port naar Santiago. Voor de pelgrimsmis om 12 uur zal ik er te laat zijn, het is nog 20 km, maar daar ga ik zeker de volgende dag heen.

Dag 39/ 06-05-2018; van Palas de Rei naar Arzúa

Weer een zonnige dag voor de boeg, de temperatuur loopt op naar 26 graden. In een naast gelegen café was het ontbijt waar ik om 8 uur met Tjedde had afgesproken. Zij maakt een artikel voor een Deens vrouwenblad en daar wilde ze nog met haar spiegelreflex camera wat foto’ s voor maken. We hebben tot Mélide, ca 15 km dan ook samen gelopen. Zij met de camera op haar borst. Was erg gezellig weer. Zij heeft van veel mensen de achterzak van de rugzak gefotografeerd, vaak zitten daar, voor die persoon bijzondere dingen op. Ook heb ik haar verschillende keren op de foto gezet. Hieronder is ze druk een grote mand aan het fotograferen. Die zien we wel vaker. Ik verwacht dat die ook zijn om mais in te drogen.


Vandaag ook weer veel pelgrims op de weg, die of één dag lopen, of de laatste 5 dagen, dat merk je direct. Vandaag kwam ik toch weer de Duitse groep tegen die ook vanaf het begin loopt en natuurlijk doet Tjedde dat ook. De route was erg mooi vandaag. Het lijkt of je veel langs een weg loopt maar dat was het totaal niet. Je loopt over prachtige paden tussen vaak de geurende eucalyptus bomen door. Die bomen zie je hier ontzettend veel. Onderstaand beeld laat ook zien hoe mooi het onderweg was.


Het is vandaag zondag, realiseer je je, maar in Mélide aangekomen, merkte je daar niets van. Alle winkels waren open, en door de stad slingerde een markt. Het was daar hartstikke druk, je moest je soms een weg tussen de mensen doorwurmen. Mélide is ook erg bekend om de inktvis, octopus oftewel Calamaris. Je wordt er bijna mee “dood” gegooid. Bij ieder restaurant vragen ze je het te proeven, ze staan het aan straat te bakken. Ik ben geen liefhebber hiervan omdat ik dit meestal erg taai vind. Maar iedereen gaf aan dat dit de plek was om het te eten. Eigenwijs toch niet gedaan


Na Mélide weer alleen verder, ongeveer 5 km naar Boente, waar ik om 13 uur Sebastiaan zou oppikken om mee verder te lopen. Sebastiaan is vandaag negen jaar geworden en dit is wat hij graag wilde, lang met opa meelopen. Op zijn rug een rugzakje en een schelp van Jacobus en een hoed op. Warm dat was het. Ik had in Mélide koekjes gekocht die heb ik eerst voor het feest in Boente, voor de grote fontein, uitgedeeld. En toen samen op pad, super leuk. Hij moest even weneen dat iedereen elkaar goedendag zegt op Spaanse wijze met “holà” en een buen Camino toewenst. Wat verlegen in het begin maar dat verbeterde wel. Hij ziet alles, een regenboog hagedis, kalfjes die net geboren zijn, volgt ieder waterstroompje, bekijkt alle vlinders, een echt natuur jong en zeer nieuwsgierig. Hij kreeg ook heel veel waardering van de pelgrims, het was ook een prachtig gezicht.


Ja en als je dorst hebt dan even rugzak af, water pakken en naast andere pelgrims even gaan zitten, geheel op eigen initiatief.


Zo hebben we samen ruim 6 km gelopen, onderweg werd hij nog door de Duitse pelgrimsploeg gefeliciteerd. Met Ellen en Hans had ik afgesproken vandaag het pelgrimsmenu te eten, maar dan in de middag. In Ribadiso hebben we elkaar ontmoet, onderweg in een dorpje van niets maar heel gezellig. Daar hebben we heerlijk gegeten en gedronken. Vandaag wat vroeg aan de wijn want ik moest nog een 3 km verder. Alleen Hans en ik hebben het pelgrimsmenu gegeten. Ellen nam calamaris, toch even geproefd, het klopt hier zijn ze niet taai en erg lekker. We hebben met elkaar geproost op Sebastiaan zijn verjaardag.


Daarna hebben Sebastiaan en ik de tocht van vandaag nog afgemaakt, nog 3 km, in de hitte, maar het ging geweldig. Nog onderweg wat koud water op zijn kop, en hij kon weer verder. In Arzúa stond de overige familie al te wachten om Sebastiaan weer mee te nemen. Sebastiaan 9 jaar en 9 km Camino gelopen, top.

Arzúa is geen mooi stadje, de hoofdweg loopt er dwars doorheen. Het stadje is wel bekend van de kaas die in deze regio wordt gemaakt. Vandaag bij Adie alleen bezoek van Ellen Hans en de kinderen. Adie loopt het hele ziekenhuis door (4e verdieping) haalt inmiddels zelf haar thee. Brood vind ze nog steeds niets, maar de warme maaltijden vindt ze lekker. Per dag krijgt ze hier 4 keer eten. Benieuwd wat de dokter zegt na het weekendreces. We blijven hopen dat ze op 10 mei mee naar huis kan.

Santiago is hier nog 40,2 km vandaan, het schiet op, nog maar 2 wandeldagen. Morgen naar Pedrouzo, de laatste halteplaats voor Santiago.


Dag 38/ 05-05-2018; van Portomarín naar Palas de Rei

Weer 25 km dichter naar Santiago vandaag. De dag begon met mist, waarschijnlijk door de ligging van het stuwmeer, want ben je iets verder dan heb je 100 % zon. Hans stond al voor half negen bij mijn hotel, en gaf ook aan dat hij met zon hier naar toe was gereden, en alleen hier mist is. Samen op pad vandaag, lijkt mij erg leuk. En dat was het ook. De eerste berg op, na Portomarín, kwam je al in de zon, terugkijkend naar Portomarín zag je de mistwolk hangen, een mooi gezicht.


Het weer is vandaag prachtig, jammer dat Hans nog niet ontbeten had maar daar heb ik hem mee geholpen, bacon, eieren en brood, weer genoeg energie om echt op pad te kunnen.


Weer veel mensen op pad die net met de Camino gestart zijn. Vanmorgen ook met het ontbijt vroeg een vrouw of ik ook, net als haar, de tweede dag loop??? Ik gaf haar aan dat ik denk dat dit de 28 ste dag was. Ik hoorde toen niet veel meer. Ook bij het ontbijt zag ik Manfred uit Duitsland die ik al vaker zag zitten, vaak alleen. Onderweg kwamen we hem tegen en stelde hij zich voor, hij woont in de Elzas. Leuk contact gehad tijdens de wandeling. de wandeling van vandaag was niet extreem moeilijk. Onderweg kom je steeds vreemde zaken tegen. Een man die de pijlen even duidelijk aan het schoonvegen is. Prachtig toch? Hij zal het wel vrijwillig doen.


Meestal zijn de kerkhoven naar binnen gericht, maar bij dit kerkhof was dat niet meer mogelijk en zijn de graven gewoon richting de weg gericht, erg vreemd als je hier langs loopt.


Iedere keer zie je een vreemd soort “huisjes” , je vraagt je af waar dat nu voor is, er staat vaak een kruis op. Hoe kom je daar nu achter? Onderweg kwamen we langs een vrouw die je zo een gratis knuffel wil geven, maar eens vragen waar die huisjes voor zijn. Het blijkt dat die huisjes “oreo” voor zijn. Die zijn om maïskolven te drogen, men hangst de kolven aan elkaar gerijpt in die huisjes. Ze kunnen niet nat worden en de wind blaast erdoor.



En als verrassing kwam Ellen ook nog met de kinderen aanrijden, een km of 7 voor het eind. Allebei enthousiast weer meewandelen, ook weer erg leuk en leuke reacties van pelgrims. Ze deden het beide erg goed.


De dag met Hans was erg leuk, hij zegt nergens last van te hebben. Ik verwacht dat hij binnenkort de hele Camino gaat lopen.


Na de wandeling weer even bij Adie geweest, ze ziet er beter uit. Samen even gaan lopen op de gang, bijgepraat en weer thee gehaald. Ze eet steeds beter wat erg belangrijk is.

Ellen en Hans weer bedankt voor jullie inzet, geweldig. Eigenlijk veel te veel. Ook iedereen weer bedankt voor de bemoedigende reacties. Zoals het er nu uitziet maak ik de Camino compleet af, nog 3 dagen. Morgen naar Arzua, Sebastiaan wordt morgen 9 jaar en hij geeft al lang aan dat hij dan een lang stuk met opa mee wil lopen. Dat gaan we morgen dus doen, de laatste 9 km.

Dag 37/ 04-05-2018; van Sarria naar Portomarín

Mooi weer vandaag, direct in de korte broek en al snel de jas uit, op naar Portomarín. gisteravond nog even naar een mooi klein kerkje geweest in Sarria, de “Capela de San lázoro” , deze kapel hoort bij het klooster maar staat geheel apart, de reden is dat deze te bezoeken was

door melaatsen of mensen met de pest, dit gescheiden van de kloosterkerk. Een mooi klein kapelletje waar Tjedde overdag even was geweest. Ze was erop gewezen dat hier om 19 uur een korte mis zou zijn. Samen zijn we daar even heen gegaan. In het kerkje zaten totaal 15 mensen, half vol want meer dan 30 kunnen er niet in. De priester kwam om net voor zevenen binnen, en direct op ons af. Waar komen jullie vandaan? en zijn jullie pelgrims?, Hollande en Danmark. De korte snelle mis begon en net voor het eind moesten Tjedde en ik naar voren komen, hij riep de pelgrims uit Holland en Denemarken. Wij naar voren om van hem speciaal nog de zegen te krijgen. Wij waren de enige pelgrims in de kerk.


Net uit Sarria, moest ik het spoorlijntje oversteken van mijn Railaway ervaring, een enkel spoor zonder bovenleiding. Als er een trein aankomt begint die al van ver te toeteren, met al die niet oplettende pelgrims.


In Sarria zijn veel pelgrims gestart om de laatste 115 km te lopen naar Santiago, dat kan je merken, het is veel drukker geworden, meer soeveniers winkeltjes en nog steeds heel veel mountainbikers. Als je nu iemand tegenkomt die ook in Saint Jean is gestart dan is het direct een high five, met “we did it”. Dat had ik vandaag weer met een Italiaanse vrouw. Het was vandaag een mooie route, niet echt heel moeilijk. Soms weet je niet of je nu op een pad of in een beek loopt, het is dan een combi.



Onderweg kom je ook weer van die leuke plakjes tegen van de plaatselijke bevolking met van alles te eten, je bepaalt zelf weer wat je doneert. Best lekkere dingen, zelf gebakken cake, koek of andere lekkernijen. Bij de eerste stond de vrouw alles zelf te begeleiden. Ze maakte eventueel broodjes met kaas of jam.


En dan toch vandaag een echte mijlpaal, de 100 km grens. 700 km achter de rug en nog maar 100 km. Ik heb dit voor de Italiaanse vrouw vastgelegd, en zij voor mij. Santiago lijkt nu om de hoek.


Ook zie je nogal wat zaken vanuit de streek. Ik had nooit begrepen waarom Obelix altijd met de “menhirs” sjouwde, maar nu weet ik het. Je gebruikt hier geen houten afrateringspalen maar menhirs. Wat je ook overal ziet is een soort koolplant, op de foto lijken het wel bomen maar ze zijn vaak ca 80 cm hoog. Het is wilde kool, die vooral bij de kust van Spanje groeit. Je ziet dat men iedere dag daar bladeren van plukt. In deze tijd bloeit de plant ook, maar de bloemen worden weggeknipt. Ik heb horen zeggen dat dit hier veel gegeten wordt, maar ik heb het nog nimmer om mijn bord gehad.



Uiteindelijk kom je natuurlijk in de buurt van Portomarín. Het huidige stadje is van 1960. In die tijd is de rivier de “Rio Miño” omgebouwd met een stuw naar een stuwmeer. Het oude dorp verdween in het water. Alllen de kerken San Pedro en San Nicolas, werden steen voor steen afgebroken en op de nieuw plaats weer opgebouwd. Ook de brug die over de rivier ging is opnieuw opgebouwd. Als wandelaar kom je over het stuwmeer aanlopen en kom je voor die oude brug uit die nu op een rotonde staat. Als pelgrim is die brug de toegang tot de huidige stad. Vroeger liepen ook alle pelgrims hier de trap op om over de brug heen te lopen. Ook nog even een foto gemaakt van boven op die brug kijkend naar de brug over het stuwmeer.


Om bij het stuwmeer te komen was even klauteren naar beneden vanaf een rotspad.


Met Adie lijkt het wat de betere kant op te gaan, uit het onderzoek vandaag is definitief gebleken dat de doorgang van gal naar alvleesklier niet verstopt is met een galsteen. De alvleesklier is wel erg ontstoken. De beste genezing is weer goed te drinken en eten, zodat alles weer in beweging komt. Adie zet zich, met de grote hulp van Ellen, daar ontzettend voor in. Ze is vandaag van het infuus af en daardoor ook mobieler. Adie en wij hopen nog steeds dat zij 10 mei met ons mee terug kan. De arts geeft aan dat hij daaraan mee wil en kan werken maar geeft nog geen 100 % garantie.

Vanavond nog even mijn Duitse vrienden ontmoet, André, Tanja en Barbara, die liepen wat achter mij maar we zijn nu weer gelijk. Morgen weer verder op pad, als alles goed gaat, samen met Hans naar Pallas de Rei, ongeveer een 22 km weer verder naar Santiago en Jacobus.



Dag 36/ 03-05-2018; dag Adie met Ellen en Hans


Ten eerste wil ik iedereen bedanken voor de reacties, en moed insprekende woorden voor het herstel van Adie. Erg fijn om dat allemaal te lezen, ik heb ze Adie vandaag even allemaal voorgelezen.

Vandaag een ander soort rustdag dan oorspronkelijk de bedoeling was. Zoals ik aangaf gisteren, heb ik de nacht doorgebracht in de vakantievilla van Ellen en Hans in de buurt van Santiago. Vanmorgen eerst een goed ontbijt met eieren en bacon, door Hans verzorgt. Na het ontbijt zijn Ellen en ik naar het ziekenhuis gegaan. Adie heeft vandaag onderzoek gehad met ultrasone golven om haar gal en de alvleesklier te bekijken. We hebben uitgebreid twee dokteren gesproken. De “echte” dokter gaf aan dat hij geen steen zag in haar altvleeskliertoegang maar wel een forse ontsteking van die klier. Om uit te sluiten dat er een steen zit wordt morgen nog een onderzoek inwendig met een cameraatjes gedaan. Als blijkt dat morgen met het onderzoek het zelfde beeld geeft, dan is het blijven werken aan het laten overgaan van de ontsteking. Wij en de arts hopen nog steeds dat zij mee kan naar huis met onze vlucht op 10 mei.

Tegen het eind van ons bezoek is Hans ook met de kinderen gekomen en zijn we niet lang daarna weer op pad gegaan. We zijn naar de Monte de Gozo met elkaar geweest. Op die berg staan 2 monumenten en in de verte zie je Santiago liggen. Even lekker met elkaar gelopen en een mooie foto door iemand laten maken. We zwaaien naar Santiago, bij dit monument hebben Adie, ik en Peter en Ellen ook ooit gestaan (ik ben nu niet in de stad geweest).


Tegenwoordig saat er ook een ander monument in de buurt. Dat is er gezet toen paus johannnes Paulus daar is geweest in 1994. Persoonlijk vind ik de beelden mooier dan dit monument.


Na dit uitstapje zijn we weer naar de vakantievilla gegaan. Ik mocht daar tosti’s maken voor iedereen, in de koekenpan, met ham en kaas. Inmiddels wordt ook het weer weer veel mooier en schieten de kinderen naar buiten. Het water van het zwembad is nog te koud maar dat komt nog goed. Hans heeft mij “even” naar Sarria gebracht om morgen weer verder te lopen op de Camino, op weg naar het graf van Jacobus. Om een uur of vijf was ik weer in Sarra. Vanavond heb ik afgesproken met Tjedde uit Denemarken, zij en andere pelgrims leven ontzettend mee, dat is ook erg fijn. Ik hoop de Camino weer op te kunnen pakken. Morgen loop ik naar Portomarín, en hopen op goede berichten over Adie.

Zaterdag gaat Hans een dag met mij meelopen, het wordt de komende dagen ook hier goed weer. Zaterdag hoop ik ook Adie weer te zien. Iedere dag kom ik zo’n 25 km dichter bij Santiago.

Dag 35/ 02-05-2018; van Triacastella naar Sarria

Gisteren naar het ziekenhuis in Santiago geweest. Om ongeveer 22:15 was ik weer terug in Triacastela. Vandaag loop ik de laatste etappe van de serie van León naar Sarria. In Sarria heb ik een rustdag. Het weer is vandaag totaal anders dan gisteren, bewolkt en af en toe wat miezerregen. Ik kon kiezen tussen twee routes, ik heb vandaag gekozen voor de iets kortere route, dwars over de heuvels heen, door de mooie natuur. Geen wegen alleen maar smalle paden en de mooie natuur van Galicië. desondanks is het wel anders lopen omdat mijn gedachten ook veel bij Adie zijn, en ook vooral bij Ellen en Hans. Ik heb vandaag ook overwogen om de Camino te stoppen, mar daar kwam veel weerstand op.

Hieronder een foto van de vele superkleine boerendorpjes waar je doorheen loopt. Vaak veel vervallen huisjes, en rommel, en het echte boerenleven.

Bekende pelgrims heb ik vandaag onderweg niet gezien, behoudens bij het ontbijt vanmorgen, Tjedde uit Denemarken. Gisteren toen we naar triacastela reden gaf ook Hans aan dat de natuur hier zo mooi is. Het lijkt net of je heidevelden ziet bloeien, grote paarse vlakten. Daarnaast zie je heel veel gele brem bloeien. Echt een prachtig gezicht. Vandaag heb ik een stuk van die ”heide” op de foto gezet.


Ik dacht vandaag een redelijk vlakke etappe te lopen, maar dat was toch anders, ook de heuvels gaan op en neer, dus het klimmen gaat door en soms over lange stukken. Maar gelukkig kom je nog steeds van die mensen tegen die weten dat een korte rust even lekker is, weer van alles op tafel, bankstel, heel, heel veel rotzooi, maar gezellig.


Tegen twaalf zag ik Sarria al liggen, mooi op tijd gezien de verdere plannen van de dag. Hier loopt het pad langs een landweggetje maar dat kwam niet vaak voor. Af en toe moest je gewoon hoog over de zijkant over steen lopen omdat het beekje gewoon over de weg stoomde over een lengte van 20 meter.















In Sarria aangekomen kwam ik direct langs de toerist officina. Ik naar binnen, in een klein huisje en daar zaten weer 8 mensen aan tafeltjes om startende pelgrims te registreren. Sarria is de plaats waar je officieel mag starten om de laatste 115 km te lopen. Voor mij geen start maar even een leuk praatje over de tocht. In Sarria niet veel bekeken, is ook niet een echt mooi stadje. Ik heb maar een foto gemaakt van een infobord. De reden is dat ik weer naar Adie in Santiago ga. Ik ben met de trein van Sarria naar Ourense gegaan, een railaway ervaring van ruim een uur, langs afgronden, door veel tunnels en langs een rivier. Op het station van Ourense ben ik opgehaald door Hans. Vandaar naar de vakantievilla van Ellen en Hans. Lekker gegeten en toen een tweede auto gaan huren, zodat hans en Ellen ook mobieler zijn als een van de twee de auto meeheeft. Ellen en ik zijn toen nog naar het ziekenhuis gegaan. Adie ligt zoals het er nu uitziet zeker tot 9 mei in het ziekenhuis. Ze is nog erg moe, en eet weinig, eigenlijk veel te weinig. We hopen dat die steen tussen haar gal en alvleesklier snel weg is. Vannacht bij Hans en Ellen slapen, morgen weer naar Adie, morgenmiddag weer naar Sarria. Het ligt in de planning dat Hans zaterdag een dag met mij mee gaat lopen. Hieronder nog de highlights van Sarria.







Dag 34/ 01-05-2018; van O Cebreiro naar Triacastela

Het weer wordt weer goed vandaag, je kan je niet voorstellen dat als je met sneeuw eindigt, de dag ervoor, de volgende dag de lucht blauw is en er volop zon. Het is wel zo dat de temperatuur min 1 is. Maar omdat er geen wind was voelde het zeker niet koud aan. Onderweg in het begin langs de route nog wel lang sneeuw. Uiteindelijk heb ik later op de dag zelfs mijn jas uitgedaan. Het was wel een mooi gezicht zo boven de verderop liggende wolken te lopen.


Vandaag is een dag met afdalingen, maar in het begin viel dat nog even tegen, uiteindelijk moet je de Alto de San Roque en de Alto do Pollo nog over, twee bergen met een paar stevige klimmetjes. Op de Alto do Pollo stond weer een mooi monument. En je ziet de helblauwe lucht.


Af en toe moeder met de koeien passeren, even wachten tot ze voorbij zijn.

Hele mooie uitzichten, dat zeker. Na deze twee bergen was het dalen, dat ging erg goed, de paden waren goed te belopen. Vandaag wordt ook een speciale dag. Mijn kleindochter Susanne wil een stuk met mij meelopen. De reden dat ik hen eerder zie is niet geweldig. Gisteren had ik in de kerk een kaars aangestoken. Die kaars was voor Adie. Die heeft haar reis moeten afbreken in Santiago, omdat ze hevige krampen kreeg. In het zieken huis blijkt dat zij last van haar gal heeft en de alvleesklier ontstoken is. Zij kon onmogelijk verder. Zij is opgenomen in het ziekenhuis, voor minimaal 4 dagen. De busreis is doorgegaan. Door de geweldige inzet van Ellen en Hans wordt dat hier goed opgevangen. Ik heb vandaag ook Adie kunnen bezoeken vanuit Triacastella. Wat gecombineerd met de ontmoeting met elkaar en de wandeling met Susanne. Was erg leuk.


Na de douche, dan op met Hans en Ellen naar het ziekenhuis in Santiago. Een rit van twee uur. Hans wil mij vanavond ook nog “even” terugbrengen, topvent. Morgen gewoon toch weer verder, Adie voelde zich wel beter maar is uitgeput. Morgen horen we hopen we meer over het vervolg. Ik ga morgen lopen naar Saria, waar ik twee nachten verblijf. De voorbode voor de laatste 5 etappes. Het blog is iets simpeler dan meestal, maar de reden mag duidelijk zijn.



Dag 33/ 30-04-2018; van Villafranca del Bierzo naar

O Cebreiro

Vandaag weer de berg op, naar 1306 meter, in een tocht van ca. 30 km. De eerste 20 km waar goed te doen, wel omhoog maar vaak langs de asfaltweg, af en toe door dorpjes, en later een smalle asfaltweg tot Faba. Daarna 10 km echt klimwerk over smalle rotsachtige paden omhoog, ruim 600 meter omhoog over die 10 km. Het weer was een miezerige regen, af en toe zon, met als slot sneeuw.


Hierboven een zicht op Villafranca del Bierzo, met zicht op het kasteel. Je ziet dat je al snel hoger loopt.

Onderweg zie je nu veel dagjesmensen, hele gezinnen die afgezet worden, veel kinderen, ik verwacht dat die vandaag ook vrij zijn omdat het morgen 1 mei is, een vrije dag in Spanje. Op zich heb je als pelgrim daar niet veel last van, ze lopen langzamer en laat je al snel achter je. De “echte” pelgrims haal je er zo uit. Vandaag dus het eerste stuk op een afgeschermd stuk naast de weg. Door dit gebied zie je hoog een snelweg lopen, ook dat zie je alleen de eerste 20 km. Daarna weer rotsen en stenen.


Vorig jaar is hier een behoorlijke bosbrand geweest. Pelgrims mochten hier toen ook niet verder. De sporen van die brand zijn nog goed zichtbaar. Het gaat om een groot gebied.


Vandaag weinig rust genomen ik wilde door vandaag, op naar de top. Uiteindelijk loop je in de laatste 10 km een nieuwe en de laatste autonome gemeenschap “Galicië” in en verlaten we “León Castilla”. Een gemeenschap van Ca. 3 miljoen inwoners, met als hoofdstad Santiago de Compostella. Nergens anders in Spanje is zoveel voorchristelijk gedachtengoed bewaard gebleven. Bijvoorbeeld hunebedden uit 4000 to 2000 jaar voor Christus, symbolen uit de Bronstijd, 1800 voor christus. Uiteindelijk hebben de Kelten (700 jaar voor Christus) hun diepste sporen achter gelaten. Bijvoorbeeld een eigen taal die meer verwant is aan het Portugees, en het is een van de armste gebieden van Spanje. De Sint Jacobsroute is ook zeer belangrijk voor de gemeenschap. Men heeft miljoenen euro’s in de route gestoken. De natuur is hier ook heel bijzonder. Op de rechter foto, kan je het niet goed lezen, maar vanaf de grens van Galicië is het nog 160,948 km naar Santiago.


Na even flink doorklimmen eindelijk aangekomen in O Cebreiro. In de verte op de bergen zag je sneeuw liggen, ook onderweg steeds meer sneeuwplakken. Maar aangekomen bij O Cebreiro, begon het direct eerst te hagelen en toen te sneeuwen. Bij het bronzen monument kwam ik een grote groep Russen tegen waaronder de twee voor mij bekende Russen. Ik moest weer met ze op de foto en werd aan iedereen voorgesteld. Wat dit monument daar voorstelde is mij niet duidelijk. Maar eerst moest ik in de blubber langs de boer met 3 koeien, een paard en 3 honden.



Dan O Cebreiro in, groot nieuws voor de Spaanse televisie, sneeuw op 30 april, schijnt toch bijzonder te zijn.


O Cebreiro is een van de oudste halte plaatsen van de Camino, al bekend vanaf het jaar 900. Het is een superklein dorpje, met kerk, even direct de kerk in want het sneeuwde hevig, twee mooie stempels voor mijn paspoort gescoord, en een kaars aangestoken voor iemand die ziek is en ik goed ken, bij Maria, ik hoop dat het helpt.


Naar buiten maar nog steeds sneeuw. In de bui op zoek gegaan naar mijn slaapplek, deur op slot niemand te bekennen. Uiteindelijk via vragen de herbergerin gevonden, zeer chaotisch had mijn naam niet, maar het kwam allemaal weer goed. Hieronder vanuit de kerk het dorpje ingekeken.


Morgen naar Triacastella, de naam zegt het al, er zijn 3 kastelen.ongeveer 21 km op en neer maar geen lange beklimming meer. Wel weer terug naar ca. 600 meter.

Dag 32/ 29-04-2018; van Ponferrada naar Villafranca del Bierzo

De weersverwachting gaf weer regen aan voor vandaag. Maar op een klein buitje na, tegen het eind is het droog geweest met zelfs af en toe wat zon. De etappe van vandaag is zonder spectaculair klim- of daalwerk. Mooi voor na de dag van gisteren. Later kwam ik in Ponferrada erachter dat het gisteren zaterdag was, en de avond de uitgaansavond is van de Spanjaarden. Het is tot diep in de nacht gehorig gebleven op het plein voor mijn slaapplek. Desondanks wel goed uitgerust. Toch was ik blij vandaag al om 2 uur in Villafranca del Bierzo te zijn, 3 uur eerder dan gisteren. Je hebt dan meer tijd voor herstel en dat heb ik echt wel nodig. Niet veel gezien van Ponferrada daarom nog maar even achterom gekeken bij het verlaten van de stad. Een blik op het stadje met het kasteel.

vandaag onderweg eens opgelet wat voor een bijzondere of eigenaardige zaken je ziet.





Maar een kleine greep, maar alles heeft met de Camino te maken, van links naar rechts naar onderen; een hek van een woning met het beeld van Jacobus, bij een wijn bodega een mooi kunstwerk, op de kop van een kapelletje de pelgrim, in een dorpje onder een pergola een pelgrim en graffiti op een schuurtje met een begroeting aan mij, waarbij Chris nu goed geschreven. En zo zie je er heel veel. Wat je ook ziet zijn oude werktuigen of ambachten, een voorbeeld is de wijnpers.



In Cacabelos wilde ik koffie drinken, gedaan, maar even verder een kapelletje ingericht als museum met een man achter de tafel met stempel voor mijn pelgrimspaspoort.



Het museumpje volgestouwd met attributen uit kerken.






En wat ook heel mooi was, was het bakkerijtje dat open was. Een wachtruimte voor klanten van 2 m2, de dame die verkocht had een ruimte van 1 m2, en daarachter de broodoven, gestookt op hout, ja het bestaat echt nog en er werd doorlopend verkocht. Ik natuurlijk ook in de rij gaan staan voor een broodje, alleen al om een foto van de oven te kunnen maken, prachtig. Ja, dat is wat je allemaal lopend ziet en meemaakt.


De Camino mag je je op drie verschillende manieren voortbewegen, te voet, per fiets en te paard. Ga je bijvoorbeeld per auto, bus of trein dan ben je geen pelgrim staat er in de regelementen. Sinds de laatste dagen komen ineens de fietsers meer in beeld, allemaal mountain bikers. Ik ben er van overtuigd dat het vaak dagjesmensen zijn. Vandaag is een groep van wel 50 fietsers me twee keer gepasseerd. Daarnaast zag je iedere keer een wagen met een grote fietsaanhanger rijden. Voor mij als wandelaar is dat erg vervelend, ze scheuren je met een vaart voorbij, allemaal roepen ze “buen Camino”. Het is echt gevaarlijk. Vandaag heb ik ook voor het eerst twee pelgrims op paard gezien, heb ze even gesproken, het zijn Brazilianen. Daar heb ik geen hinder van. Ziet er ook erg mooi uit. Ik vraag me wel af hoeveel ze van de Camino lopen.



Wat je ook weer veel ziet is druiven voor de wijnbouw, dat levert soms ook mooie plaatjes op, en zowaar inmiddels is de natuur groen en lopen ook de druivenstruiken uit.


Vandaag nog weinig over het pelgrimmmeren geschreven. Gisteren ben ik doorgelopen naar Ponferrada, de voor mij bekenden zijn achter mij. Toch best weer veel mensen gesproken, 3 Duitse vrouwen die telkens maar een stuk lopen, zelfs nu gaan ze niet door naar Santiago. De twee Russen van gisteren kwam ik onderweg weer tegen, handenschuddend en hoe gaat het? Aangekomen in Villafranca del Bierzo ging ik even op pad voor een lunch, stap ik een bar in en daar zitten Wim en Henriette uit Helmond. Van hen had ik afscheid genomen omdat ik ze niet meer zou zien, maar daar zaten ze, het was wat tegengevallen en zijn kortere etappes gaan lopen. Morgen loop ik zelfs een plaats verder dan hun plan. Later in een oud romaans kerkje, André en Barbara weer ontmoet. Ik mis Tjedde nog, nog niet ergens gezien. En zo praat je met iedereen weer even bij. Onderweg kom ik soms ook pelgrims tegen die geen enkele reactie geven op de begroeting die je elkaar altijd geeft, vreemd. Ook de Spanjaarden die je tegenkomt, altijd vriendelijk, altijd een buen dia of tarde afhankelijk van het moment van de dag en ook altijd een buen Camino. Zelfs als mensen uit het raam hangen wensen ze je dat toe.

De grote bezienswaardigheid van Villafranca del Bierzo is het “Castilla Palacio de los Marqueses” een niet te bezoeken kasteel van de markiezen van Villafranca. Klein Compostella noemden de middeleeuwse pelgrims deze plaats, aangezien zieken en zwakken de morgen over te lopen hoge Cebreiropas niet konden volbrengen en daardoor niet in de stad van de apostel Jacobus konden komen. Als je het stadje binnenkomt kom je langs de “ Iglesia de Santiago”, zij kregen daar dan op de treden van de “Puenta del Perdon” hun aflaat, dezelfde als bij het graf van Jacobus. Mijn hostal staat bij het kasteel en bij de eglesia de Santiago, en heet “ la Puenta del Perdon”. Ik krijg hier niet mijn aflaat maar wel een bewijs dat ik er was in mijn pelgrimspaspoort. Hieronder het kerkje met rechts de Puenta del Perdon, treden van genade.


Hieronder nog een overzicht van mijn pelgrimspaspoort. De stempel rechts onder is van de Iglesia de Santiago.


Morgen wordt het weer klimmen, van 501 meter naar 1306 meter, dan ben ik in O Cebreiro. Dit is de laatste grote klim van de Camino.

Dag 31/ 28-04-2018; van Rabanal del Camino naar Ponferrada

Ondanks dat het een lange dag wordt toch pas om half negen op pad gegaan. Het wordt vandaag volgens de voorspelling nat en koud, de maximum temperatuur zal hooguit 7 graden zijn. Warm gekleed met regenkleding op pad. Achteraf totaal overbodig, geen regen, geen wind en veel zon ondanks de wolken. Veel te warm gekleed, jas uit, later trui uit, en zo verder. Daarnaast was het vandaag ook de zwaarste etappe die ik meegemaakt heb. Niet alleen door de afstand, 31 km, maar ook het type paden. Maar goed, vertrokken, lekker ontbijt, 2 gebakken eitjes, gebakken bacon en brood. De dochter van de eigenaar, Alba, heeft dat goed geregeld. Bij het ontbijt zaten twee Russen, die had ik nog niet eerder ontmoet. Ik vroeg hen waarom zij deze tocht, vanaf León, lopen. Ze hadden er vaak over gehoord, ze gaven wel aan dat ze het vreemd vonden om een “katholieke” tocht te lopen, de ene Rus was Russisch orthodox en de andere moslim. Ze wilden graag even met mij en Alba, de dochter van de eigenaar op de foto. Ik heb Alba de foto nog even geappt, dat wilde ze graag.


Op pad kwam ik direct Tjedde uit Denemarken tegen, die had ik nog wel gezien toen Adie in Astorga was, maar verder niet meer. Een tijdje met elkaar opgelopen, en weer even bijgepraat. Uiteindelijk hebben we elkaar heel vaak ontmoet en samengelopen. De tocht gaat vandaag omhoog naar ruim 1500 meter. Bij het dorpje Foncebadón hebben we even gestopt. Dat zaten ook André uit Duitsland en Barbara uit Zwitserland die ik ook al even gemist had. Ook de kok en zijn maatje uit Duitsland, die gisteren ziek was, waren daar. Iedereen loopt vandaag naar Molinaseca, maar ik ga nog ruim 7 km verder naar Ponferrada. Je ziet aan de weg voor de bar dat de route steeds ruiger wordt, er is geen echte weg meer. Op de foto zie je links André, daarnaast Tanja, dan in het zwart Barbara en op de rug Tjedde.


Met Tjedde verder naar het “Cruz de Ferro” de anderen heb ik vandaag niet meer gezien. Het “ Cruz de Ferro” (ijzeren kruis) op een hoogvlakte van Monte Irago, is een van de soberste, maar meest indringende plek van de Sint Jacobsroute. Uit een grote hoop stenen steekt een lange, slanke paal van eikenhout, met daarop het kleine ijzeren kruis. De precieze oorsprong ligt in het duister. Het zou oorspronkelijk een Romeins markeringsteken zijn, of een aan de Romeinse God Mercurius, de beschermgodin van de reizigers, gewijd altaar hebben kunnen zijn, dat later door de Christenen is overgenomen. Het kan ook een grenspost geweest zijn. Men is er nooit uitgekomen. Zeker is wel dat al eeuwen pelgrims een steen bij het kruis neerleggen. Al doorklimmend steeds hoger de bergen in kwamen wij daar aan. Je ziet we zitten al aardig hoog. Er loopt een smal weggetje mee omhoog maar dat is niet ons pad.


Aangekomen bij het kruis, ik foto’s maken van Tjedde en Tjedde van mij. Daarnaast hebben we beide daar wat achtergelaten, dat doet iedere pelgrim. Ik heb ook even de foto die ik mee heb gekregen van Marjoke, Peter, Lise en Nina, in de paal van het kruis gezet. Die heb ik daar niet achtergelaten want die wil ik meenemen helemaal naar Santiago. Tjedde zet me nog even snel op de foto’s. Het daar zijn geeft wel een apart gevoel.


Maar dan, dan heb je dit doel van de tocht bereikt, dan verder, eerst over een redelijk pad, maar dan alleen maar over rotspaden afdalen. Je kan geen normale stap zetten en dat eerst over 10 en later over 6 km lang. Verschrikkelijk afzien en heel zwaar. Tjedde was ik even kwijt maar zag ik weer voor het dorpje na 10 km, El Acebo. We hebben afgesproken dat we daar even voor de lunch stoppen. Ik heb daar op haar gewacht, en hebben we een lekker broodje met omelet genomen, koffie en een watertje. Tjedde had net als veel anderen ontzettend last van de knieën gekregen. Gelukkig is mij dat bespaart gebleven. Een aantal pelgrims zijn daar ook blijven hangen. Zo ziet het pelgrimspad eruit. Eigenlijk viel dit nog mee, als het erger is let je meer op jezelf dan op het maken van een foto.


Gelukkig zijn er van die Spanjaarden die onderweg even het licht laten schijnen door etenswaren neer te zetten, met een donatie kan je weer pakken wat je wilt. Ik ben die mensen erg dankbaar. Bij het tweede stalletje hadden ze heerlijk watermeloen, zalig.


Tjedde heeft met haar zere knieën doorgelopen tot Riego dos Ambros, en verstandig om haar laatste 7 km voor vandaag met een taxi te gaan om morgen weer goed verder te kunnen. Ik mocht nog 15 km verder want daar overnacht ik vandaag. Het plaatsje waar veel pelgrims overnachten is Molinaseca, een plaatsje wat je eindelijk na de ruige tocht ziet liggen. Vanaf hier kun je weer over normale paden lopen. Ik heb wel getwijfeld, moet ik mijn laatste 8 km ook per taxi gaan, maar toch gaan lopen. Viel me niet tegen maar ik was pas om 5 uur bij mijn slaapplek. Hieronder Molinaseca een mooi plaatsje.


De tocht naar Ponferrada was wel lang, maar ik had de energie en de kracht om flink door te stappen. Je ziet Ponferrada al van ver liggen maar je moet er even heen. Daar aangekomen zie je direct een groot kasteel. Het kasteel “Castilla del Temple” is een bouwwerk van de Tempeliers, uit 1282. Het complex was oorspronkelijk 8000 m2 groot. Het kasteel was van 4 tot 6 open, als je om 5 uur aankomt lukt een bezoek niet meer, helaas. Bij het hotel heb ik mijn paspoort afgegeven voor regritratie en gevraagd of ze een bar hadden, daar heb ik eerst een grote cañon Ceveza genomen. Daarna heb ik de formaliteiten voor de incheck verder afgehandeld, ik was even kapot. Het kasteel waar ik wel langs gelopen ben, en het bier met zonnehoed en zweetdoek op de bar. Toen naar mijn kamer voor een douche en een warm bad.




Morgen naar Villafranca del Bierzo, daar gaan alle pelgrims die ik ken morgen heen, ik heb dan de eerste 8 al gelopen, een “makkie” morgen. Voor mij maar 25 km, , en geen klimpartijen en afdalingen.

Dag 30/ 27-04-2018; van Astorga naar Rabanal del Camino

Na het bezoek van gisteren, vandaag weer gewoon verder met de Camino. Ik mag weer meer de bergen in, desondanks valt het vandaag nog wel mee. Ik moet naar 1162 meter maar als je al op 881 zit valt dat best mee. Het was vandaag een mooie tocht, geen korenvelden, maar ruigere natuur en besneeuwde bergtoppen voor je. Ik begon vandaag in mijn shirt, maar al snel bleek dat voor vandaag te koud te zijn. Wel de hele dag zon gehad, maar er stond een koude wind. De temperatuur is ook niet boven de 13 graden uitgekomen. Nog even een foto gestuurd naar mijn bezoek van gisteren, met de tekst bye, bye Astorga. Met hun busreis komen ze vandaag weer in Astorga, voor een bezoek aan het bisschoppelijk paleis van architect Gaudí en voor een bezoek aan de kathedraal. Maar dan ben ik al weer een 10 km verder.


Zoal ik al aangaf, was het zonnig maar in de verte dreigende wolken, die gelukkig later verdwenen.


Dat ik in een rustiger gebied kom klopt, je loopt door de regio “Maragateria”, een gebied wat zich van Astorga tot Sierra del Teleno uitstrekt met slechts 50 dorpjes met totaal 5000 inwoners. De herkomst van de bewoners in deze streek is een mengvorm van Moorse en Gotische indringers. De folklore van deze streek wordt hoog in ere gehouden, met traditionele dansen en kledij. Ook het eten is anders, je eet eerst het vlees, en dan pas groenten en aardappelen. Volgens mij is het menu perigrino weer net als anders, maar toch...


Je ziet het ruigere gebied, geen landbouw of veeteelt, en in de verte de besneeuwde bergtoppen. Het was vandaag ook weer een mooie tocht, smalle paden, veel pelgrims, ondanks dat je die hier op de foto net niet ziet. Mijn eerste stop was vandaag in Santa Catalina de Somoza, twee barretjes pal naast elkaar. Links zag ik wat bekenden zitten, ben daar maar aan de koffie gegaan. De dorpjes hier leven echt van de Camino.


Het pad wordt steeds ruiger, en wat ik al vaker gezien heb is dat pelgrims in het hek, in dit geval wel een kilometer lang, allemaal kruizen maken met meestal takken, soms wat meer versiering.



Zo kom je ook allerlei zaken tegen van bewoners van de streek die mooie dingen maken en te koop aanbieden, mooie wandelstokken uit takken gesneden, met soms een heel mooi gedraaid boveneind, gewoon knutseldingen, en soms ga je er gewoon met een gier staan, verkleed als ridder. De gepensioneerde man, zoals hij vertelde, heeft zo veel schik. Iedereen die wil mag met de gier op de foto, hij heeft een mooie stempel voor het pelgrimspaspoort, en wil je wat doneren, dan geeft hij dat aan een goed doel. In dit geval kinderen met de ziekte kanker. Hier wil je zeker doneren, tof. En dan op de foto en even aan een andere pelgrim vragen of die je op de foto wil zetten. Schitterend toch wat je zo onderweg meemaakt.






En dan kom je bij de stopplaats van vandaag, een klein dorp “ Rabanal del Camino”. Bij mijn adresje waar ik moest zijn was niemand, deur op slot maar gelukkig een telefoonnummer op de deur. Dat even gebeld, en binnen 10 minuten stonden ze voor de deur om mij binnen te laten. Deze plek wordt gerund door vader, moeder en dochter. Vader beveelde mij een eetplek aan. Toen ik daar aankwam kwam ik dochter tegen, die vertelde dat ze beide plekken met de familie runnen. De bar ligt vooraan in het dorp en de hostal midden in het dorp. Vader wees mij ook nog even de toren van een van de twee kerken aan. Daar moet ik echt vanavond even heen gaan. Er zit een kleine gemeenschap van monniken die iedere avond om 7 uur een half uur gregoriaans met elkaar zingen. Ik ben al even in het kerkje wezen kijken, zeer klein, eenvoudig maar fijn. De plek waar ik slaap is echt top. Een binnenplaats met een galerij op de eerste verdieping waar de kamers aan liggen, de groene deur rechts is mijn kamer. Toen ik me melde was ik de enige gast maar inmiddels zit het al vol met pelgrims, complet.


Hieronder nog een zicht op de “dorpsstraat” en een tussendoor straatje.


Zoals ik al aangaf, ben ik al even in het kerkje geweest, tegenover de kerk ligt het zeer kleine klooster met een klein winkeltje, wat toen gesloten was, met wel hele mooie hekken voor de ramen. Uiteindelijk is dit de plaats voor de pelgrims om uit te rusten voordat je echt de klim ingaat naar 1531 meter. Hier moet je je goed voorbereiden op de volgende dag. De monniken kunnen je daarin ondersteunen staat er beschreven. Echter doen zij dat alleen vanaf 1 mei tot 1 oktober. Dan kun je je enkele dagen bij hen bezinnen en daar ook overnachten. Maar het is vandaag 27 april. Ik ga vanavond wel zeker even het gregoriaans beluisteren.


Mijn reisomschrijving geeft aan dat het morgen echt ernst wordt met het klimmen. Ik kom dan ook bij het beroemde “Cruz de Ferro” het ijzeren kruis op een lange houten paal bovenop een steenberg, daarover morgen de echte belevenis. Na het hoogste punt gaat morgen de tocht verder naar Ponferrada, dat op 541 meter hoogte ligt. Na het bereiken van het hoogste punt op 1531 meter, ca. 1000 meter afdalen. Vaak loopt dat lastiger dan klimmen. Alles bij elkaar morgen de langste tocht van de Camino, 31 km.

Dag 29/ 26-04-2018; van Villavante naar Astorga

Vanmorgen goed ontbijt gehad, omhelst en uitgezwaaid door Ancha, de eigenaresse van de hostal. Een ontzettend aardig mens. Ik wilde nog afrekenen voor de warme maaltijd en het biertje, nee dat was allemaal inclusief, als ik wat wilde betalen dan moest ik dat maar in de spaarpot van haar kleinkinderen doen, maar echt niet meer dan 3 of 4 euro. Dat natuurlijk gedaan. Als iemand nog eens een adresje zoekt, dan is dit een tip. Ze kookt zelf, de 2 andere gasten waren er niet, ik zat alleen aan de kop van een tafel van ca. 5 meter lang te eten, als een koning. Had ook weer wat.


Op weg naar Astorga, een 22 km lange tocht vandaag. De route wordt weer leuker, meer afwisselingen en mooie en leuke verrassingen onderweg. Al snel kom je bij de “Puente de Hospital de Órbigo”. Met een kleine 300 meter is deze 20- bogige brug over de Rio Órbigo, in de 10e eeuw gebouwd op Romeinse fundamenten, de langste op de Sint Jacobsroute. Je denkt dat in dat je over die brug loopt en eeuwen geleden dat ook al door pelgrims werd gedaan, heel bijzonder voelt dat.


Na Hospital de Órbigo kun je weer kiezen voor twee verschillende routes, ik heb gekozen voor de “wildste” en de oudste. De andere route loopt parallel aan een weg. En die keuze was goed, het was weer een mooie route, veel pelgrims, maar niemand ontmoet die ik al van eerder kende. In de verte zag ik geen bergen maar een grote, scherpe en hoge wolkenrand. De hele dag heb ik zon gehad, als dit maar geen voorbode wordt.


In het eerste plaatsje hierna weer een mooi teken, ik verwacht dat dit gewijd water is.


Het lijkt of de route is verbeterd, mooie nieuwe vlakke wegen, ik heb de foto meer gemaakt voor de mooie blauwe lucht.


Onderweg vandaag weer een “bakkie” gedaan. Het lijkt opeens weer leuker te worden, onderweg weer een gezellig rustpunt, op gezet door een Spanjaard, je pakt wat je wilt en doneert wat je wilt, bij hem jus d’orange gedronken, en een banaan gegeten. Hij heeft veel succes, iedereen is verrast en veel pelgrims blijven daar hangen. Ik verwacht dat hij regelmatig ook een barbecue aan heeft. Ik ben nergens vies van, ik pak wat ik wil. Zo vul ik mijn flesjes ook altijd met kraanwater, en ik leef nog steeds.


En wat is dit nu weer? Dat staat daar zo maar.


Een km of 7 voor Astorga kom je bij het stenen kruis van “Santo Toribio”, vanaf daar zie je al Astorga liggen, een prachtig gezicht. Een Spanjaard wilde me daar en iets verder bij een mooi beeld wel even op de foto zetten. Bij het kruis heb ik niet gekozen voor die foto, omdat mijn gezicht geheel donker is van de schaduw. De Spanjaard loopt ook de Camino maar hij woont in Astorga, grappig dat je dan thuis gaat slapen.


Het valt mij op dat er in Spanje, zeker op de route van de Camino heel veel van dit soort beelden staan. Ik weet niet of dit speciaal voor de Camino is. Dit beeld in ierder geval wel. Wat ook een mooi gezicht was onderweg, dat je weer de besneeuwde toppen van de bergen zag. Uiteindelijk gaan we weer naar 1400 meter hoogte. De voorbode daarvan.



Uiteindelijk in Astorga aangekomen, er lopen ook weer bekende pelgrims binnen, dus de komende dagen zal ik weer meer bekenden ontmoeten. Maar vandaag was de tijd gereserveerd voor Adie, Mieke, Jan en Jannie. Ik zat op het terras op de Plaza Mayor voor het stadhuis te eten en daar kwamen ze aan. Erg leuk en fijn. De eerste foto is natuurlijk met Adie samen. Adie met haar pelgrim, ziet er erg mooi uit.


Natuurlijk eerst het nodige bijgepraat, en toen de stad nog even gaan bekennen, zoals het bisschoppelijk paleis, ontworpen door Gaudí en natuurlijk de kathedraal. Rechts is de foto van het stadhuis op de Plaza Mayor.


Het liep al snel tegen zessen dus tijd voor een borrel, nog in de zon, en weer op de Plaza Mayor. Daar maar gelijk blijven zitten om te eten, ook voor hen vandaag het menu van de dag maar nu uit de keuken van oma, “la cosina de abuela”. Het bekende drie gangen menu als menu de dia of menu de pelegrino, inclusief wijn voor € 10,60 p.p. Het blijft goedkoop, maar best lekker. Een naastzittende pelgrim even gevraagd dit op de foto vast te leggen voor mijn blog.


Het was erg leuk om elkaar zo weer even te zien, ik ben uiteindelijk al 4 weken van huis. Morgen gaat het pelgrimmeren gewoon weer verder, er moeten/mogen nog 269 km naar Santiago. Mijn bezoek is per taxi weer naar León vertrokken, en ik ga morgen verder naar Rabanal del Camino, ongeveer 20 km maar weer naar boven, het wordt weer alleen omhoog lopen.


Dag 28/ 25-04-2018; van León naar Villavante

Het mooie León vanmorgen weer verlaten, om 7 uur al ontbijt en om half acht op pad naar Villavante, een erg lange etappe. Voordat je echt het stedelijk gebied van León uit bent ben je al 5 km op pad. Op stoepen lopen die ze allemaal op afschot naar de weg hebben aangelegd, erg vervelend want je loopt scheef. Net voor je de oude stad uitloopt, over de oude Romaanse brug over de “Rio Bernesga” loop je langs het voormalige klooster “San Ramon”, het is nu een hotel “parador” en de gevel is bijna helemaal gerestaureerd. Een pelgrim zit weer versteend, onder het “Cruz perigrino” te kijken hoe mooi het is geworden. Op de achtergrond bij de brug zie je het klooster en de opkomende zon. Een mooi afscheid van León.


En hieronder de enige “toeristen” voor de “San isodoro”, pelgrims.


Net voor je weer het vrije veld in gaat lopen, kom je bij de moderne kerk “Virgin del Camino” , maagd van de weg. In 1505 zou zij aan een herder zijn verschenen. Ze beloofde dat op de plek waar hij een steen zou werpen een kapel zou ontstaan. Enkele jaren later zou ze een Spanjaard die in een kist in Algerije gevangen werd gehouden, samen met zijn slavendrijver naar het heiligdom hebben overgebracht. Door dit wonder hebben beide mannen hun verdere leven aan de maagd gewijd. De huidige kerk is nieuw en dateert van 1960. Het altaar is nog uit de 18e eeuw.


Na deze kerk, met weer een wonder, staat er wel tiental keer op de weg geschreven dat je kan kiezen uit twee routes, een noordelijk en een zuidelijke. Ik neem de zuidelijke, want daar ligt Villavante aan. Het eerste plaatsje dat je dan tegenkomt is Fresno de Camino, inmiddels al ruim twee uur gelopen dus tijd voor koffie, in León heb ik nog twee oude bekenden gezien, maar verder is iedereen nieuw voor mij. Duitsers, Spanjaarden, een vrouw uit Frankrijk die aangaf dat alle Nederlanders goed Frans spreken. Ik kan je vertellen telkens wisselen van taal is erg lastig, maar in het Engels verder gesproken. Je loopt daarna ca 1,5 uur door een ruig natuurgebied. Misschien is ruig niet het juiste woord, maat het is niet ontgonnen. Je hebt een heel wijds uitzicht over de hoogvlakte waar je op loopt.

I


Het was helder blauw in de lucht, 24 graden, maak je borst maar nat. Gewoon een volhouder blijven en doorlopen. Vandaag heb ik voor het eerst in een korte broek gelopen, vanmorgen armen en nek ingesmeerd maar natuurlijk niet mijn benen, zijn nu een beetje rood. Het is echt ook een route voor de volhouder, in Chozas de Abajo, bar opgeheven, niets alleen een waterkraan, in het volgende dorpje Villar de Mazarife geen bar alleen twee kleine winkeltjes tegenover elkaar. Bij een van de winkeltjes stokbroodje gekocht en een stuk kaas en een banaan, voor de winkel op de bank in de zon geluncht. Weer calorieën en water binnen voor het vervolg.


Villar de Mazarife ook een klein plaatsje met in het begin een mooi kunstwerk gemaakt van steentjes, ter begroeting van ons, de pelgrims.


Zelfs hier een basisschool, met tralies voor de ramen, en de juf met een witte jas aan, geweldig, ze zwaaide ook nog naar mij, helemaal tof dat contact! Het speelkwartier was net voorbij.


Pelgrimmeren is afzien, als het allemaal makkelijk gaat stelt het niets voor. Na dit dorpje nog 8 km naar Villavante. 5 km over een kaarsrechte asfaltweg, en daarna nog 3 km over een kaarsrechte zandweg met keien. Maar ik ben er gekomen om 15 uur kon ik aanbellen bij mijn slaapplek. 7,5 uur onderweg met rust, in de brandende zon. Mijn slaapplek is wel heel bijzonder, het is een oude watermolen. Door de gastvrouw werd ik hartelijk onthaalt en kreeg direct een blikje koude cola met een bakje nootjes. Ze vroeg of ik al wat gegeten had, anders had ze wat voor mij klaargemaakt. Hieronder het verblijf.


Vanavond gaat ze zelf koken, en eten ik samen met twee andere gasten aan de eettafel die in de ruimte staat boven het waterrad. De molen wordt niet echt meer gebruikt. Mooier kan je het niet hebben na zo een dag. Mijn blog zit ik te maken buiten in de schaduw. Op de tafel, een oude molensteen, bewaakt de huiskat mijn eigendommen.


Ik zit nu buiten in de schaduw mijn blog te maken. De tafels zijn oude molenstenen, de huiskat bewaakt mijn spullen, tof toch. Net maar even om een biertje gevraagd, als je kan genieten dan moet je dat ook doen. In de buurt loopt een enkelspoor spoorlijntje, daarlangs loopt de Camino, en daar kijk ik op uit, nu om 17:45 zie ik daar nog steeds pelgrims lopen, waarschijnlijk op zoek naar een slaapplek, in dit dorpje is er bijna geen te krijgen. Dan is het een lange dag.

Morgen naar Astorga, volgens de verwachting weer mooi weer. Een kortere etappe, en hoog bezoek morgen. Morgen stappen ook Ellen, Hans, Sebastiaan en Susanne in het vliegtuig naar Santiago. Zij gaan daar twee weken vakantie houden, ik verwacht ze zeker tegen te komen, en hoop dat ze een stukje meewandelen, ik moet mijn tempo dan wat aanpassen, maar heb ik er graag voor over. Ben morgen ook al 4 weken van huis, het wordt zeker leuk bekende gezichten te zien en zeker morgen Adie. Mieke, Jan en Jannie leven ook ontzettend mee, het moet even gezellig worden, gaat lukken. Hoe laat mijn blog er morgen is? Ik weet het niet.



Dag 27/ 24-04-2018; dag in León

Zo, vandaag even rustig aan, pas om half tien gaan ontbijten. Om 10 uur op pad om León te gaan verkennen, ik wil minimaal 3 monumenten gaan bezoeken, de kathedraal, het pantheon en casa Isidoro.. dat is me allemaal gelukt. Als eerste ben ik naar de kathedraal geweest.

De kathedraal “ Cathedral Santa Maria de León” is Gotische bouwkunst dat totaal anders dan de Romaanse bouwkunst. Het verschil zit niet in de ronde of spitse bogen boven de ramen, maar met name in de Gotische bouwconstructie, de slankere vorm en veel grotere raamopeningen. Dat kan niet met de Romaanse bouwmethode. Omdat ik vandaag in een Gotisch bouwwerk en in een Romaans bouwwerk ben geweest kan ik dat goed op de foto’s laten zien. Je ziet een groot verschil.



De kathedraal zou na een forse verbouwing bijna geheel verwoest zijn geweest omdat er grote bouwkundige fouten werden gemaakt, constructies die niet kunnen in de Gotische bouwmethode. De architect van die verbouwing wilde de koepels, het dak, een meer barokachtige uitstraling geven. Dat is ook uitgevoerd. Plotsklaps vielen er tijdens de ceremonies stenen naar beneden en kwamen er scheuren in de pilaren. De architect van de verbouwing deed daar wat schamper over, maar werd snel aan de kant gezet. Een architect met meer bouwkundige kennis van Gotiek, heeft een houten hulpconstructie aangebracht om de kerk niet te laten instorten. Onder zijn leiding zijn de gewelven weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht, rekening houdende met het krachtenspel in de lichte bouwconstructie van de Gotiek. Na 50 jaar van herstel werd de houten constructie verwijderd, met wat gekraak en met veel spanning, bleek dat het goed zou aflopen. De kerk is behouden gebleven. Wat jammer is, is dat als je de kerk binnenkomt je voor een mooi prachtig groot portaal staat van het koor met daarachter de koorbanken. Ook dat was oorspronkelijk niet zo, de koorbanken waren oorspronkelijk rond het priesterkoor, gesitueerd. Helaas heeft men dat bij het herstel niet teruggebracht. De grootte van de kruiskerk is nu niet echt zichtbaar.

Vergeleken met de kathedraal van Burgos is dit ook een veel soberder kerk, dat komt door de eenvoud van de Gotische bouwkunst. Ik heb hier ook geen 2,5 uur rondgelopen. Het glasoppervlak in de kerk is maar liefst 1900 m2. Het moment van de dag, in relatie met de zonstand geeft telkens een andere sfeer in de kerk. Hieronder wat impressies van de kathedraal.


Zicht vanaf het altaar naar achteren, het koor, met orgel met ca. 7000 pijpen. Het orgel is ca. 15 jaar gelden opnieuw gebouwd door een Duits bedrijf. Jammer dat voor het rozetraam achter in de kerk, boven de hoofdentree, een steiger staat. De voorzijde van de kerk wordt nu in de steigers gezet voor herstel. Behoudens de voorzijde is de kerk weer volledig gerestaureerd.


De graftombe van achter het priesterkoor


De afbeelding boven de tombe




Sculpturen op het portaal achter in de kerk voor het koor, het portaal wat de kerk kleiner doed ogen dan zij is. Links de geboorte van Jezus, met alle helpende vrouwen eromheen, met Maria op het kraambed. Rechts een kind die de pilaren tussen de sculpturen “omhoog” houdt.


Hier de helft van het portaal met een doorkijk naar het koor.

Een andere misschien wel belangrijkere kerk is de “ Real Basilica de San Isodoro” de koninklijke kerk met daarnaast het koninklijke Pantheon, waar de koningen en gemalinnen van het koninkrijk León gemummificeerd in tombes liggen. Deze basiliek is Romaans, daar is ook de foto van het begin van. Dit nationale heiligdom is sinds 1063 het graf van de heilige Isodorus, hij was aartsbisschop van Sevilla. Op de foto is goed te zien dat het een totaal anders dan Gotiek, minder gracieus bouwwerk in Romaanse stijl.


Natuurlijk wilde ik het Pantheon bezoeken. Ik moest 20 minuten wachten voor een Engels sprekende gids. Onderwijl kwamen Sonja en Donald binnen, de Frans sprekende Canadezen, die ik al vaker ontmoet heb. Eerst wilden zij ook een Engels sprekende gids maar het werd uiteindelijk een Frans sprekende. Uiteindelijk kwam er niemand meer en heb ik een persoonlijke rondleiding gehad, geweldig. Sonja en Donald wilde mij op de foto, tegenprestatie natuurlijk, dan zij ook. Super aardige mensen, jammer dat hij veel last van zijn knieën heeft. Zij willen dan ook pas donderdag verder de Camino lopen. Ik raak ze dus kwijt.


Op stap met de gids, redelijk Engels sprekend. Als eerste gingen we naar de toren waar op de 2e verdieping de kelk van “Doña Uraaca’s”. Deze kelk is uit de Romaanse tijd, en in heel bijzondere staat. Pas in 2014 is het historisch onderzoek naar deze kelk afgerond, de kelk bestaat uit glas, met gouden versiering omringd met edelstenen is het vervolmaakt. Deze kelk is zo oud en een waardevol bezit. In de ruimte waar die opgesteld staat is dit ook het enige object. In het museum, met blibliotheek en het Pantheon mag je helaas geen foto’ maken, ik heb wat van internet geplukt en foto’s vanuit boekjes gemaakt. Over de kelk valt nog veel meer te vertellen, maar dan wordt het blog vandaag erg lang.


Ook heel bijzonder is hier de bibliotheek, met een bijbel van 1000 jaar oud, als je al die boeken ziet, echt heel bijzonder dat zoiets bestaat, zo oud. De bijbel stamt uit 960, van de laatste bladzijde heb ik een foto gemaakt, natuurlijk niet daar want dat mag niet. Gelukkig ligt er een kopie bij de entree waar je in mag bladeren en foto’s van mag maken.


En dan het Pantheon, gisteren schreef ik dat het wel vergeleken wordt met de Sixtijnse kapel, maar dit is echt heel anders. Het is echter zo bijzonder dat de schilderingen in zo een goede staat zijn. Deze schilderingen zijn van de 10e of 12e eeuw (daar verschillen de verhalen over, ik verwacht 10e) de Sixtijnse kapel van de 16e eeuw. Het Pantheon is niet groot ca. 8 bij 8 meter, het bestaat uit 6 gewelven waarop het leven van Jezus is afgebeeld. Vroeger had deze ruimte een rechtstreekse verbinding met de kerk die is dichtgemaakt. Er is inmiddels wel weer een deur naar de basiliek. Hieronder een zicht op de gewelven met de schilderingen.


Wat veel indruk op mij maakte was iets kleins, op een van de bogen, dat waren afbeeldingen van de maanden van het jaar.


En dan nog een gruwelijk tafereel de kindermoord van Bethlehem.


Even genoeg over het bezoek aan deze kunstschatten. Ik wil ook nog naar een gebouw van Gaudí. Ik ben eerst met hem op de bank gaan zitten om de details te bespreken.

Dat is gelukt, we hebben even gesproken over hoe zijn bouwwerk totaal verkwanseld was door een bankinstellingen die er meer een barokachtig gebouw van had gemaakt. Ik was het met hem eens dat je zo met dit soort bijzondere architectuur niet om kan gaan. Pas eind jaren negentig van de afgelopen eeuw is het gebouw “ Casa Botines” in de stijl zoals Gaudí het bedacht had teruggebracht. Op de foto,s zie je de binnenzijde voor en na de reconstructie.








Je herkent duidelijk de stijl van Gaudí , de man van de organische architectuur. Let maar eens op de schoorsteen en het dakkapelletje.


Voor wie nog wil weten wie Gaudí is? De schoenen zijn van mij.




Zo, lang verhaal vandaag, ik kan nog wel even doorgaan, maar het lijkt mij genoeg. De sfeer van vandaag is duidelijk; kunst. Natuurlijk weer vele bekenden ontmoet en je ziet weer een hoos nieuwe, voor mij dan, pelgrims León binnenlopen. Morgen de start voor weer 8 nieuw wandeldagen, morgen een lange etappe van 28 km naar Villavante. Het wordt morgen weer warm, het is nu 24 graden, dus maar vroeg op stap. Nog een dag met een vlakke weg, daarna gaan we weer meer klimmen. Adie, Mieke, Jan en Jannie berichten net dat ze grens van Spanje over zijn dus komen in de buurt.





Dag 26/ 23-04-2018; van Mansilla de Las Mulas naar León

Op naar de negende wandeldag achter elkaar, wat anders dan de Nijmeegse vierdaagse. Zonnig weer, en een km of 17. De 4 kamers in het hostalletje allemaal bezet door pelgrims, Tjedde uit Denemarken, Mary uit Canada, André uit Duitsland en ik. Het hotel is vol. Samen ontbeten en weer op stap. We wisten dat het veel langs wegen lopen was, veel rechtdoor en wat heuvelop. Veel rechtdoor zie de foto’s hieronder:



Maar we hadden allemaal van “vandaag eindelijk in León”. Dat gaf een goed gevoel, eindelijk die vlakke vlakte door, maar waar al eeuwen alle pelgrims doorheen gaan. Het is een onderdeel van de Camino Frances, de oudste pelgrimsroute naar Santiago. Onderweg waren vandaag eigenlijk ook niet aantrekkelijke rustplekken. Mijn meegenomen water maar gedronken in plaat van de koffie in de ochtend. Uiteindelijk zie je al op afstand León liggen. León is de grootste stad van de autonome regio “León en Castilië”. Daarnaast is León nog de hoofdstad van de provincie León en nog een eigen gemeente. De hoofdstad van het oude koninkrijk León telt desondanks maar ca 140.000 inwoners. Bij León aangekomen was de Camino omgeleid, de brug waar we over moesten was afgesloten, waarom? Weet ik niet. We werden de berg opgestuurd die vol met zendmasten staat, een asfaltweg. Daar boven aangekomen had men even een steil noodpad gemaakt naar de oorspronkelijk route. Dat hoort er ook allemaal bij. Hieronder de foto van het tijdelijk aangelegde pad.


Het had wel een voordeel, je werd de berg opgestuurd en tussen de bomen door kon je León zien liggen, een stad volledig op de vlakke vlakte gebouwd. Was een mooi uitzicht.


Aangekomen in het begin van León ontmoette ik Mary uit Canada. Zij had ook doorgelopen, net als ik. Samen even op een bankje gaan zitten en weer water gedronken. We zijn samen nog een paar km doorgelopen de stad in naar de kathedraal. We liepen de stad in over de rivier “Rio Bernesga”, de auto’s rijden over de mooie oude Romaanse brug en wij lopen over een loopbrug, speciaal voor de pelgrims aangelegd. De Romaanse brug zal wel voor de pelgrims te gevaarlijk zijn, omdat die smal is. Op de brug heeft Mary nog even een foto van mij gemaakt. En ik nog even snel van haar maar dan van achteren, met zicht op de Romaanse brug.


Samen door de stad lopen was wel even gezellig. Wat we ons afvroegen waarom het bij bedrijven zo stil was, je zag niemand. Later viel het ook op dat alle winkels dicht zijn en nog verder de stad in werd het steeds drukker met Spanjaarden. Wat blijkt, 23 april is de nationale feestdag van de autonome gemeenschap van León en Castilië, en iedereen is vrij. Maar goed dat ik hier nog een dag ben, dan kan ik alles rustig bekijken. Toen we de oude binnenstad inliepen ontdekten we wel dat dit ook een ommuurde stad is geweest, grote delen van de vestingmuur zijn nog aanwezig.


En aangekomen bij de kathedraal, inmiddels was het 24 graden, hebben we afscheid van elkaar genomen. Mary gaat morgenvroeg weer naar huis, zij maakt de Camino later af. Vast een voorproefje van de kathedraal.


Mijn hotel voor de komende twee nachten ligt pal achter de kathedraal, uit het raam kijkend zie ik direct links de kathedraal en voor mijn kamer de ingang voor ambulances van het ziekenhuis, dat ook hier is. Het blauwe stipje rechts ben ik bij mijn hotel en daaronder zie je de kathedraal.



Na de was gedaan te hebben en ook mezelf onder de douche van het zweet ontdaan te hebben, toch maar even de stad ingegaan. Uiteindelijk kwam ik tegenover “casa Botines” van architect Gaudí een toeristentreintje tegen. Het leek me wel goed voor vandaag om de stad zo, even zittend, te verkennen. Morgen moet of wil ik naar de kathedraal en museum en zeker naar de “Real Basilica de San Isidore” , de plafondschilderingen van het Pantéon Reaal worden vergeleken met die van de Sixtijnse kapel. Al 3 monumenten te bezoeken en er is nog veel meer. Vanmiddag kwam ik ook weer André uit Duitsland en Barbara uit Zwitserland tegen, zelf twee keer. Dat is wel erg grappig dat je elkaar toch, ook in zo een stad blijft tegenkomen. Ik hoop André morgen nog te vinden want hij wordt morgen 50, feest. Morgen dus een dag in León waarbij het blog wel meer kunstgeschiedenis zal worden. In ieder geval even pas op de plaats met veel lopen. Het lopen ging overigens goed vandaag. Ach het is nog maar 323 km naar Santiago. Als je bij 800 begint valt dat wel mee!!!!

Dag 25/ 22-04-2018; van El Burgo Ranero naar Mansilla de las Mulas

Het leek vandaag bewolkt te worden met zelfs wat regen erbij. Maar nee dat werd het niet, tijdens de wandeling wel wolken maar vanaf 13 uur in Mansilla de Las Mulas alleen maar zon. Mijn rechter been was gisteren wat dik, op advies van schoonzus Mieke vanaacht met mijn voeten hoog geslapen en dat heeft tot resultaat geleid. Vanmorgen was mijn voet behoorlijk geslonken en ging het wandelen vandaag zeer goed. Over is het nog niet, maar vanavond nogmaals de voet omhoog en dan in León, morgen even pas op de plaats. Eerst vandaag naar het eerstvolgende plaatsje, weer ca 2,5 uur rechtdoor op een pad langs een asfaltweg, ongeveer 13 km. Weinig spectaculairs onderweg, behoudens dan de ontmoetingen met de pelgrims. Je komt dan in Reliegos, waar direct in het begin natuurlijk weer een bar zit, tijd voor koffie. Ik had hier ook afgesproken met Wim en Henriette uit Helmond om van elkaar afscheid te nemen. Zij lopen vandaag verder en gaan León de dag erop direct voorbij. Het waren leuke mensen, nooit met ze gegeten, waarschijnlijk omdat zij niet alleen lopen, dat is echt een verschil. Op het ogenblik ontmoet ik naast Tjedde uit Denemarken veel Duitsers en een Zwitserse vrouw, Barbara. Met dat clubje hebben we gisterenavond weer samen gegeten.

De route van Burgos naar León ging zoals ik eerder aangaf door grotendeels vlak land met vaak lange rechte stukken. De temperatuur was nu zeer goed voor deze tocht, ik moet er niet aan denken dat je dit in de zomerhitte loopt. Er zijn ook pelgrims die dit gedeelte met de fiets doen of zelfs helemaal overslaan. Ben blij dat ik dat niet heb gedaan, uiteindelijk zijn alle dagen toch bijzonder. En wat zie je dan onderweg wel niet?



Ook hier zien we Galloways, maar dan met kalfjes. Een kanaal in beton gegoten

Na het rustpunt in Reliegos had ik een ontmoeting met een Spaanse jongen met beperlkingen, hij wilde graag iedereen ontmoeten, heet Alfredo, en woont in het houten huis op deze hoek. Hij sprak redelijk Engels, zijn moeder was in Düsseldorf geboren maar geëmigreerd naar Spanje. Van iedereen wilde hij weten waar je vandaan komt, en als je even blijft staan krijg je een hand en stelt hij zich voor. Ik noem dan natuurlijk ook mijn naam. En zo hebben we wat staan te keuvelen. Hieronder een foto van hem en zijn huis.






Soms moet er weer een extra snelweg door het land worden aangebracht, die dan ook nog de Camino kruist, geen probleem, je bouwt een viaduct met een grindpad ernaast Linker foto). De Camino loopt weer ouderwets door. De snelweg was nog niet in gebruik.


Na weer 7 km rechtdoor lopen, langs de asfaltweg, kom je in het mooie dorpje Mansilla de Las Mulas aan. Mijn hostal snel gevonden, op mijn lijstje stond “el Jardin del Camino” , was gelijk voor in het dorpje. Een en al chaos bij de receptie, ze konden mijn naam niet vinden, maar ik kon laten zien dat ik hier moest zijn. Na veel Spaans geklets kreeg ik een sleutel van een kamer. De dochter van de eigenaresse bracht mij daarheen. De slaapplaatsen lagen 150 meter van de receptie af. Bij binnenkomst geen bagage aanwezig, dochter ging haar moeder bellen. Ik naar mijn kamer, ramen open en even frisse lucht naar binnen. Ineens kwam moeder aangefietst, bellen over mijn bagage, maar zei ze, als die niet komt is die morgen wel in León, niet handig leek mij. Maar ze rende weer weg, ze kwam weer naar mijn kamer, allle spullen pakken want ik zit in de verkeerde hostal, had ik eerst niet echt door, maar ik wist dat ze vol zat en dacht, ze heeft voor mij een ander hostal geregeld. Spullen mee en zij met mij samen, fiets aan haar hand, het dorpje door. Stapte een andere hostal binnen met de naam “del Camino” dus zonder jardin. En ja dat stond ineens ook mijn bagage. Het was een misverstand ik moest daar dus zijn. Die eigenaresse van de andere hostel totaal bezweet en hijgend, ik heb haar erg bedankt voor al haar zorgen. Een schitterend oud hostalletje met maar 4 kamers, twee oude heren bij de receptie, in mijn kamer een hemelbed, twee schommelstoelen, een knielstoel en allemaal oude kasten, prachtig.


Het dorp is een oude ommuurde vestingstad, net als Carcassonne in Frankrijk, maar dan in beroerde staat. Natuurlijk even op zondag het stadje gaan verkennen, foto gemaakt van de vestingmuur en van een niet oud beeld van pelgrims. Het is zondag een veel Spanjaarden gaan om 7 uur nog even ergens eten. In dit stadje wel meer locals dan pelgrims.




Vanavond erg lekker gegeten in het hostal waar ik zit, met twee vrouwen, Tjedde uit Denemarken en een vrouw uit Canada met wie ik al vaker heb gegeten, zij gaat vanaf León weer naar huis. Moet zeggen, zo met zijn drietjes en Engels sprekend, het was gezellig. Veel leuke dingen, gebeurtenissen, mensen, teruggehaald van de laatste weken. Het is en blijft een ervaring, op deze wijze lopend door het land te gaan. En morgen nog één dag, een korte wandeling naar León, waar ik weer twee nachten verblijf. Dar ben ik echt aan toe, dan na 9 wandelwagen. Adie, haar zus Mieke en onze vrienden Jan en Jannie vertrekken morgenvroeg met een bus naar Spanje voor hun cultuurreis. Ik hoop hen aanstaande donderdag te ontmoeten. Kijk ik zeker naar uit.

Dag 24/ 21-04-2018; van Sahagún naar El Burgo Ranero

Mijn rechtervoet voelt weer wat beter, gewoon op pad vandaag. Het wordt weer een mooie dag, later schuift wel een wolkendek over, maar dat mag niet hinderen. Het is weer droog weer. Het ontbijt was niet in mijn hostal maar in een iets verder gelegen bar, niet echt bijzonder, dat verschilt per dag. Gisteren in Sahagún niet veel gelopen, achteraf jammer want als je de stad uitloopt ontdek je juist de mooie plekjes. Ik miste toen het poortgewelf van “Arco de San Benito” en het nog ingebruik zijnde, goed onderhouden, klooster met kerk. Toch nog maar even als herinnering, aan toch een mooi stukje Sahagún, op de foto gezet.


Toen ik het dorp uitliep was men net bezig, pas om haf negen, een grote markt op te zetten. Niet alleen groenten en fruit maar ook non food. Het is een feestweekend. Vandaag, zaterdag, een grote markt, en morgen een processie. Achteraf besef ik mij nu dat ze de processiestukken aan het schoonmaken waren, in het museum waar ik gisteren wel even was. Toen ik verder de stad uitliep kwam ik ook nog een steen tegen met de bevestiging dat ik over de helft van deze pelgrimstocht ben.


Vandaag kon je kiezen tussen een zuidelijke, de oude route, en een noordelijke nieuwe route. Ik heb gekozen voor de zuidelijk omdat daar ook mijn volgende slaapplek aan ligt. Geen moeilijke keuze. 18 km naar El Burgo Ranero, en het eerste en enige plaatje onderweg pas na 13 km. Het lopen ging redelijk. Wel nog steeds in deze streek tussen Burgos en León rechttoe, rechtaan, maar wel over mooie paden, wel vaak langs een weg, iets van je af ligt een hoge snelheids treinlijn en de snelweg A 271. Wat minder vogelgeluid, wat meer geluid van de snelweg en één passerende HSL trein. Ben voor een pauze gestopt in Bercianos del Real Camino. Real staat voor koninklijk, ik loop over de “koninklijke Franse route” het is maar een weet! Bij de stop wel weer drie kwartier gezeten, 2 americano’s met een tortilla espagne erbij. Natuurlijk weer veel bekenden, tot León blijft de groep wel hetzelfde. Onderweg onder een “mooie” poort door, waarom die daar staat? Geen idee. Het ziet er wel leuk uit.


Vandaag ook eens geprobeerd met de zuid Koreaanse dames contact te krijgen, ik kom ze vanaf het begin al tegen, ik weet dat ze uit zuid Korea komen, maar dan houdt het op. Ik had ze vandaag al eens gepasseerd, ze zaten bij de koffie, gingen eerder weg en onderweg zaten ze samen op een bankje. Gelukkig zaten ze allebei aan de zijkant, genoeg ruime om tussen hun in op het bankje te gaan zitten. Wil toch wel wat meer van ze weten. Veel ben ik niet te weten gekomen, ze zijn niet vóór de Pyreneeën gestart maar pas op de berg, de berg was te moeilijk. Ze weten niet wat ze nog krijgen want we krijgen nog een paar forse klimpartijen. Ze wilden ook graag weten waar ik vandaan kwam, “Netherlands” zei ik, ze krijsden allebei Nederland en dan op zijn Nederlands uitgesproken. Niet dat ze Nederlands spreken, want de onderlinge conversatie ging over mij heen in het Koreaans. al lachend zijn we maar weer verder gegaan, ik had graag een foto gemaakt van ons drieën op dat bankje. Voor hen uitlopend heb ik ze gevraagd of ik een foto van ze mog maken, dat was goed.



Nog een km of 5 doorstappen naar El Burgo Ranero. De herberg van deze plaats is vernoemd naar Doménico Loffi, een pastoor uit Bologna, die in de 17e eeuw als pelgrim langs kwam. In zijn reisverslag (heet nu blog) vermelde hij de plaats vanwege een akelige gebeurtenis: loffi was er getuige van hoe een wolf een pelgrim aanviel. Die zijn er nu niet meer, er zitten hier nog wel kikkers maar die kan ik wel hebben.

Net voor El Burgo Ranero kwam ik dit bord tegen met twee spreuken, daaronder lagen boeken, zeiknat geworden van regen. Niet speciaal spirituele boeken, ook romans. Ik heb de spreuken even vertaald naar Nederlands. De bovenste spreuk/ gezegde is van “Guillermo de Sant Thierry” en de onderste van de bekende architect “Antoni Gaudí”.

De allerhoogste kunst is de liefde tot / van god

Schoonheid is de pracht van de waarheid; zonder waarheid is kunst niet mogelijk. om de waarheid te vinden, moet je de schepping goed kennen.


Ja, denk daar maar eens over na, vooral die van Gaudí. Juist Gaudí was de grondlegger van “organische architectuur”.

Aangekomen in El Burgo Ranero, weer stille straatjes, klein dorp, maar met twee hostals met bar naast elkaar en er tegenover een herberg. En natuurlijk 80 % pelgrims, weer bekenden;Tjedde uit Denemarken, André uit Duitsland, Barbara uit Zwitserland en wie nog meer? In iedere geval hebben we afgesproken vanavond om 7 uur weer samen te eten. Hieronder de lege straat, de bar ( aan de bar zowaar 4 locals) en de twee hostals.



Morgen een km of 19 naar Mansilla de las Mulas. Vanacht wordt er wat regen verwacht maar overdag is het droog.

Op verzoek van Ellen, mijn dochter, heb ik mijn profielfoto op whats app en Facebook aangepast, die oude klopten volgens haar niet meer met het huidige uiterlijk! Graag gedaan. Het “Cruz de Perigrino” erbij.


Dag 23/ 20-04-2018; van Calzadilla de la Cueza naar Sahagún

Wat wolken aan de lucht vandaag, maar volgens de verwachting moet het een zonnige dag worden, daar ga ik dus vanuit. Op dit stuk van de route naar León zitten de pelgrims heel erg verspreid over verschillende plaatsen. Toen ik vanmorgen op pad was, leek het of ik die dag de enige pelgrim was. Ik wist dat een klein half uur eerder de vrouw, die Mary heet, uit Denemarken vertrokken was. Ze wenste me nog even aan de ontbijttafel waar ik nog zat een “buen Camino”. Een grote groep Amerikanen zat nog te ontbijten, maar of die nu ook lopen heb ik niet begrepen, in ieder geval waren ze daar niet echt op gekleed. Lang dus echt alleen gelopen tot ik later de rode rugzak van Mary zag. De wandeling van vandaag was vele malen gevarieerder dan die lijnrechte wandeling van gisteren. De vogels lieten zich goed horen, even later was de lucht ook weer helblauw, de zonnehoed weer op. Mijn rechtervoet wilde vandaag niet helemaal meewerken, een beetje stijf. Die voet geeft altijd wat pijn maar vandaag maar goed doorstappen dan was het te doen. Na aankomst vandaag maar even rust houden, het moet morgen weer goed zijn. De komende dagen in ieder geval geen bergen, die komen pas weer de derde wandeldag na León. In Sahagún ben je nog “slechts” 380 km verwijderd van Santiago, dus al over de helft.

Het eerste plaatsje van vandaag, Ledigos ben ik voorbij gelopen, snel kom je dan in Terradillos de los Templarios, dit behoorde vroeger toe aan de orde van de Tempeliers. De Franse ridders Hugo de Payens en Godefroy de Sant Omer, hebben deze religieuze en militaire orde in 1119 gesticht na de eerste kruistocht ter bescherming van christelijke pelgrims in Palestina. Hun officiële naam was “Orde van de Arme Ridders van Christus”. Het werd later een van de belangrijkste ridderorde van de middeleeuwen. Hier op deze plaats, op de Sint Jacobsroute, zorgden zij voor de veiligheid van de pelgrims. Het enige herkenbare hier is een grote nieuwe auberge voor pelgrims met hun naam.

In ieder dorp is een gemeentelijk weegbrug. Of ze nog worden gebruikt? Dat moet dan voor het graan zijn.


Via een slingerend lang veldpad, dat overgaat in een zand/grindpad kom je aan in een klein dorpje San Nicolas del Real Camino. Ik heb nog hard “zwarte piet” geroepen maar ik heb de knechten van de Sint niet gevonden. Wat je wel ziet als je het dorp inloopt is een vreemde heuvel met allemaal ingangen en schoorstenen op het dak. Ik dacht dat is voor Piet om te oefenen, maar dat was het niet het heeft een andere functie. Het zijn caves om voedsel te bewaren en ook voor het maken van wijn?? Vroeger was ook in deze streek een wijncultuur, nu zie je een enkel verdwaalt klein druivenveldje. De caves worden, volgens het verhaal bij de caves, nu gebruikt voor feestjes? Vraag me af of dat nog zo is. Je kon er niet in maar het zag er vervallen uit. Later zag ik bij een ander dorpje er nog zo een.



Op de route stond een bord dat je pas bij de tweede bar wat moest geen drinken, waarom? Dat werd snel duidelijk, heerlijk Spaans muziekje, heerlijke omelet en goede koffie. Toen ik aankwam zaten de Canadese dame en de Noorse dame van gisteren met het eten er al en later kwam ook Mary de Deense dame nog aanlopen (ik had haar schijnbaar ergens gepasseerd want ze liep voor me) zo heb ik heerlijk geluncht met deze 3 vrouwen. Het was zo super gezellig plekje. Vaak rust ik niet lang, maar nu snel drie kwartier gezeten, mede om ook mijn voet wat rust te geven. Ben helaas vergeten een foto van dat leuke plekje te maken. Daarna gaat ieder weer in zijn eigen tempo op pad naar Sahagún, nog een km of 7 te lopen. 5 km voor Sahagún heb je al een mooi gezicht op het stadje. Nog even een stukje te gaan.



Net voor Sahagún kom je bij een kleine bakstenen kapel van “Ermita de la Virgin del Puenta” het Romeinse brugje dat ligt er nog maar er loopt geen water meer onderdoor. Daar liepen net twee Nederlanders die ik wel vaker tegenkom maar niet erg spraakzaam zijn, jammer. bij deze kapel wordt ieder jaar op 25 april een bedevaart gehouden, waarbij “de pan y queso” wordt gegeten, brood en kaas. Daarbij worden rituele, karakteristieke dansen uitgevoerd. Een mooi plekje.


Doeiii


Dan nog even door naar Sahagún, snel in mijn hostal met uitzicht op twee kerken. Wat je kan zien is dat hier in de streek in die tijd ( 11e en 12e eeuw) een gebrek aan bouwmaterialen was. Grote vlakken van de gevels zijn gemaakt met leem. Hieronder het uitzicht vanuit mijn kamer.


Natuurlijk toch nog even het stadje ingeweest, iedereen WW’er ontmoet even een wijntje gedronken met de Deense Djette, veel bekenden ontmoet en zowaar ook de twee niet spraakzame Nederlanders. Ze vertelden dat ze hier morgen de trein naar Madrid nemen en dan naar Nederland vliegen. Zowaar ze gesproken. Ik kwam ook nog even de Nederlanders Wim en Henriette uit Helmond tegen, leuke mensen. Vroeg gegeten want ik wil mijn voet verder te rusten leggen. Morgen een korte etappe. De oorspronkelijk weg naar León gaat in 2 dagen, dan moet je dag 1, 32 km lopen en dag 2, 25 km. Ik heb dat in 3 dagen geknipt. Morgen loop ik dan naar El Burgo Romano, ca. 17 km.

Dag 22/ 19-04-2018; van Carrión de Los Condes naar Calzadilla de la Cueza

Vandaag een etappe van “slechts” 18 km, stelt niet veel voor lijkt het? Lees maar verder. Ik wist dat ik de complete 18 km geen enkel dorpje tegen zou komen, er was een foodtruck bedacht maar die was er vandaag ook niet. Gisteren in de mercados al wat kaas gekocht en vanmorgen bij de bakker een pan (brood) gekocht voor 60 cent. Voldoende water bij me, 1,5 liter, dus mij kan niets meer gebeuren. Vannacht had de pastoor ook een logé, die hij geen geweldig bed had gegeven, of had de pastoor er geen weet van?


De stad met 3 kerken, een groot klooster en een theater verlaten via de brug over de “Rio Carrión” ,een mooi plaatje waard.


Redelijk snel loop je langs het intens grote klooster “Monesterio de San Zolio” wat niet meer in gebruik is als klooster, er is een groot hotel in gevestigd, de kerk moet nodig gerestaureerd worden, en in een van de gebouwen zit het “officina de tourisma”. Ook hier in Spanje, net als in Nederland veel niet meer in gebruik zijnde kloosters. Even verder kom je bij een rotonde en dan begint het, eerst 5 km boeren asfaltweg, heel Nederlands aandoende, en dan de herstelde oude route, de route “Via Aquitana” 12 km lang. De Via Aquitana, die zich kaarsrecht door de bijna boomloze, met graan bebouwde vlakte uitstrekt. De route is in zijn nagenoeg oorspronkelijke staat teruggebracht, te lezen op een steen.



Links de eerste 5 km en rechts de weg van de volgende 12 km. De bomen verdwijnen verder op de route ook nog. Hieronder nog even de steen met de tekst dat de route in oorspronkelijk staat is teruggebracht. Over deze weg werden in de Romeinse tijd, door de Romeinen het in de mijnen van Las Médulas gewonnen goud van Astorga naar Bordeaux vervoert. Als langs een lineaal getrokken ligt deze weg er 12 km lang bij.


Conclusie is dat er weinig te beleven valt deze route, af en toe een picknick plaats, waar je dan jezelf meegenomen water kan drinken, verder echt niets. Bij de eerste picknick plaats kwam ik Jack en Paddy al weer tegen. Die willen veel verder doorlopen maar nemen waarschijnlijk in Calzadilla de la Cueza een taxi naar hun bestemming. Ze lopen niet snel, ik heb ze dan ook weer snel ingehaald. Uiteindelijk heb ik op een bankje in Calzadilla de la Cueza wel 3 kwartier op ze zitten wachten, wel gelijkertijd geluncht van de etenswaren uit mijn rugzak, samen met 4 Fransen, die bakken met eten bij zich hadden. Maar ik heb Jack en Paddy niet meer gezien, ingestort?? Ik weet het niet. Het laatste moment was dat ik achter hun liep en ze van achteren op de foto heb gezet op de Via Aquitana. De advocaat met zijn vrouw.. ben bang dat dit onze laatste ontmoeting was. Zo gaat dat met pelgrimmeren, je spreekt weer andere pelgrims.


Ik was rond kwart over twaalf bij het bankje voor de lunch en heb daar tot één uur gezeten, voordat ik het superkleine dorpje Calzadilla de la Cueza ben binnengelopen. Calzadilla is het verkleinwoord van straat, calza, dus je loopt een straatje in. 1 hostal 2 auberges en twee plaatsen om te eten, de auberges hebben er een hoekje voor een winkeltje bij, dat is alles. Wegens gebrek aan stenen bouwde men in deze regio met “Adobe”, met in de zon gedroogd leem. Veel van deze huizen raakten in verval, maar je ziet er hier nog genoeg, ook vaak in verval.


Na gedoucht te hebben, een hele tijd gesproken met een Duitser, André, die morgen 50 wordt. Hij loopt de Camino omdat toen hij veertig werd van zijn secretaresse,een bekend boek over de pelgrimstocht van Jacobus kreeg. Dat heeft hem geboeid. Zijn vrouw heeft hem gemotiveerd, nu hij 50 wordt, de tocht dan eindelijk te gaan lopen, ook hij is bijna 6 weken van huis. Mooie verhalen over zijn twee kinderen en zijn twee pleegkinderen, hij heeft 1 kilo aandenkens van hen mee in zijn rugzak. Mooi verhaal weer.

Onderstaande aankondigingen zie je veel op de Camino, massage. Misschien iets voor mijn schoonzus Mieke? Zelfs in dit gehuchtje.


Morgen weer een iets langere tocht naar Sahagún, er zijn weer dorpjes onderweg. Ik ga weer met een groep eten waaronder een Deense vrouw die ook aan tafel zat in Frómista, toen nog samen met Jack en Paddy en de Australiërs die inmiddels naar huis zijn.

Uiteindelijk gegeten met een groep pelgrims allemaal mensen die alleen lopen. Barbara uit Zwitserland, Sigi uit Duitsland , Mary uit Denemarken, Helen uit Canada en later nog een vrouw van wie ik de naam kwijt ben uit Noorwegen. Later schoof André uit Duitsland nog bij maar toen was de foto al genomen. Was weer erg gezellig, en mooi om de redenen te horen waarom je de Camino loopt.


En....nog steeds leuk dat ik veel reacties krijg. Adie heeft gisteren met een groep leuke mensen van de KBO, haar “afscheids high tea” gehad, dat was erg leuk heb ik van Adie begrepen. Zij gaf aan dat bijna alle aanwezigen mij ook volgden via dit blog, erg leuk om te horen. Een van die personen is Tonny de Groot van wie ik de schelp op mijn rugzak meedraag.

Dag 21/ 18-04-2018; van Frómista naar Carrión de los Condes

Na weer een nacht in een goed bed, dat gaat iedere keer goed, en zoals gewoonlijk om 8 uur naar het ontbijt en tegen negenen op pad. De dag van vandaag staat bekend als 20 km rechtdoor op een grindpad langs een weg. Af en toe een afdwalertje naar een dorpje, maar verder alleen ver rechtuit kijken, korenvelden om je heen, en dat is het. Ja, de Camino gaat niet altijd slingerend over bergen en paadjes. Ik kan me herinneren dat Adie en ik, nog samen met Peter en Ellen, naar Portugal zijn gereden, dan kom je ook door het gebied van León. Hetgeen ik me daarvan kan herinneren alleen maar korenvelden. Dat is nu ook, maar een voordeel is dat het koren nog jong en groen is.

Je verlaat Frómista via een aparte brug voor pelgrims over de snelweg A 67, kijkend door een kunstwerk op die brug zie je het vlakke korenland voor je liggen, een klein stukje doorlopen en dan zie je je pad voor deze dag, 18 km rechtdoor over een zand/grindpad langs de weg naar Carrión de Los Condes.



Daarnaast wordt het vandaag ook weer een dag met een strak blauwe hemel, de zonnebrand crème maar vandaag gebruikt op mijn armen en gezicht, en natuurlijk de zonnehoed op. Je loopt van oost naar west, een groot deel van de dag heb je de zon achter je staan. Mijn hoed dus goed schuin naar achteren ter bescherming van mijn nek.


Na ca. 3,5 km kom je al bij het eerste plaatje, wat te snel voor koffie. Bij een plaatsje aangekomen gaat de weg er omheen en gaat de Camino door het plaatsje, even wat afwisseling. Het plaatsje uitkomend, begint direct weer het pad naast de weg, en weer rechtdoor. Rechts van je zie je de bergen van Fuentes liggen, dus niet de bergen van de Pyreneeën. Ook de toppen van die bergen zijn nog bedekt met sneeuw, een mooi gezicht over die korenvelden heen.


Na een kilometer of 10, aangekomen bij een leuk rustpunt, een soort camping, mooi glad gemaaid gras, leuke zitjes en lekkere koffie, geen wind en veel zon, wat wil je nog meer? Natuurlijk weer ontmoetingen, de Nederlanders uit Helmond, de Amerikanen die in Caïro wonen, en ook een Deense man ontmoet. Hij gaat dit jaar ook de Nijmeegse vierdaagse lopen, en ook de 30 km, we gaan elkaar opzoeken. Hij valt redelijk op door zijn snor met omhoog gedraaide punten. Vergeleken met de Camino is de vierdaagse heel wat anders, niet te vergelijken. Getraind hebben we allebei genoeg tegen die tijd.

In het volgende plaatsje ging de route langs de weg weer een dorp in, Villacázar de Sirga. Torenhoog ( mooie homoniem van toren) torent de kerk “Iglesia de Nuestra de la Virgin Bianca” zich boven het kleine dorp uit. Daar natuurlijk even heen gelopen en de kerk bezichtigt. Wat doet zo een grote kerk daar? Onder een Maria beeld zijn hier weer wonderen verricht!!! De tempeliers hebben de kerk gemaakt zoals die nu nog is. Ik weet niet wat ik met deze onvolledige wijsheid moet.


Als je bij de kerk weer wegloopt, ontmoet je een versteende pelgrim aan een tafeltje met een mok en een karafje, vermoedelijk wijn, al tich jaren de kerk te bekijken.


Dan weer het grindpad langs de weg op en 6,7 km doorlopen naar het eind van het pad, en zie je Carrión de Los Condes liggen. Gelukkig zijn niet alle dagen zo. Hoewel de komende twee dagen zijn niet veel anders, je moet dit gebied even door. Desondanks blijf je genieten, ook hier “voy gazor”.


Het eind van de etappe is in zicht. De stipjes in de verte is het einddoel van vandaag.

Aangekomen in Carrión de Los Condes, zie je twee grote gebouwen staan. Dat zie je in veel plaatsen, het moeten in deze streek graan silo’s zijn. Wat grappig is dat vaak het zo lijkt dat er een “penthouse” op die silo staat, gisteren en Frómista stond daar net zo iets. Of de silo’s nog worden gebruikt? Ik weet het niet.


Snel aangekomen bij mijn hotel, mooi plekje. Voor mijn kamer staat regelmatig een groep toeristen met een gids. Niet om naar mij op mijn balkonnetje te kijken, maar naar de kerk pal tegenover mijn kamer. De “eglise de Santa Maria del Camino” is de bezienswaardigheid. Hier liggen herinneringen aan de tijd dat hier de Moren waren. Iedere jaar moesten 100 jonge maagdelijke meisjes aan de Moren worden uitgeleverd. De maagd Maria stuurde 4 stieren op de moren af, de Moren vluchten halsoverkop en hebben geen meisjes meer gekregen. Maria heeft ze gered. Dit wonder wordt al eeuwenlang met een processie ter ere aan Maria herdacht. Dat wil je natuurlijk zien. Op de foto met de toeristen zie je mijn kamer, het linker balkon op de eerste verdieping, en vanuit mijn kamer zie je waar de toeristen naar kijken.


Nog even een poos op een terras gezeten met de Amerikanen die wonen in Caïro, ze heten overigens Jack en Paddy. Gesproken over hoe je een eigen woning financiert in Amerika en in Nederland. Over pensioen, (“retired” in het Engels), over de kinderen, zij hebben ook twee kinderen, over wat die doen etc. Leuke en leerzame gesprekken. Ook dat vandaag Barbara Bush is overleden, ze zijn overigens hartstikke democraat. Hun zoon heeft in het campagneteam van Hillary gezeten. Waarschijnlijk ontmoeten we elkaar nog in León. De komende etappes van hen liggen iets anders dan die van mij. Morgen een kortere etappe van slechts 17 km naar Calzadilla de la Cueza.

Dag 20/ 17-04-2018; van Castrojeriz naar Frómista

Blauwe lucht, echt geen wolkje aan de lucht, tijd om op te staan. Vandaag wel een uitstekend ontbijt met heerlijke kaas en ham en goede koffie, veel beter dan gisteren. Het ontbijt was in het naastgelegen restaurant waar ik gisteren ook het avondeten had. In mijn t shrirt daar naar toe, heerlijk. En met het inpakken vanmorgen zag ik opeens mijn tabletpen liggen, die was iets onder het bed gevallen, ook weer geregeld, alles weer compleet. Vandaag een lange etappe met redelijk snel, direct een klim. Eerst over een lange Romaanse weg gelopen gebouwd als een Romaanse brug.


De zon stond nog erg laag dat kun je zien aan de erg lange schaduw, en ik loop naar het westen is mijn conclusie en dat is de juiste richting.


De berg die je in de verte ziet moeten we vandaag over, het lijkt allemaal ingewikkeld maar dat valt wel mee, het is 1,1 km lang omhoog met een hellingspercentage van 12%. Ik heb er maar 17 minuten over gedaan. Het went echt. Hieronder zicht vanaf beneden op het pad naar boven, en zicht van boven naar beneden, net rechts van die berg in het midden ligt Castrojeriz waar ik vandaan kom. Allemaal mooie nog groene korenvelden.



Als je boven op de berg komt, iedereen even uitpuffend, loop je op een volledig vlakke hoogvlakte. 1 km verder ga je vanzelfsprekend weer naar beneden, zoals bij iedere berg, de andere kant van de berg. De afdaling is iets steiler slechts 18 %. Ben je in ieder geval weer snel beneden.


Even tussen het schrijven door een toastje kaas maken. Doe ik sinds een aantal dagen steeds, na het douchen, even wat toastjes maken met heerlijke kaas. Ik heb niet zo zin in een complete maaltijd en heb vaak al onderweg iets gegeten, als een tortilla de Espagne of een broodje. Op de route pas weer na een 11 km gestopt voor eerst een kop koffie. Bijna alle pelgrims stoppen daar dan ook direct, bij de allereerste uitspanning. De reeds ontmoette Nederlanders, Australiërs, Amerikanen etc zaten daar natuurlijk ook. Het Amerikaanse stel kwam ik onderweg al voorbij, ze hadden slecht geslapen, geen ontbijt gehad en geen koffie. Dit was nu dan eindelijk hun ontbijt. Verder loop je nu echt in het vlakke gebied richting León, af en toe iets omhoog maar heel veel vlak. Een beetje Nederlands land, maar dan met Spaanse kentekens. Bijvoorbeeld deze in het korenveld staande boom, prachtig gezicht.


Ook nog even gestopt in Boadilla del Camino voor een kop koffie en een heerlijk stokbroodje met een dikke plak heerlijke ham er tussen, samen met vele pelgrims in de tuin in de zon bij de auberge. Als je voorbij dit plaatsje bent kom je snel te lopen langs het “ Canal de Castilla”. Je loopt bijna 6 km langs dit kanaal richting Frómista. Het kanaal ligt er niet voor schepen maar echt voor waterbehoefte voor de korenvelden. Hier loop je langs tot aan de stuw van Frómista, een heel bijzondere stuw, zie de foto’s. Over de stuw, gelijk onderaan rechts van de foto loopt de Camino verder en kom je snel in Frómista.


Wil je verder pelgrimmeren dan heb je bij deze stuw de mogelijkheid te kiezen welke kant je op wilt. Voor mij nu al wel duidelijk, Santiago de Compostella.


Aangekomen in Frómista staat mijn hotel op de Plaza San Martin, genoemd naar de kerk San Martin. Ook mijn hotel heet San Martin, de kerk is ook de bezienswaardigheid van het dorp, open ter bezichtiging voor pelgrims met een entree van één euro. De kerk dateert wel uit 1066 en is zoal de omschrijving stelt, een toonbeeld van Spaanse/Romaanse bouwkunst. De kerk is sober en eenvoudig, maar barst van de kleine beeldhouwwerkjes, je moet er even opletten. Hier heeft vroeger natuurlijk ook een klooster gestaan, maar dat is volledig verdwenen. Vanaf mijn Frans balkon van mijn hotelkamer mag ik op de kerk en het plein uitkijken. Even een blijk van de buitenkant en van de binnenkant van de kerk San Martin.


Beneden mijn Frans balkon is het een samenkomen van pelgrims, verhalen van vandaag uitwisselen, vooruitkijken naar morgen en verhalen over jezelf of andere zaken. Interessant. Morgen minder lange wandeling naar Carrión de los Condes, met weer blauwe lucht met veel zon. Net weer lekker het menu perigrinno gegeten. Weer lekker en 11 euro armer. Daarna nog even met pelgrims uit Dublin gezeten en uit Niew Zealend. Geen alcohol meer genomen de wijn bij het eten was genoeg. Nu even herstellen voor de tocht van morgen.


Dag 19/ 16-04-2018; van Hornillos del Camino naar Castrojeriz

Op zich had ik een goede kamer met een goed bed, niets mis mee. Maar het ontbijt op de wijze hoe dat ging had ik nog niet meegemaakt. Gisteren vroeg ik nog hoe laat het ontbijt zou zijn en waar? Alles staat in de keuken klaar werd gezegd. Hoe gaat dat in zijn werk? Op de eettafel liggen twee broden, en verder zoek je het maar uit, zelf koffie zetten, jus d’orange uit de koelkast halen, borden kopjes en glazen zoeken in de kastjes, jam pakken en dat was het. Geen ander beleg als kaas of ham en zelfs geen boter aanwezig. Ik at aan een grote tafel samen met 8 Fransen, die een beetje liepen te mopperen. Gisteren gaf ik al aan dat het allemaal wat chaotisch ging, dat was nog zo. Het groeide de eigenaren het wat boven het hoofd denk ik. Ik moest nog afrekenen voor het eten van de dag ervoor, de eigenaar zei dat doen we wel in één keer. Maar vanmorgen alleen maar de dame aanwezig die de kamers ging schoonmaken. Ik heb haar het door mij geschatte bedrag van € 15 gegeven, dat vond ze wel goed en ze beloofde het te zullen afgeven. Ook weer meegemaakt.

Vandaag rustig op stap gegaan, ik wilde niet weer erg vroeg aankomen, tegen negenen op pad naar Castrojeriz. De regen is voorbij, ondanks dat we gisteren alleen wat motregen hebben gehad, dat viel wel mee. Het nadeel is wel dat de paden vaak erg nat zijn en soms gewoon blubber.





Vandaag eens wat voordeuren op de foto gezet, ik heb er nog veel meer. Goed en slecht onderhouden, maar dat maakt niet uit. Wat je nog veel ziet is dat men een schot van ca 80 cm hoog schuin tegen de deur opzet. Dit is een sneeuw gebied, een week geleden sneeuwde het nog. Als je de voordeur opendoet valt de sneeuw niet naar binnen, en kan je eerst de sneeuw voor het schot weghalen, erg eenvoudig maar slim bedacht!!!


Na bijna 11km lopen bereikte ik vandaag het eerste dorpje, Hontanas. Een plek waar ik mijn ontbijt kon afmaken, 2 goede koppen koffie genomen, met een lekker broodje met boter, sla, ei en tomaat, daar was ik aan toe. Gelijk net als vele pelgrims direct het eerste barretje bij het dorp genomen. Inmiddels kan je weer goed buiten zitten, mooi weer. Weer vele bekenden gezien en gesproken, altijd weer erg leuk.

Hieronder zie je Hontanas net niet liggen, maar de bocht voorbij het glooiende landschap dan ben je er, al met wat blauwe lucht. Wat een vergezichten de hele tijd.


Hier in Hontanas zit je al op ongeveer de helft van de route van vandaag. Weer ruim een uur verder lopen kom je bij de “ convento de San Antón” (Antonius). Ook hier is weer een legende bekend. Aan de kloosters van deze orde kon je genezen worden van het “Antoniusvuur” ook wel ergotisme genoemd. Het is een kriebelziekte veroorzaakt door het eten van moederkroon van besmet graan, een giftige schimmel. De ziekte lijdt vaak in die tijd tot de dood. Maar San Antón kon dat genezen, de “wondergenezing”. De monniken van deze orde droegen de T vormingen letter “Tau”, dit is de laatste letter van het Griekse alfabet. Deze letter werd dan ook het “ Cruz del Peregrino”, het mystieke teken van de Sint Jacobsroute. Vaak op iedere schelp van de Jacobsroute zie je dit teken afgebeeld.


De monniken van San Anton zijn niet meer op deze plaats, er is nog een grote ruïne van de kerk, het klooster is verwoest. Alleen de overgang van klooster naar kerk ruïne is er nog, daar gaat nu de weg doorheen. Als je onder de ruïne doorloopt klinkt er heerlijke muziek. Waar komt dat toch vandaan, wat origineel dat men dat bedacht heeft. Loop je iets door dan kom je bij een leuk rustpunt, met muziek, daar kwam het vandaan. Ik heb een filmpje gemaakt onder de ruïne waar je op de achtergrond die muziek hoort, prachtig.

Als je ‘s middags en een dorp bent heb je het idee dat er niemand woont, je ziet geen enkele lokale bewoner op de barmannen na. Er lopen echt alleen maar pelgrims. Het lijkt ook wel drukker te worden met pelgrims, vanavond gegeten met twee Amerikanen, twee Australiërs en een Deense vrouw. Erg leuke gesprekken aan tafel. De camerera stelde voor dat ik morgen zou betalen, heb dat maar niet gedaan en mijn.   € 10 maar direct betaalt voor het 3 gangen diner met wijn en water.. dat je weinig lokale bewoners ziet is misschien wel te wijten dat alles buiten het dorp gebeurt, werk, school etc. Ik heb een foto gemaakt van de openingstijden van het “postkantoor”, van 11:00 uur tot 11:15 uur. En dan alleen van maandag tot en met vrijdag??? Ik verwacht dat de postbode er dan zit.


En dan is het ook geruststellend om te zien dat de “guardia civil” over onze veiligheid waakt. Deze posters zie je vaak hangen. “ wij beschermen de Camino, wij zorgen voor de pelgrims”. Vandaag wat lokale wetenswaardigheden in het blog, zoals de voordeuren, het postkantoor en de Quarde Civil.. bij het verlaten van Hontanas kwam ik deze muurschildering nog tegen, die wilde ik ook nog even vereeuwigen.

0


Morgen naar Fromista, ongeveer 25,5 km met een stevig klimmetje erin waar iedereen het over heeft. Kan niet voor achten ontbijten, dus niet te vroeg op pad. Morgen ook even kijken of ik ergens een tablet pen kan kopen. Iedere dag let ik goed op dat ik alles weer bij me hebt, maar helaas ik kan mijn tabletten niet vinden. Dat is wat lastig met foto’s verkleinen en een goede positie geven, misschien is dat al opgevallen.

Dag 18/ 15-04-2018; van Burgos naar Hornillos del Camino 

Weer de wandelschoenen aan voor een nieuwe etappe, de dag na een rustdag heb ik wel moeite om weer het ritme met lopen op te pakken, even wat pijntjes, even wat stijf, maar als de spieren warm zijn gaat de trein weer “tjoeketjoeketjoek” Vandaag vroeg gestart, net voor achten. Dat was niet zo slim achteraf want ik was om half een al in Hornillos del Camino. Gisteren niets over ontmoetingen met pelgrims verteld, nu die waren er volop, wel weinig bekenden, behoudens het stel uit Amerika dat ik ook had ontmoet met het verjaardags diner van Marc uit Canada. 

Vanmorgen, het was zondag, in Burgos alleen de reinigingsdienst aan de slag, om alle straten en pleinen weer schoon te maken van al het afval wat het uitgaansleven van de avond en nacht heeft achtergelaten, wat een troep. Op straat, voor wie dat nog kent, lijkt het wel een autoloze zondag, geen auto te bekennen. Burgos inlopen was voordat je in het oude deel was een ramp zoals ik die dag ook heb beschreven, maar Burgos uitlopen was veel prettiger, mooie parken, het kasteel van Burgos en gewoon een schone en nette omgeving.

Bye, bye Burgos , de kathedraal achter me latend.


Direct als je de bebouwde kom van Burgos uit bent duik je de korenvelden in, een heuvelachtig landschap met middeleeuwse dorpjes, lopend over onverharde veldpaden. Soms zie je geen enkele pelgrim voor je lopen en dan ineens weer velen. Dorpjes kom je er maar eigenlijk twee tegen, Tardajos en Rabé de las Calzadas, waar ik mijn koffie van de ochtend heb genomen. Toen was ik al een twee en een half uur onderweg. En stil in die dorpjes, zie hieronder. Een fontein en een mooi straatje zonder “volk”. En! Alle luiken dicht.....


In mijn denken zat, dat er nog een dorpje zou komen voor Hornillos del Camino. Toen ik samen met 2 Zuid Koreanen de berg (toch een klim vandaag) liep en we het wijde uitzicht van een in de verte liggend dorpje zagen, dacht ik tijd voor een volgende break, maar die break duurt tot morgenochtend want dat was al Hornillos del Camino, daar kwam ik pas achter toen ik het dorpje inliep. Het was overigens wel een heel mooi gezicht hoe het zandpad meanderend de berg afloopt richting Hornillos del Camino. Zie hoe mooi het pad naar het dorpje loopt, schitterend gezicht.


Naar het dorpje lijkt heel ver, maar als je een 15 minuten verder bent dan ben je er. En inderdaad was het even schrikken toen ik het bord met de naam van het dorp zag, ik ben er al.


Het is een klein dorp, dus snel mijn slaapplek gevonden “la casa del abuelo” het huis van mijn opa. Verder in het dorp 3 bars een superkleine tienda (winkel) een kerk en veel slaapplekken voor pelgrims. De huidige eigenaars van opa’s huis hebben zijn huis omgebouwd tot pension en naast het huis een kleine bar met restaurant gebouwd. De kinderen hebben ook nog vrij vandaag want het is zondag dus de eigenaars lopen te rennen en te vliegen om alles en iedereen tevreden te stellen, en dat lukt uiteindelijk. De casa van opa en de kerk zijn dan ook de bezienswaardigheden van het dorp.



Maar het grote voordeel in een klein dorp zitten is weer het contact met je mede pelgrims, al weer gesproken met de twee Zuid Koreanen, als ik kon vertellen welke voetbalclub wij hadden dan wisten ze wel waar ik vandaan kom, Ajax, ja die kenden ze wel, toen ik aangaf dat ze waarschijnlijk dit jaar niet de kampioen zouden worden en dat dit jaar PSV zal zijn?? Daar hadden ze nog nooit van gehoord. Een Deen die ik eerder had gezien, een Australiëer met wie ik had gedineerd in Roncevalles, Franse dames en nog veel meer. Inmiddels ontmoet je ook veel nieuwe mensen, weer leuk en leerzaam. Aan de Australiër vroeg ik waarom hij nu helemaal hier in Spanje komt lopen, zo ver van huis. Eigenlijk was het antwoord heel simpel, twee dorpen in Australië liggen gewoon 300 km uit elkaar. Ik snap het. De Franse dames komen uit Avignon, ik heb ze complimenten gemaakt voor het mooie straattheater festival daar in de zomer. Je ziet ze blij kijken en denken “ hij kent het”.

Vandaag heb ik regelmatig lopen denken aan de wijze spreuk van Goethe; “Nur wo man zu fuss war, war man wirklich...” waar  je lopend was, was je werkelijk, zo voelt deze tocht ook echt.

Morgen maar niet te vroeg op pad, het weer wordt de komende dagen goed, nog bruiner worden. Morgen naar Castrojeriz.


Dag 17/ 14-04-2018; dag in Burgos 

Een rustdag? Je gaat natuurlijk toch van alles bekijken, en zeker in Burgos. Het oude deel is een groot museum, prachtig. Gisteren gaf ik vast een voorproefje van een zicht vanaf het Plaza Mayor op de torenspitsen van de kathedraal. Loop ik later terug naar het hotel en kom ik langs een kunsthandel. Die plek heeft dus niet alleen mij geïnspireerd maar ook de kunstenaar, grappig. Zie hieronder mijn foto en de aquarel van de schilder.



Dat even voor het begin van vandaag. Vanmorgen lekker rustig aangedaan, pas om 9:30 gaan ontbijten en tegen half elf de stad in op kunsttour. Het weer is goed, wolken maar ook veel zon. De kathedraal van Santia Maria is een groot museum, ik heb ruim 2 uur over mijn bezoek gedaan. Ik kon een guide krijgen die ik op Nederlands kon instellen, om niets te missen van het verhaal en de geschiedenis. Burgos is een belangrijke stad geweest in de geschiedenis van Spanje, Burgos ligt in Castilië, en ook dat was een koninkrijk. De koningen lieten veel bouwen en zorgden voor het geld. Na de militaire staatsgreep kwam Franco als dictator aan de macht, Franco kwam uit Burgos en vestigde zich en maakte het de “hoofdstad” van Spanje. Na enige tijd was Madrid weer de echte hoofdstad (dat was het al sinds 1561) en is Franco daar ook verder gaan regeren, dicteren. In geen enkele andere stad op de Jacobsroute hebben politieke, economische en kerkelijk machten dan ook zoveel indrukken achtergelaten die je nu kan bewonderen.


Ja, de kathedraal Santia Maria, het hoogtepunt van Burgos. Wat heel veel indruk op mij heeft gemaakt is het vele beeldhouwwerk wat je in en buiten de kathedraal ziet. Vooral het fijne filigran beeldhouwwerk komt erg veel voor en is indrukwekkend. De koepel in de kerk is echt zo bijzonder, dat moet je in het echt gezien hebben. Op foto krijg je dat niet goed vastgelegd, maar ik heb het geprobeerd. Bovenin de 8 hoekige ster waar licht vanuit de “hemel” doorkomt, zo werd het verteld.


Dan is dit niet één kerk maar het zijn er 4 met daarnaast nog heel veel kapellen. Iedere kerk of kapel werd gefinancierd door een koning of een vermogend en belangrijk iemand, je ziet dan ook  in de kerken en de kapellen die koningen, of rijken vaak met hun gemalinnen begraven liggen, mooie tombes met het graf eronder. Als je wat betaalt mag je er ook na je dood van genieten was de zienswijze. Een mooi voorbeeld zijn de tombes in de kerk aan de kop van de kathedraal, de tombe van  Pedro de Fernandez de Velazco en zijn vrouw Mencia.


 Hieronder gewoon nog wat foto’s van de kathedraal, die overigens op de werelderfgoedlijst van Unesco staat.


Een maquette met een totaal overzicht en weer een schitterende kapel.




De gouden trap naar een ingang van een andere zijkant van de kerk, waar de weg veel hoger ligt. En rechts een van de de 6 grote beeldhouwwerken achter het priesterkoor van de hoofdkathedraal. Zo mooi gemaakt. 2 van deze plateau’s zijn behoorlijk verweerd, wat komt door teveel zout en water in het gesteente. De kathedraal ziet er verder echt perfect uit.

Hieronder de dubbele, 2 verdiepingen, van de kloostergangen, 45 meter per zijde en dan natuurlijk vierkant.


En dan nog een grapje van een van de inmiddels 47 architecten die zich met dit werelderfgoed hebben bemoeid dat is de klokkenluider. Boven in de hoek bij de hoofdentree, zie je een mannetje die ieder kwartier op een klok slaat en ieder uur de klok luidt met het benodigde aantal slagen van dat uur. Op de entreezijde van de kathedraal staat een beeld van Papamoscas die dan ook ieder uur zijn mond open doet. Hieronder de “klokkenluider”.


Ik ben vanavond nog even naar de pelgrimszegen (iedere dag na de dienst van 19:30 uur) geweest in de Tecla kapel, een van de 4 kerken van de kathedraal. Er werd een pelgrimslied gezongen, ik ga het nog even vertalen. Jacobus probeert mij veilig weer naar Santiago te halen. Nog even na de dienst koffie gedronken, de oude stad door de hoofdtoegangspoort verlaten en op de Burgosse “Ramblas” nog even geflaneerd.


Morgen weer verder, inmiddels ben ik ca 295 km al op weg. Nu in 9 wandelwagen achter elkaar naar León, dan ben ik weer 214 km verder en ver over de helft. Morgen loop ik naar Hornilos del Camino.


 

Dag 16/ 13-04-2018; van San Juan de Ortega naar Burgos 

Vanmorgen geen ontbijttafel maar een picknick pakket. Het is en blijft een vreemd hotel. De receptie is 300 meter verder in een bar. En in die bar kreeg ik ook gisterenavond een plastic tas in mijn handen gedrukt met mijn picknickpakket, jus d’orange, witte dubbele boterham met kaas en ham, flesje water, banaan en cake. Maar hoe houdt je dat nu een beetje gekoeld? Ik had een buitendeur in mijn kamer naar een terras, die op een grote kier gezet en zo waar het is gelukt, smaakte uiteindelijk goed. Weet ik ook weer dat het ontbijt ook zo kan. Gisterenavond lekker gegeten in diezelfde bar. Samen mar Marc en Helena (die gaan na Burgos ongeveer, via via naar huis) naast ons zaten nog Amerikanen, hij was jurist voor een oliemaatschappij en werkte al 12 jaar in Caïro, een stad volgens hem met 20 miljoen mensen, daarom lopen ze nu een gedeelte van de Camino om de stad daar even te ontvluchten. Nog een biertje gedronken met onze Duitser met de blaren, hij was ook aangekomen en had inmiddels meer vertrouwen, in dat hij verder kan. Nog veel meer mensen gesproken, dat is pelgrimmeren, maar teveel verhalen om hier ook te benoemen. Na San Juan de Ortega verlaten te hebben duik je gelijk de bossen in. Ik had bij het ontbijt geen koffie gehad dus bij het tweede plaatsje direct aan een Americano. Dat was in Atapuerca, een Unesco beschermd gehucht vanwege Romeinse opgravingen. De gevonden resten zijn, wordt gesteld, 800.000 jaar oud (ja het staat er goed) hier zijn botten gevonden van Homo antecessor, de voorgangers van de Homo sapiens. Ik heb het gelaten voor wat het is, ik wist wat voor dag ik nog voor me had. Doorgelopen naar Cardeñuela voor weer koffie, Marc en Helena liepen net weg, maar bij mij aan tafel zaten de Amerikanen van gisteren met het eten. Bij de eerste koffie heb ik een Nederlander ontmoet, we gingen daar samen weg, en ik kwam hem weer tegen na de tweede koffie, hij wist dat ik daar zat, maar vond dat ik zo snel liep en daarom was hij maar doorgelopen??? Ik snapte dit niet helemaal, verder de dag heb ik hem ook niet meer gezien.

Nadat we Cardeñuela uitgelopen waren kregen we nog even een flinke klim, niet alleen vanwege het klimmen maar vanwege het slechte pad eerst een mooi wijds uitzicht, dan een rotsweg.



Boven op de berg ( de Matagrande) aangekomen staat een groot kruis, weer behoorlijk omringd met stenen van de pelgrims. Op die berg is het een grote kale hoogvlakte met een hek waarachter een militair oefenterrein ligt. Het hek is volledig in verval, maar ik hoorde wel schietoefening.


Ben je over de berg heen dan kun je bij helder weer al Burgos zien liggen, maar dan is het nog ruim 15 km. Aan de linker kant van de foto ligt in het grijze gebied Burgos, wat je rechts ziet is een afgraving voor stenen.


En dan naar beneden, en krijg je een niet mooie wandeling naar Burgos. Je loopt over smalle asfaltwegen, dan grindpaden en loopt dan tegen het hek van het vliegveld van Burgos aan. Je komt aanlopen aan de ene kant van de landingsbaan en je moet onderlangs om het andere einde van de landingsbaan. Daarbij heb je zicht op de rokende industrie van Burgos. Ik heb ruim drie kwartier om dat hek van het vliegveld gelopen. Niet denken ik ben in die mooie stad Burgos, nee je loopt langs sloopbedrijven, andere industrieën en afbraak panden vol met graffiti. En dan is het nog vanaf dat vliegveld ruim 5 km tot de oude stad. Uiteindelijk kom je in de bewoonde wereld van Burgos, tamelijk in het begin zag ik eindelijk iets moois van Burgos, een rotonde waarmee de pelgrims verwelkomt worden.


Er stond ook een bord bij met tekst van het welkom.

Maar dan duurt het nog heel lang voordat je in het oude centrum bent. Daar heb ik ook mijn hotel, hotel Cordon. Het hotel is vernoemd naar een prachtig huis wat er direct naast ligt “casa Cordon” En zie je de blauwe lucht?


Vast een kleine glimp van torens van het mooie en de wereldberoemde kathedraal van Burgos. Deze foto is gemaakt op het iets verder gelegen Plaza Mayor.


Morgen ga ik alles uitgebreid bezoeken, dan meer over Burgos 

Dag 15/ 12-04-2018; van Belorado naar San Juan de Ortega

Vandaag alweer de 11e wandeldag, en een dag met zon en geen regen. De temperatuur mag wat hoger zijn, maar dat zal wel lastig zijn op een hoogte van ca. 1200 meter. Gisteren heeft het op de berg nog gesneeuwd, je zag ik her en der sneeuwresten liggen en alle paden waren behoorlijk nat. En zo vertrek je door de smalle straatjes van Belorado, een mooi gezicht. Gisteren hier ook weer lekker her Peregrino menu gegeten samen met een Canadese en een Engelse vrouw. De Engelse vrouw smokkelt af en toe met wandelen, zij neemt stukken van de route een taxi! In het restauarant zaten natuurlijk ook weer Marc en Helena uit Canada, je ziet je blijft elkaar tegenkomen.


Als je Belorado uitloopt dan ben je blij de zon te zien, grotendeels blauwe lucht, in de verte zie je de sneeuw van gisteren nog liggen. Wel een mooi gezicht. Door de straatjes van Belorado lopend, kwam ik natuurlijk ook weer Marc en Helena tegen, die ook net klaar stonden om te vertrekken. Even en stukje samen opgelopen, en iets verder kwamen we ook nog de Duitse Stefan tegen, hij loopt nog, langzaam maar hij komt vooruit, het wordt vandaag een pittige tocht. Even verder een opstopping van pelgrims, die groene rugzakken zijn van Marc en Helena. Desondanks blijft niemand samenlopen, je wilt allemaal je eigen tempo aanhouden, maar telkens op de tocht kom je elkaar toch weer tegen.


De laatste 12 km van vandaag gaat door het bos, geen plaatsjes. Ik heb dan ook besloten pas te stoppen bij het laatste plaatsje voor die 12 km. Ik heb mijn koffie genomen in dat plaatsje “Villafranca-Montes de Oca”. Daarna aan de klim begonnen naar de top van de Montes de Oca, een klim weer naar ca. 1200 meter, het is wel zo dat je al op 800 meter hoogte start. Echt zwaar was de klim niet, of het begint gewenning te worden. Bovenop de berg een mooi uitzichtpunt op nog hogere bergtoppen van ca 2300 meter. Een jonge Zuid-Koreaanse dame wilde mij daar we even op de foto zetten.


Als je nog een stuk doorloopt, uiteindelijk ga je nog hoger, kom je bij een monument tegen van de Spaanse burgeroorlog van 1936 tot 1939, net voor de tweede Wereldoorlog. Er was een militaire staatsgreep geweest en twee groepen zetten zich tegen elkaar op, waaronder de Nationalisten, die het weer aan de stok kregen met de Basken en de Catalanen. Het verhaal is nog uitgebreider maar dat wordt voor hier iets teveel geschiedenis. Loop je voorbij dit monument dan zie je het volgende beeld, een pad omlaag en omhoog. Onderaan was een beek met daarover een houten bruggetje, over die brug liep net zoveel water als eronder en wij moesten over de brug. De grone stipjes beneden zijn weer Marc en Helena.


Onderweg kom je ook gerusstellende aanwijzingen tegen hoever je nog mag, dit was een mooie. Hoe versier je je huis? Dus zo.

En na 6 km door het bos was er toch nog een rustpunt, weer dan de vraag “wat je wilt hebben” en doneer wat je wilt, het is aan de pelgrim.


12 km door het bos is niet niks, je moet je verweren tegen wolven, rovers en bandieten. Wat ben ik blij dat San Juan geleefd heeft. Hij is een leerling van Domingo (de Domingo van de la Calzada) Juan ging op bedevaart naar Jeruzalem, op zijn terugreis kwam hij in een zware storm, als een wonder is hij gered en daar heelhuids uitgekomen. Hij is zich na dit wonder gaan vestigen in het onherbergzame gebergte van Oca. Hij bouwde daar de San Nicolás kerk, met daarbij met tegenzin van de bandieten, een pelgrimsherberg. Hij had dezelfde doelstelling als Domingo, de pelgrims een veilige weg en een goed onderkomen bieden. Later vestigde zich rond de kerk ook een kleine kloostergemeenschap. En wat ben je dan blij dat je na 12 km bos de San Nicolás kerk ziet, je weet dat je veilig het bos bent doorgekomen en een onderkomen hebt, in het nu naar hem genoemde gehucht van kerk, klooster, pelgrimsherberg, bar en 10 huizen “ San Juan de Ortega”.


Juan ligt natuurlijk begraven in een tombe in de kleine San Nicolas kerk. Ik slaap in een soort “hotel”. Echter je moet de sleutel van je kamer ophalen ca 200 meter verder in een bar. Ontbijt is lastig ze maken wel een picknick pakketje voor je klaar. Ach zo kan het ook. 



Vandaag hebben Marc en Helena en ik elkaar vaak ontmoet. Marc is vandaag 60 jaar geworden, daar hebben we alvast een biertje op gedronken. Als “present” van Helena slapen zij ook in een kamer met douche in het hotel zonder receptie. Vanavond gaan we om zijn verjaardag te vieren samen eten in de bar, we hebben al een tafel voor 3 gereserveerd!!!! Morgen lopen we naar de mooie stad Burgos, daar blijf ik weer 2 nachten om even bij te komen. In mijn omschrijving staat dat het 17 km naar Burgos is, maar het is 27,7 km. Gelukkig geen echte klim erin. Het onderstaande kaartje geeft ook al 23 km, en ik ben nog niet in Agés.





Dag 14/ 11-04-2018; van Santo Domingo de la Calzada naar Belorado

Alweer op naar de 10e wandeldag. Vanmorgen ook weer om 8 uur ontbeten en om 8:45 weer op stap, maar eens even kijken wat die beste Domingo er allemaal van heeft gemaakt, hij is trouwens ook de beschermheilige van de wegenbouwers, bruggenbouwers en de ingenieurs weg en waterbouw. Een ding heeft hij niet geregeld, dat was het weer. Het was wel, ondanks de natte voorspellingen, de hele dag droog maar het had vannacht gesneeuwd, uiteindelijk loop je nog steeds op 800 a 900 meter hoogte. Last van sneeuw heb ik niet gehad, af en toe wat vlokken naast de weg maar meer niet. Het gaf wel weer een mooi aanzien voor een foto. Naast me maakte een Duitse vrouw ook deze foto, “sneeuw nu in Spanje” waarum?? Zei ze.


Je ziet een mooi glooiend gebied met wat sneeuw in de verte. Wat ook opvalt dat ineens de druivenvelden verdwenen zijn. Je loopt inmiddels de autonome regio Rioja uit en komt in de autonome regio Castilla Y León, dat zal het verschil wel wezen voor de druiven. De regio Castilla Y León is de grootse autonome regio van Spanje. De tocht van vandaag was wel saai, ondanks dat Domingo ervoor heeft gezorgd dat we overal over paden, wegen en bruggen konden lopen, heeft hij geen invloed gehad op de weg N120. Niet de vervanger van de snelweg A12, maar een heel drukke tweebaans weg met heel veel vrachtwagens. En juist daar, langs die weg, loopt de Camino, kilometers lang. Er volgen zich wel snel achter elkaar dorpjes op. Het eeerste dorpje, Grañón, met 1 bar waar het me veel te druk was ben ik maar voorbij gegaan, het volgende dorpje, Viloria de Rioja, was beter, daar was plek genoeg en de koffie ook lekker. Toch kom je onderweg wel aparte dingen tegen; wat je veel ziet zijn huizenhoge stapels van het afval van het koren, soms zie je dat ze het op vrachtwagens laden, maar hier nog niets.


En speciaal voor William, een grote kolonie roofvogels, welke weet ik niet zeker, maar dat hoor ik nog wel van hem. Het was moeilijk om de hele kolonie van wel 15 vogels in beeld te krijgen. Was wel een indrukwekkend gezicht.


Aangekomen na een niet spannende wandeling, waarbij je overigens steeds meer mensen ziet lopen die amper nog vooruit komen, in Belorado. Een klein plaatsje met een ruïne, een mooi plein met voorziening voor de plaatselijk fanfare en een mooie muurschildering.


Op het plein ben ik ook even een mooi winkeltje ingegaan. In alle plaatsen zie je van dit soort winkeltjes. Helemaal volgestouwd met spullen, alleen de eigenaar kan weten wat hij of zij heeft. Ik wilde een paar ansichtkaarten kopen, er was een setje dat niet was kromgetrokken door de oudheid van de kaarten, dus 4 vlakke gekocht. Maar ik wilde er ook graag postzegels bij. Die had ze niet, maar na enig aarzelen heeft ze haar privé voorraad postzegels erbij gehaald. Eerst voor maar 3 kaarten genoeg zegels, de 4e maar teruggehangen. Opeens uit een ander vakje toch nog 3 zegels, dus de vierde kaart weer gepakt. Echt prachtig. Ik vroeg of ik haar op de foto mocht zetten, dat was goed, ze deed haar best om te glimlachen en wilde de foto natuurlijk ook even zien. Ach zo maak je toch leuke dingen op een dag mee. Je ziet ze plakt keurig de postzegels op de kaarten, 3 per kaart.


Hieronder nog even een foto van het plein en de buitenkant van de winkel. Aan dat plein zat de winkel.





Belorado bestaat al uit de Romeinse tijd met een Romeinse nederzetting, in de 10e eeuw uitgegroeid tot een christelijke stad met stadsdelen voor Moren, joden en christenen. De stad werd een grensstad tussen de regio’s Rioja en Castilla Y León. Ik heb ook de kerk bezocht “ iglesia de Sant Maria”,dat was van oorsprong de kapel van het kasteel op de grens. (Geen bijzondere kerk). Het kasteel is een ruïne. Wat wel mooi is om te zien, zijn de huisjes in de berg naast deze kerk.


Morgen naar San Juan de Ortega, ik kom dan weer op 1162 meter hoogte, wat klimwerk morgen (ik zit nu op 772 meter hoogte) De verwachting is wel dat het morgen droog is en misschien wat zon.

Dag 13/ 10-04-2018; van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada

Vanmorgen om 8 uur ontbeten en om 8:45 weer op stap, vandaag naar Santo Domingo de la Calzada, een lange naam voor een plaats maar daar later meer over. Het zou weer nat en koud worden, dus fleecetrui erbij aan en op stap. Na 1 km de trui al weer in de rugzak gedaan want dat was veel te warm. Het was vandaag nagenoeg toch droog en veel minder koud dan gisteren. Gisteren nog wel even het museum bezocht van het klooster in Nájera, de tentoonstelling ging hoofdzakelijk over de koningen van Nájera. Niet een bijzonder museum.

En dan op pad, het landschap is niet erg bergachtig meer, maar zeg maar heuvelachtig. Je moet wel telkens de heuvel op en af, maar niet meer zo pittig als in de Pyreneeën. Volgens mijn app heb ik vandaag ook maar 16 verdiepingen geklommen, dus dat klopt wel. Je loopt eigenlijk de oude weg naar Santiago, nu grind-zandpaden, over oude bruggen, en je merkt het als je dorpjes inloopt, de aansluiting op bijna altijd de Calle de Mayor, Hoofdstraat, of Grotestraat genoemd. Onderweg kom je soms heel oude kunstwerken, tekens, gebouwen, tegen en soms modernere. Dit bevestigt ook wel mijn beeld dat het de oude route is. Alleen de snelweg A12 blijft je volgen, het is duidelijk dat die ook richting het westen gaat. Hieronder twee voorbeelden van oud en moderner, gisteren had ik al een foto geplaatst van de ruïne van een oud hospitaal.



We blijven in Rioja lopen, wijnvelden in overvloed, heel veel. Daarnaast hebben ze een stelsel van irrigatiekanalen aangelegd, soms in verval en soms in gebruik. Het is heel mooi om te zien hoe vernuftig die kanalen in elkaar overlopen via putten. Er staan onderweg ook betere aanwijzers waar je niets aan hebt. Het zijn palen met daarop geschreven “Santiago” er hoort nog een schelp boven te zitten maar die zijn bijna allemaal verdwenen. De palen zijn gefinancierd door de Europese unie. Je hebt er niets aan omdat ze nooit op een kruising staan, gewoon af en toe onderweg, zinloos.


Vandaag flink doorgelopen, daar nodigen deze paden zich ook wel voor uit. Pas om half twaalf koffie genomen in Cirueña, wel weer iets van de route af maar geen probleem. Daarna nog ca. 6 km naar Santo Domingo de la Calzada. Als je aankomt lopen zie je het stadje al in het licht achter de koolzaadvelden liggen een mooi gezicht.



Aangekomen in Santo Domingo de la Calzada eerst even het museum en kathedraal van de stad gaan bezoeken, je weet nooit hoe laat het weer dicht gaat. Echt heel bijzonder in een stad van 7000 inwoners. Dat de kathedraal daar staat heeft ook een bepaalde reden, weer zo een oud stuk op de route. Hieronder het verhaal daarover. De plaats bestaat dankzij de Camino Santiago en haar pelgrims.


Vanaf het begin was Santo Domingo de la Calzada altijd verbonden met de bedevaart van St. Jacobus ..De oprichter, Domingo García, werd geboren in Burgos in 1019. Hij besloot om zijn leven aan God te wijden en probeerde de kloosters van San Millán en Valvanera binnen te gaan, maar werd niet aanvaard. 

Rond het jaar 1040 werd hij een kluizenaar in de bossen die de plaats innamen waarop deze stad nu staat. Vanuit zijn huis was hij in staat om te zien hoe moeilijk de bedevaart was voor de pelgrims, en hij begon met hen te helpen door een brug te bouwen om de Oja-rivier over te steken, een ziekenhuis waar pelgrims hun heil konden zoeken, wegen die naar Nájera en Burgos gingen  en een kleine kerk.
Domingo kreeg de goedkeuring van Alfonso VI de Castilla, die het stuk land gaf waar Domingo de eerste kerk bouwde in 1106, maar helaas niet meer bestaat. Toen hij stierf, op 12 mei 1109, werd hij begraven midden in de Bedevaartskerk die hij had ontworpen. Zijn volgelingen behielden het kleine dorp dat later zijn naam aannam en zij zetten zijn werk voort en creëerden een broederschap, dat tegenwoordig zijn herinneringen, tradities en overtuiging levend houdt door met pelgrims in het hostel te werken.

En wat een schatten, cq kunstwerken in zo een plaatsje, gewoon onvoorstelbaar.


Links de tombe van Domingo, die begint in de kelder, waar het graf is en torent boven de begane grondvloer uit. Rechts een altaarstuk, van de hand van Damon Forment uit de 16 e eeuw. Het is onvoorstelbaar hoeveel beelden hierin zijn verwerkt, ontelbaar.


Gewoon een groot museum.


Tegenover de tombe in de kathedraal waar Domingo begraven ligt zit een kippenhok?? Met echte kippen erin, waarom? Er is een wonder gebeurt, de legende (inmiddels al de 3e in mijn blog) die daarbij hoort lees je hieronder.


De legende vertelt over een Duitse pelgrim genaamd Hugonell die met zijn ouders naar Santiago liep, toen ze besloten om uit te rusten in een herberg in Santo Domingo de la Calzada. De eigenaar van de dochter van de herberg werd onmiddellijk verliefd op hem; maar haar gevoelens waren niet beantwoord, dus het meisje, boos, plaatste een zilveren beker in zijn bagage en beschuldigde de jongen van diefstal. Dieven werden in die tijd bestraft met ophanging, en dit was het lot van Hugonell. Zijn ouders, bedroefd door zijn dood, zetten de pelgrimstocht voort en bij hun aankomst in Santiago de Compostela begonnen ze aan hun terugreis om het graf van hun overleden zoon te bezoeken. Toen ze echter in Santo Domingo aankwamen, merkten ze dat hun zoon nog steeds aan de galg hing, maar op wonderbaarlijke wijze leefde. Hugonell, opgewonden, zei tegen hen: "Santo Domingo heeft me tot leven gebracht, ga alsjeblieft naar het huis van de burgemeester en vraag hem me neer te halen". Snel kwamen de ouders aan bij het huis van de burgemeester en vertelden hem van het wonder. De ongelovige burgemeester, die zich voorbereidde om te dineren met vrienden, antwoordde: "Die jongen is net zo levend als deze twee gebraden kippen die we gaan eten", en plotseling kwamen de kippen tot leven, kregen weer veren en snavels en begonnen te kraaien. En zo is er tot op de dag van vandaag een gezegde over de stad, die gaat: "Santo Domingo van de weg, waar de hanen kraaien nadat ze zijn geroosterd". Voor het mausoleum staat een stenen, gotisch kippenhok, dat was gebouwd in het midden van de XVe eeuw om een duivin en een haan levend te houden ter nagedachtenis aan het beroemde wonder van Santo Domingo. Er zijn documenten van Paus Clemente VI uit 1350 die deze levende dieren in de kathedraal toelaten. Onder de kooi is een afbeelding van de pelgrim die wordt opgehangen, geschilderd door Alonso Gallego. Boven de kooi is een stuk hout uit de galg.

Ik heb een filmpje gemaakt met de kraaiende haan, helaas wat lastig om hier te laten zien. Maar een foto laat het ook zien, maar dan zonder geluid. Ik begreep wel dat iedere twee weken de kippen worden vervangen door andere kippen. Wat er met de oude kippen gebeurt werd er niet bij verteld.


Daarna eerst naar mijn hostal. Zo als gewoonlijk een douche, en inmiddels een goed ritme en methode om mijn schoenen schoon te maken. In een hotel lag een sponsje om mee te douchen, daarmee maak ik boven de wastafel mijn schoenen schoon, de volgende dag zijn ze weer als nieuw en droog. Toen nog even shoppen, rondkijken in het dorp. Ik kwam de Duitse Stefan tegen. Het ging nog steeds niet goed met zijn voeten, bloedblaren etc. Hij ging nog op zoek of hij schoenen maat 50 kon kopen??? Hij wil naar Santiago???? Ik hoop dat het goed komt met hem. Als afsluiting vandaag nog een mooie foto van de losstaande toren van de kathedraal. Morgen naar Belorado.


Dag 12/  09-04-2018; van Logroño naar Nájera


Even niet kijken naar de 4 menubalken, ik krijg die nog niet weg??? Het nadeel van dit maken op een tablet en niet op een computer.

Vandaag gaat een pittige dag worden, een tocht van ca. 27 km. En na een rustdag is het toch weer even op gang komen. Mijn rechter voet, de voet van de hielbeenbruk, speelt dan weer even op. Maar desondanks 6:30 uit bed, 7:00 ontbijt en 8:45 weer op stap. Het ontbijt was weer goed stevig met hetzelfde als gisteren, dat zou ik vandaag ook wel nodig hebben. Het eerste uur van de tocht en het laatste uur was het droog. Daartussen alleen maar regen, maar wat erger was, koud. Ik had me daarop ook niet goed gekleed, alleen een shirt onder mijn dunne regenjas, beetje dom. Vanavond aan Jacobus toch maar even vragen het zonnige weer weer terug te sturen. Het begin van de tocht was gelijk aan het eind van de tocht naar Logroño, eerst die toch wel grote stad uit en dan over brede paden ver rechtdoor lopen. Je maakt dan wel km. Uiteindelijk kom je dan bij een natuurpark uit, met grote speeltuinen??? En mooie bossen en een groot meer. 


Aan de linker kant van de meer kom ik uiteindelijk ook, een hele trip.

je merkt wel dat je in de provincie Rioja (spreek uit als rioga, weet je nog de J wordt een g) heel, heel veel druivenstruiken, of wijnranken. Zover je af en toe kan kijken.het is met de regen niet echt een fotodag, je moet je telefoon ophalen waar je die droog verstopt hebt, dat is wat ingewikkelder maar het kan. Sommige wijngaarden staan compleet in de stenen. Ik weet uit de vele wijnlessen, die we op onze wijnreizen met wijndeskundige Ben Bles mochten hebben, dat gesteente in de gaard invloed kan hebben op de smaak. Of dat hier ook het geval is? Ik weet het niet. Ook zie je beelden van weet ik wat voor heilige, bartholomeus, christoffel de reiziger, of misschien wel Jacobus. Voor wie ze hier staan? Voor de wijnboer of voor de pelgrim dat weet ik niet, wat ik wel zie is dat de pelgrims weer volop stenen aan de voet leggen. ( de foto is was wazig, koud hè)



Met zo een koude en natte dag wil je even warm een kop koffie kunnen nemen. Ik was van plan dat in Navarette te gaan doen, het was inmiddels al half elf. Er was een bar, die klein van binnen was, en je kon alleen een plekje buiten bemachtigen. Dat zag ik niet zitten, daar koel je helemaal vanaf. Dus dan maar doorlopen. Ik ben uiteindelijk pas in Nevosa om ca 12 uur gestopt. Om daar te komen moest ik een stukje omlopen, maar dat had ik er graag voor over. De omlooproute was ook volledig bewegwijzerd. Die bewegwijzering is in Rioja veel slechter dan in Navarra. De wegwijspaaltjes zijn verdwenen en het is gewoon goed opletten op de geel geschilderde pijlen op allerlei verrassende plekken. Maar lukt het niet? de app die ik heb biedt dan uitkomst, ik kan precies zien of ik op de juiste route ben. Maar uiteindelijk in Nevosa aangekomen kon ik binnen makkelijk een plek veroveren, droog shirt aangedaan, een Americano besteld en later ook nog een warme hap, frites met twee gebakken plakken bacon, en twee spiegeleitjes. Was mooi even lekker na ruim 4 uur lopen. Daar ook een Nederlandse vrouw ontmoet die de Camino al voor de 4 e keer liep. Het trok nog steeds en iedere keer was anders. Of ik dat ook doe? betwijfel ik, er zijn zoveel andere mooie tochten. De volgende op mijn lijstje is de zuiderzeeroute, die is pas nieuw en ook ca 500 km lang, en!! dichter bij huis. Hoewel Rome??? Voordat ik in Nevosa kwam zag ik nog deze ruïne, een oud hospitaal voor pelgrims. Nu valt er niets meer te halen. Op de vangrail zie je zo’n aanwijspeil.


Na weer op pad te zijn gegaan, is de bedoeling in een ruk naar Nájera. Dat is gelukt. Laatst schreef ik over de legende van Sint Walrick, vandaag kwam ik in het zicht van Nájera ook een legende tegen, ondanks kou en regen die toch even bestudeert. De legende gaat over ridder Roldán en zijn knechten. Zij liepen de pelgrimstocht en zagen in de verte het kasteel van Nájera liggen. Daar woonde een Syrische giant, reus, die niemand langs wilde laten naar Nájera. De reus nodigde desondanks Roldán uit om bij hem op bezoek te komen om te overnachten, Roldán accepteerde dat. Maar uiteindelijk had de reus andere bedoelingen en wilde het gevecht aan met Roldán en zijn knechten. Maar Roldán heeft de reus met zijn mes ter hoogte van zijn navel kunnen raken en doodgestoken. Dankzij Roldán is de route naar Santiago open. En op de plek waar hij, Roldán, het kasteel met de reus zag is nu gekenmerkt door dit bouwwerk. Ik heb even richting Nájera gekeken maar ik kon dat kasteel niet meer ontdekken. Het is een legende.....


Eindelijk aangekomen in Nájera, vanzelfsprekend eerst mijn hostal opgezocht, ik was zou koud, de vrouw van de hostal zie ook “ eerst de sleutel, daar moet je heen voor je kamer, je koffer staat al op je kamer,  en ik zie je straks wel” top. Eerst een hele warme douche en even liggen op bed. Toen natuurlijk toch even naar de vrouw gegaan, kreeg een plattegrond van het stadje, en ben dat even wezen bekijken, de Française kwam ik tegen, ze had het ook erg koud gehad. In het stadje koffie gaan drinken en een Deen ontmoet. Je wilt het niet weten maar hij liep de Camino voor de 14 e keer. Dit was wel zijn laatste keer??? En nog  even een picture van Nájera voor het gevoel.


Vanavond om 20 uur direct om de hoek van mijn hostel wat gegeten, ik had geen zin ver meer te lopen. Morgen naar Santo Domingo de la Calzada, 6 km minder dan vandaag, wel regen verwacht, maar wel pas om ca 8:30 op stap, is mijn plan.

En wederom iedereen bedankt voor de erg leuke en welkome reacties op mijn blogs, ook erg leuk dat oom Chris en tante Mieke en oom Henk en tante Gré meelezen.




Dag 11/ 08-04-2018; Dagje Logroño

Vanmorgen lekker uitgeslapen, pas om 9 uur het bed uit. Even douchen, schone was opvouwen, en in de tas en dan pas naar het ontbijt. Zowaar de eerste keer een stevig ontbijt met scramble eggs en bacon. Lekker stevig ontbijt om de dag eens mee te beginnen. Ik zit hier in een wat luxer en groter hotel. Om kwart over 10 weer naar de kamer en me gereed gemaakt om Logroño te gaan verkennen. Maar goed dat ik dat direct ben gaan doen. Inmiddels begin ik de Spaanse gewoonten steeds beter te kennen, alles is open, van de ochtend tot 14 uur, dat geldt voor winkels, veel kerken, musea etc. Bij de “officina de tourismo” ( ook zij sluiten om 14 uu). Keurig een kaart van de stad ontvangen, met informatie wat open is en tot hoe laat. Na 14 uur zijn alle restaurants tot 17 uur open, die sluiten weer hun keuken om 17 uur, en ben je pas weer om 20 uur welkom. Het is echter zo dat er om 20 uur veel minder eters zijn dan in de middag. Ook wel begrijpelijk dat je dan anders eet, zodat het niet zo zwaar op je maag ligt voordat je gaat slapen. Ook het Spaanse leven begint vroeg.

Als eerste ben ik naar de grote kathedraal “ Co-Catedral de Sante Maria de la Redonda” het is ook echt een grote kathedraal met mooie details. De kathedraal bestaat uit een voorgedeelte en een hoofdgedeelte, eigenlijk twee kerken achter elkaar. Bijzonder vond ik de entree deuren van de voor kathedraal. Van binnen een beetje Lodewijk de 14e stijl, en buiten Chartres (de bekende kathedraal van Chartres in Frankrijk)



De buitenzijde en de binnenzijde van dezelfde ingang.





In de kerk was net een eucharistieviering aan de gang, wat mij opvalt is, dat iedereen maar binnenkomt als het uitkomt. Niet alleen toeristen maar ook heel veel Spanjaarden.(datzelfde heb ik gezien in Rusland bij de Russisch orthodoxe kerk) Wat ook hier opvalt is dat er nog 3 zondagochtend vieringen achter elkaar zijn, maar dat is niet alleen in deze kerk maar ook in de vlakbij gelegen kerken. Desondanks zat de kerk maar voor 1/3 vol. En wie trof ik daar weer? Marc en Helena uit Canada. Je ziet je blijft elkaar ontmoeten. We hebben samen dan ook maar de dienst bijgewoond.

Ook  zij hadden hier een hotel gereserveerd, dat viel vies tegen, klein en een gedeelde badkamer met een andere kamer. Ik heb Helena mijn bad aangeboden maar dat heeft te toch maar niet aangenomen. Wel een hoonlach. 

Het grote kunstwerk is wel bijzonder, God helemaal bovenin natuurlijk, daaronder de gekruisigde Jezus, wat van de hand van Michel Angelo is, daaronder Maria, en daaromheen apostelen en engelen. Als je in de kerk zit is dit echt interresant om te bewonderen. Aan de voet een marmeren tombe van de lokale held “generaal Baldomero”. In iedere kerk vind je ook een “Madonna”  zwart of wit. Ook in deze kerk.



Ook in Logroño een zondagse rommelmarkt, of curosia markt, zoals je het wil noemen. Altijd wel even gezellig om over te lopen.


Vandaag heb ik ook maar besloten om de “zware” maaltijd in de middag te nemen tussen 15 en 16:30. Zoals gewoonlijk het menu genomen, soms peregrino menu, of menu van de dag (dias). Het voordeel dat dat afwisselend is met onbeperkt water en wijn erbij. Vandaag € 15.

Dit was het voorgerecht, een salade met garnalen en champignons.


Vanavond maar wat crackers of brood eten, weer op tijd naar bed. Nog wel even naar het centrale plein bij de kathedraal geweest, dat was vanavond een ontmoetingsplek van oude bekenden en nieuwe pelgrims. Heel leuk dat ik daar ook Stefan uit Duitsland ontmoette, hij moest gisteren achterblijven vanwege zijn slechte voeten, maar vandaag is hij ook naar Logroño gelopen. Ik heb daar nog een kop koffie genomen met zicht op de kathedraal. De klokken luiden heel vreemd, niet heen en weer maar draaien iedere keer helemaal rond, en dan niet beiden gelijk wat een vreemde wijze van luigeluid geeft.


 De zon schijnt weer vandaag, wat het morgen gaat worden?  Je ziet al wolken bij de kathedraal, dat was om 20 uur, ik zal het zien. Morgen weer een lange tocht van ca 27 km naar Najera.


Dag 10/ 07-04-2018; Van Los Arcos naar Logroño

Vandaag de 7e loopdag, om op mijn eerste rustplaats aan te komen.

Zoals gisteren aangegeven wilden we kijken of het lukte met een aantal pelgrims samen te eten. Uiteindelijk zaten we met 7 man aan tafel, Marc en Helena uit Canada, een Schot, een Australiër, een Française, Stefan een Duitser en deze Hollander natuurlijk. De spreektaal is natuurlijk weer Engels. Ik heb wat moeite zoals eerder aangegeven, de Canadezen en Amerikanen goed te verstaan, maar de Schot is helemaal een ramp. Stefan en ik hebben hem regelmatig gevraagd of hij wat duidelijker kon praten. ( niet gelukt). De Française spreekt ook geen Engels dat is nog lastiger. Dit zo samen, is wel het bijzondere van pelgrimmeren, je vertelt wat over je familie, wat je doet en luistert naar bijzondere verhalen. De Australiër had tegen zijn zoon gezegd, dat als hij 18 zou worden ze samen op vakantie zouden gaan naar een plek waar zijn zoon heen wilde. Het werd Nieuw-Zeeland. Later had zijn zoon aan zijn vader aangegeven dat hij twee dingen persé samen wilde doen, en pa mocht geen nee zeggen. Pa stemde in, het eerste samen parachute springen, het tweede beide een tattoo laten zetten (zoon mocht niet voor zijn 18e een tattoo laten zetten), pa zat er aan vast en heeft ons zijn tattoo getoond.en zo hoor en vertel je van alles aan elkaar. Het eten was lekker, menu Pelegrino, 3 gangen, veel wijn en water voor € 12 per persoon. Ik heb een foto gemaakt van de Canadezen, Marc en Helena, die ik vanaf mijn eerste dag veel tegenkom. Links van hen zie je net de Schot zitten.


En dan op pad naar Logroño, je merkt dat je moe wordt, slaap gelukkig veel, en heb inmiddels moeite met het opstaan, dit zal allemaal wel horen bij deze 7 etappes. Mijn gezondheids app op mijn iphone houdt bij hoeveel stappen je doet, hoeveel km dat dan is, maar houdt ook het aantal opgelopen verdiepingen bij. Berg oplopen registreert de app als verdiepingen. Dag 1; 171, dag 2; 89, dag 3; 82, dag 4; 69, dag 5; 87, dag 6; 74 en vandaag; 69 verdiepingen. Ben benieuwd wat het verder wordt. 

Gisteren heb ik de heilige Jacobus gevraagd, na 6 dagen mooi weer, of hij niet in Nederland voor 2 dagen mooi weer kon zorgen (speciaal voor Ellen en Hans, die koken voor een grote groep op een scoutingkamp in Baarn). Ik ben verhoort, want in Nederland is het nu mooi weer, en wij hadden vandaag regen, niet de hele route, ongeveer een derde. Je kleed je op de regen en stelt je erop in. Nadat ze de markt aan het opbouwen waren, op het plein naast mijn slaapplek, op pad. Er waren wel veel blubberige paden omdat het vannacht ook weer behoorlijk had geregend. Zo zie je dan na de wandeling eruit.



De etappe begon vandaag zoals we gisteren 12 km hadden, recht vooruit over brede zand-/grindpaden. Maar de luchten van vandaag!!!!


Bij het eerste dorpje aangekomen, weer met veel bekenden, even een Americano, vanaf daar ging het regenen, dan gewoon even doorstappen. Het volgende plaatje Viana ligt ongeveer 10 km lopen en dan is het lunchtijd. In Viana in de kerk even mijn stempel gehaald voor mijn pelgrimspaspoort. Daar zit dan een vrouw, die de hele dag alleen maar de stempels zet, waarmee je kan aantonen dat je daar bent geweest. Stempelposten zijn er erg veel in, kerken, auberges, bars, of bijvoorbeeld gisteren bij de smid. Het begint inmiddels een bonte verzameling te worden.


Zoals ik eerder aangaf was het vandaag echt je blik richten op Logroño. Je ziet Logroño al vanaf Viana liggen maar dan is het nog ruim 10 km. Op een brug over een weg een foto van Viana gemaakt ( linker foto) en een foto naar Logroño gemaakt ( rechter foto). Het lijkt niets maar samen dus ruim 10 km.


Ja dan kom je dan toch de steenmannetjes tegen, die zijn er dus ook. En iets verder de koortsboom. Hier is dat niet zo, maar in Overasselt, bij Nijmegen staat een ruïne. Ik weet niet of ik het helemaal goed vertel, maar de rover Walrick had een dochter die ernstig ziek was en veel koorts had, Walrick heeft Willibrordus uitgedaagd wat aan de ziekte van zijn dochter te doen, en dan zou Walrick zich bekeren. Het lukte, de dochter genas. Walrick is een weldoener en heilig geworden. Bij de ruïne staat een oude eik, mensen met zieken hangen daar een reep kleding in van de zieke, om ook te genezen van de koorts. Dat wordt heden nog steeds gedaan, weet ik. De wijze van kleding in de boom hangen lijkt op de legende van St. Walrick.



De brug over in Logroño en direct op de route, mijn overnachtingplek, direct en naast de oude stad. Eerst mijn kamer opzoeken en een lange warme douche nemen, daar was ik aan toe. Hier heb ik een bad, dus mooi veel ruimte om alles wat gewassen moet worden, daarin te doen. Eerder al een kleindoosje van die bruisende wastabletten gekocht, die in bad, en wassen maar, ook goed uitspoelen heb ik altijd van Adie begrepen. In de kast op alle kleerhangertjes hangen nu de shirts te drogen. Nu nog even het avondkleven van Logroño bekijken en nog wat te eten zoeken. Morgen Logroño echt bekijken.

Dag 9/ 06-04-2018; Van Estella naar Los Arcos

Vandaag zou zonnig zijn, dat klopte, maar er was wel een behoorlijke wind bij, die het vooral in de ochtend koud maakte. Desondanks de hele dag in mijn shirt gewandeld en de jas uitgelaten. Gisteravond lekker gegeten in het hotel, 3 gangen, halve liter rode wijn en een fles water, en dat voor € 13,50. En het eten was goed. Vooraf een scramble egg met champignons, hoofdgerecht een heerlijke goed gebakken malse steak met aardappelen en paprika, en als dessert aardbeien ijs. Niets op aan te merken.

Mijn onderbroeken en sokken waren helemaal droog, en konden weer schoon mee. In Logrono maar even mijn shirts wassen. Na het ontbijt om een uur of acht weer op pad. Ik heb een iets luxe Camino (moet wel zelf lopen hoor), dat wil zeggen dat ik altijd een eigen kamer met douche heb, en dat mijn zware bagage iedere dag van plek naar plek wordt vervoerd. In mijn rugzak zit dan wat noodproviand, veel water en kleding voor alle weersomstandigheden. Daarnaast heb ik voor de zekerheid in mijn rugzak voor een dag schone kleding, voor het geval mijn koffer er niet zou zijn. (De rugzak weegt dan nog ca. 5 kilo) Maar tot op heden zie ik iedere dag weer mijn koffer. Die wordt vervoert door het post bedrijf van Spanje, “correos”. En ik ben echt niet de enige die het zo doet, gezien aan het aantal koffers wat iedere dag klaar staat. Steeds meer pelgrims kiezen nu even ook voor een overnachting in hotels of pensions. Vandaag Steve uit Amerika, hij had het helemaal gehad vandaag en zit nu in hetzelfde hotel als ik. Morgen in Logrono zijn heel veel pelgrims hotels aan het reserveren. Bijna iedereen heeft daar, net als ik doe, een rustdag.

Een uurtje na de start kwam ik bij een bijzonder plek, het klooster van Irache, en daarbij een Bodega, voorheen door de monniken gerund, maar nu een commercieel bedrijf. Desondanks zijn ze altijd nog heel begaan met de pelgrims. Je kan hier gewoon gratis wijn en water tappen. Het is wel zo dat je dit al om 9 uur in de ochtend op je route aantreft. Maar nagenoeg iedere pelgrim gooit een van zijn waterflesjes leeg en tapt daar wat wijn in. Ook ik heb dat natuurlijk gedaan en gedronken. Daarna heb ik mijn flesje weer met water gevuld, met zoveel ruimte overlatend, dat ik het kon aanvullen met wijn. Dan is het toch gewoon druivensap? Ik weet dat ik op de wijn super gelopen heb, en dat het flesje “druivensap” onderweg heerlijk smaakte.




De linker tap is voor de wijn en de rechter tap voor water. Super.......

Net voor de bodega was een smid al volop aan het werk, hij maakt onder andere heel veel “schelpen” als halshanger voor de pelgrims, erg leuk.


Vandaag ongeveer 21 km lopen, waarvan 12 km rechtdoor over brede zand-/grindpaden. Je kon de pelgrims voor je tellen, af en toe zag ik er een dertig voor me lopen. Je herkent elkaar onderweg nu steeds vaker, je begint elkaar te kennen. Desondanks mis ik wat mensen die ik in het begin wel tegenkwam, een Duitser met een Engelsman, een vrouw uit Duitsland met rood haar, die in het begin met een vrouw uit Amerika liep. (Ik had in de wandelgangen al gehoord dat zij last had van haar knieën). En vast kom ik nu telkens het Canadese stel tegen, bij iedere tussenstop en bij de finishplek van de dag. Vanmiddag hebben we samen nog even een biertje zitten drinken. Op onderstaande foto zie je hoe 12 km van de route er vandaag uitzag. Maar blauwe lucht.....


Toch ook in zo een route altijd weer een gezellig rustpunt, aan tafel met de Canadezen, en heel veel Amerikanen. Ik moet wel heel goed opletten wat ze zeggen, het Amerikaans en Canadees Engels is toch heel anders in klank en uitspraak.



En wat geweldig dat mijn bezoek al aangekondigd wordt. Jammer dat ze de H vergeten zijn, maar toch.... en zie je ook hier dat de zon schijnt.


Na een, volgens veel pelgrims, een lange saaie tocht dan het verlossende bord dat je in Los Arcos bent, een klein maar gezellig dorpje waar je je als pelgrim elkaar niet uit het oog verliest. Centraal is naast de kerk een pleintje, met twee bars/restaurants, een terras in de zon. Een echte verzamelplaats voor de pelgrims en een wijntje of een biertje. Alle langzame lopers zie je daar ook binnenkomen. Een gejuich als het een bekende is zoals Steve, die het echt heel moeilijk had.


Hieronder nog even een uitzicht foto vanaf het balkon van mijn kamer, dat is niet met zicht op het gezellige pleintje waar ik het eerder over had, dat ligt hier ca 20 meter vandaan.


Vanavond hebben we met een aantal pelgrims om 7 uur afgesproken op het gezellige pleintje, om daarna met een groep pelgrims samen wat te eten.

Morgen een lange etappe naar Logroño, maar daar blijf ik twee nachten om even een dag bij te komen. Maar dan zit de eerste 175 km er al weer op. Ik zag altijd op tegen deze eerste etappes vanwege het vele klimwerk, maar dat viel achteraf gelukkig mee.

Dag 8/ 05-04-2018; VanPuente La Reina naar Estella.

Weer nieuw reacties op mijn blog ontvangen, van Marianne K, Diana en Geurt, en natuurlijk veel reacties van hen die dat al eerder gedaan hadden.blijft leuk wat te horen.

Vandaag weer een droge dag (in de avond heeft het in Pamplona en Puente la Reina geregend, maar als je opstaat zie je dat het weer droog is) goed wandelweer, met de zonnehoed op, want in de loop van de dag liep de temperatuur op naar 18 graden, en zon. Natuurlijk weer twee klimmen erbij, maar dat wordt afgezaagd, dat hoort erbij in dit deel van Spanje.


Gisteren heb ik aangegeven dat bij Puenta la Reina twee aanlooproutes samenkomen, dat kun je op deze kaart goed zien, ik ben nu in Estella, morgen naar Los Arcos en overmorgen naar Logrono. Dan ben ik Navarra uit en heb in Logrono mijn eerste rustdag. Vandaag zie je al dat het landschap steeds anders wordt, onder andere veel druivenstokken voor de wijnbouw, en hier is het nog groener in de natuur dan eerder op de tocht.

Onderweg kom je leuke uitspattingen van de bevolking tegen, een jongen van een jaar of twaalf (ik zie bij geen enkele school kinderen, die zullen paasvakantie hebben) hij heeft een stalletje, en bij hem kan je limonade kopen,  je bepaalt zelf wat je betaalt. Iedereen doet dat, gooit een euro in zijn blikje, en krijgt een plastic bekertje met limonade. Een goudmijn voor die jongen. Misschien een idee voor Ellen en Hans om hun vakantie straks bij Santiago wat goedkoper te maken, laat Sebastiaan en Susanne dit ook doen.


Verderop kom je een heel lekker plekje tegen, iemand die daar een beetje huist, heeft ook iets bedacht. Je loopt op de route en daar hangt een bel, je luidt die, waarmee je je komst aankondigt. Dan kom je bij een terrein, verschrikkelijk mooi aanglegd met stenen walletjes, trapjes, zitbalken, ligstoelen, schommel stoel, etc. Ook hier staat een tafel met van alles erop, en ook hier bepaal je zelf wat je er voor wilt geven. Een geweldige sfeer en dan ook nog in de zon, super. Ik ontdekte dat ik geen foto heb gemaakt van het terrein, jammer achteraf.


Als je vertrekt hebben ze een “gerusstellende” aanwijzing gezet. Of het klopt heb ik niet gecontroleerd.


En verder gewoon doorstappen naar Estella, even een rustpunt met koffie waar ik de Canadezen tegenkwam die ik al ken vanaf Saint Jean Pied de Port. Lekker even rusten, de rugzakken langs de weg, en dan weer “fris als een hoentje” op stap.



Dit zijn allemaal de mooie dingen die je beleeft, je ziet en hoort ook wel andere zaken. Langs de route kom je regelmatig een kruis tegen, ter nagedachtenis aan een pelgrim, die het niet verder heeft gehaald. Een Amerikaanse vader loopt met zijn dochter. Vorig jaar zou hij met zijn vrouw lopen, die kreeg in februari te horen dat ze kanker had en is in juli overleden. Zijn dochter heeft doorgezet dat zij samen dit jaar de Camino zijn gaan lopen, dat doen ze nu dus, en zij draagt de rugzak van haar moeder met alle kenmerken die ze verzamelt had.

Een vrouw, zeer gezet, met een grote kniebrace, loopt langzaam maar ze komt er telkens. Ze ging bij het rustpunt met de keien op een ligstoel liggen, ik vond het niet gepast daar een foto van te maken


Weer verder met de dag. Je weet wel dat er aquaducten bestaan en de Romeinen vroeger die gemaakt hadden om water te transporteren. Wat ik nu zag is een riviertje wat zo omgelegd is. De snelweg A12 loopt door dit gebied en ik verwacht dat ze iets met een beek moesten oplossen. Op de foto lijkt alsaof het niet waterpas is, maar verderop kon ik zien dat dat nagenoeg wel zo is. Het water loopt er niet met een sneltreinvaart doorheen. Wel apart om zo een beekje te behouden.


Je loopt regelmatig door mooie dorpjes, vaak is er echt niets te beleven, niemand op straat. Het is alleen druk bij bars waar je koffie kan kopen en die bars zijn dan voor de pelgrims. Er leven veel mensen van de Camino, dat is mij wel duidelijk. Soms staan ze onderweg met flyers voor overnachtingplekken, en als je dat wilt kan je rugzak in een busje die daar dan heen gebracht wordt. Een voorbeeld van een mooi dorpje zie je hieronder, Cirauqui, met een stempeldoos onder de poort, zodat je kan stempelen in je pelgrimspaspoort  en kan aantonen dat je er geweest bent.


Er lopen ook echt wat kinderen mee, een Spaans gezin met twee jongen (ik heb ze vandaag nog als heel gezin op de foto gezet met hun toestel). En je ziet ook opa’s die met de kleinkinderen lopen!!!!!


Dan aangekomen in Estella, als je van bepaalde plekken foto’s maakt ziet het heel erg monumentaal uit. Als je door de binnenstraatjes loopt is het armoede, heel, heel veel lege winkels. Mooie straatjes zijn helemaal “dood” geworden. Maar toch ook, alleen, een mooi plaatje.


Iedereen is weer verdwaald over de stad, je komt wel bekenden tegen (de Canadezen, de Belgen)  maar je bent iedereen ook weer snel kwijt. Morgen naar Los Arcos, weer een klim erin, en het schijnt weer mooi weer te worden, zelfs iets warmer. Nog wel de onderbroeken en sokken op de hand gewassen, hoop dat ze morgen droog zijn. Later zag ik, dat ik over een wasmachine had kunnen beschikken maar toen was het al klaar.

Dag 7/ 04-04-2018; Van Pamplona naar Puente La Reina

Vandaag heel veel reacties gehad op het blog van gisteren, vooral over de polonaise van rupsen, wat natuurlijk de “processierups” is, ook wel  dennenrups genoemd. Deze rupsen hebben voor de mens gevaarlijke brandharen, dus dank voor de vele waarschuwingen.

Jan Kdg reageerde nog op mijn opmerking van de stenen op de paaltjes, en verwijst naar het maken van steenmannetjes, volgens mij is dat toch wat anders, voor jou heb ik vandaag een andere foto gemaakt met heel veel stenen. De pelgrims doen dit echt om sporen van aanwezigheid achter te laten. Het paaltje is bijna bedolven onder de stenen. Vandaag ook weer van reeds bekende en van nieuw lezers berichten gehad, Gerda en Ton, Caroline vd B, en Brigitte, allemaal bedankt voor jullie erg leuke reacties. En ik las dat mijn tante Truus ook mee leest.


En dan nu weer verder met de Camino, vandaag tegen achten vertrokken uit Pamplona, ik wist dat er vandaag een stevige klim in zat. Ik vond het heerlijk om het stedelijk gebied van Pamplona weer te verlaten. Weer de natuur in. En hier is toch echt de lente al zichtbaar, nadat ik de Pyreneeën over ben geklommen, zie je bomen met beginnend groen, ingezaaide en al ca 20 cm hoog staand koren, bloeiend fluitekruid en koolzaad, echt heel anders dan in het sneeuwgebied. Vandaag tijdens de tocht weer geen drup regen gehad, ondanks het af en toe zien van hele donkere wolken. Het was wel wat frisser, zeker op de top van de Alto del Pédon op ca 770 meter hoog.


Eerst de foto komend vanuit het stedelijk gebied van Pamplona , en daaronder, met de donkerder wolken uitkijkend naar Pamplona.

Veel pelgrims hebben last van de knieën, en zeker als je weer een berg op moet is dat erg vervelend. Ik heb vorig jaar ook van de pantellapees last gehad, die zit bij je knie, en dat is zeer pijnlijk. Ik loop sindsdien ook altijd met kniebandages omdat ik dat geen tweede keer wil hebben. Helaas veel pelgrims kopen nu pas die bandages en moeten het wandelen een tandje lager zetten of zelfs nu al afhaken. Ik wil niet aangeven dat ik nergens wat voel, maar een pijntje hoort er af en toe bij. Bij mij zit dat meer in rechtervoet waar ik ooit mijn hielbeen verbrijzeld heb gehad, maar desondanks gaat het lopen erg goed. Ik ben er nog niet, de eerste 100 km zit er net op, nog 700 te gaan.

Na een stevige klim aangekomen op de Alto del Pédon. Boven op die berg wemelt het ook van de windmolens, het waait daar ook stevig. Ik heb daar mijn zonnehoed maar opgezet, meer tegen de kou. Op de Alto del Pédon tref je een groot bekend kunstwerk aan van pelgrims uitgesneden uit staal. Op vele plaatjes van de Camino komt dit kunstwerk voor. Het bewijs dat ik er was zie je hieronder.



En mijn baard groeit wel verder, al door verschillende opgemerkt. (Een pelgrim scheert zich niet !!!)

Ja en dan behoorlijk steil naar beneden, dat gaat wel lukken denk je dan, niet wetend dat het hele pad, van ongeveer 1 km, bestaat uit keien, dat loopt niet echt prettig. (Jan daar stond het paaltje met de keien, keien genoeg) dit hieronder was nog een “redelijk” stuk, af en toe was het veel groffer. De Chinees voor mij liep de hele tijd zigzaggend, ik heb hem verteld dat hij 2 keer de afstand heeft gelopen. In de verte een vrouw op sandalen, dat kan dus ook. De berg op was het erg blubberig maar ze liep door. En voor de weters, ze had geen sokken aan.


Aangekomen in het dorpje Urtega, tijd voor de lunch, vandaag niet in mijn rugzak maar bij de auberge. Wat erg lekker is is de tortilla Española. Dit bestaat uit dun gesneden aardappelen met ei, met vaak vullingen van ham met uit, of spinazie met zalm. Het lijkt op een quiche. De punt wordt voor je opgewarmd en samen met een café Americano ben je € 3 kwijt. Water kun je in overvloed gratis aan de bar tappen. Een aanrader. Je ziet de waterfles op de bar staan. Ik tap mijn water hier ook gewoon uit de kraan bij mijn slaapplek, uitstekend te drinken en makkelijk. Onderweg staan ook veel waterputten om je flesjes te vullen.



Dan aan gekomen in Puenta La Reina, ik hoop dat de schoorsteen niet meer gebruikt wordt, want er zit een groot ooievaarsnest op met ooievaar.


Na een lekkere douche, de sandalen aan, en het dorp gaan verkennen. Altijd een beetje een dooie boel tussen 2 en 5 uur, want nagenoeg alle winkeltjes zijn dan gesloten. Even heerlijk in de zon gezeten ( je zou het niet zeggen als je de wolken bij de ooievaar ziet) en lekker uit gekeken op de brug (Puenta) van La Reina. In dit dorp komen twee aanlooproutes samen. Maar op de brug is het alleen nog maar de Camino Frances. Nog even een terrrasje gepakt met een Belgisch en Duits stel. En natuurlijk ervaringen en belevingen uitgewisseld.



Morgen naar Estella, ik verwacht best weer een pittige tocht met klimmetjes.

Dag 6/ 03-04-2018; Van Zubiri naar Pamplona

Ten eerste wil ik kwijt dat het erg leuk is om te zien hoeveel mensen mijn blog lezen, ik krijg erg veel leuke reacties.

Willy, José, Femmie, Jan, Jannie, Tonnie, Gerrie, Mieke, Bart Colijn, Jan Kdg, en directe familie, en van wie ik niet kan zien waar het bericht vandaan komt. Zet altijd of je mailadres of je naam erbij, dan weet ik van wie het bericht afkomt. Heel leuk. Ook de app berichten zijn leuk. En Adie bel ik iedere dag even op. En Jan Kdg, de steentjes op de routepaaltjes zijn niet voor de sneeuw, zodat ze hoger zijn bij veel sneeuw. Haha.

Vandaag op stap naar Pamplona.


Je loopt de weg hier op het plaatje van rechts naar links. Vanmorgen gaf men aan dat de route naar Pamplona helemaal vlak is, dat was een Spanjaard, ik verwacht dat men dit onder vlak verstaat. Desondanks was het goed te doen en al voor 13 uur in Pamplona terwijl ik pas om 8:30 vertrokken ben uit Zubiri.

Om even aan te geven wat vlak is laten de volgende twee foto’s zien:


Kijkend van beneden naar boven en van boven naar beneden, dat is vlak!!!! Maar ik weet dat je in Spanje zit en dat daar de Limburgse heuvels van het Pieterpad als echt vlak wordt gezien.

Gestart dus in Zubiri, daar ligt een grote magenesiummijn, magnesium is een lichtmetaal (een van de toepassingen). De hele omgeving is hier vies van, gisteren met een beetje wind waait het stof over Zubiri uit, ik verwacht dat veel mensen die daar wonen voor deze mijn werken, als je bij de route water tegenkom staat er uitdrukkelijk bij dat je het niet mag drinken. De route loopt langs en over het gebied van de mijn, aan het eind staat een duidelijk bord dat je het gebied verlaten bent, het is maar dat je het weet.



De mijn en een soort krater met wit spul erin, en de hele omgeving lijkt afgegraven

Onderweg dacht ik een slangetje tegen te komen, iedereen riep al een snake, but no it was not a snake. Het waren rupsen in een “polonaise” later heb ik dat nog vaker gezien.


En aankomen in Lava/Atarrabia. Veel plaatsen hebben hier twee namen, de Spaanse en de Navaraanse. Een mooie plek om de brug over te steken en direct bij het kerkje een stempel voor mijn paspoort te halen van de Amigos del Camino de Santiago. Als je dit stadje inloopt loop je eigenlijk al bijna Pamplona binnen, het is dan nog wel een paar km maar het blijft stedelijk gebied. Vandaag weer nieuwe nationaliteiten ontmoet, Nederlanders, Belgen en Chinezen. Ja die zijn er ook allemaal. Het weer was weer goed, gedeeltelijk zonnig en droog, een dag om de jas uit te laten en alleen in je shirt te lopen. Ik moet nog wel even zonnebrand crème kopen want die ben ik vergeten in te pakken.



De brug over en direct het stedelijk gebied in, en blauwe lucht en zon.

En dan ben je al in Pamplona, een grotere stad, waar de pelgrims wat meer uit elkaar waaieren, dat is wel jammer. Pamplona kom je binnen over de Puenta de la Magdalena, en voor je zie je de muren van de citadel.



En dan de stad in, het is de eerste grote pleisterplaats voor de pelgrims, het was een plek om even uit te rusten en proviand in te slaan. Ik heb me maar even genesteld voor het bekende stadhuis van Pamplona, op alle foto’s van feesten, zoals het stierenrennen.(De start is voor het stadhuis en wordt aangegeven door het afsteken van een vuurpijl.) Dit feest de “ SAN Fémin” feesten, duurt meerdere dagen en elke dag gaan er 6 stieren door de straten, vanaf het stadhuis tot aan de arena, waar ze uiteindelijk afgemaakt worden. De afsluiter is de parade met de grote reuzen, “Gigantes y Cabuzedos”. Maar helaas maak ik niet mee want dat is pas begin juli.


Even poseren voor het stadhuis en daarna genietend ( voy a gazor, uit mijn refrein) van een café Americano met een lekkere koek, en maar kijken welke pelgrims en anderen langs komen lopen.


Na me even onder de douche opgefrist te hebben, ben ik natuurlijk nog even verder Pamplona gaan verkennen, een must is toch echt het bezoek aan de kathedraal met het museum. In de kerk de graftombe van koning Carlos de derde, de laatste koning van Navarra.

De kerk is echt heel bijzonder, en zeker ook het museum, in mijn blog zet ik niet alle foto’s die ik heb gemaakt. Ik heb bij de entree een foto van een overzicht van allerlei zaken gemaakt, die dan hieronder. En weer een mooie stempel erbij in mijn pelgrimspaspoort.



Morgen naar Puenta La Reina, wel weer een behoorlijke klim, maar daar raak ik aan gewend.

Nog even voor Tonnie de Groot, ik draag trouw op mijn rugzak, de schelp die je mij hebt gegeven. Deze maakt nu voor de tweede keer de Camino mee. Nog bedankt.


Dag 5/ 02-04-2018; Van Roncesvalles naar Zubiri

Vandaag op stap naar Zubiri, een lijkt een makkelijke etappe die bergafwaarts gaat.

Ik loop in Navarra, een autonome gemeenschap in Spanje met een eigen regering. (Net als Catalonië en dan nog 15 andere gebieden in het koninkrijk Spanje). Even wat geschiedenis van Navarra, dit was een oud zelfstandig koninkrijk, met nog een deel gebied wat nu in Frankrijk ligt. Uiteindelijk zijn de koningen van Navarra verdwenen en hebben de koningen van Spanje en Frankrijk het toegeëigend. Maar na de Franse revolutie is het land verdeeld, boven de Pyreneeën bij de Franse koning en onder de Pyreneeën bij de Spaanse koning. Maar altijd nog een autonoom gebied. Ik loop straks ook door het gebied Castilië en León, waar hetzelfde voor geldt. Even wat cultuur geschiedenis.

Vanmorgen om 7 uur aan het ontbijt, samen met de Japanner. Een heel erg simpel ontbijt, een grote geroosterde boterham, boter en jam, als drinken jus en koffie. Wilde je nog een boterham dan moest je daar € 1,15 voor betalen, erg vreemd. Maar dat maakte mijn ervaring in Roncesvalles er niet minder om. Ik wilde nog mijn 10 € voor het avondeten afrekenen maar dat wilde ze niet hebben, had ik al betaald??? 

Vandaag door het “bijzondere” ontbijt snel op pad, al om 7:30 uur. Ik verwacht dan ook vroeg in Zubiri te zijn.


Je ziet, het schemert nog een beetje, en nog een stukje te gaan.

Vandaag een totaal andere route, zeer weinig asfalt, veel bos, blubber en rotspaden, en toch af een toe een venijnig steil klimmetje. Mijn app geeft onderstaand beeld aan, maar het is echt af en toe pittig omhoog.


En onderweg kom je iedereen, oude bekenden, en nieuwe ontmoetingen weer tegen. Vandaag even gelopen met een Amerikaan uit Los Angeles en een stel uit Oekraïene, Hij sprak redelijk Engels, zij geen woord. Ze vonden het wel erg zwaar, de eerste etappe hadden ze dan ook al gedeeld in twee etappes. En verder kwam ik gisteren een Duitser tegen die zittend in de sneeuw zijn hielen aan het aftapen was, hij had blaren, maar ook geen dag getraind voor de tocht. Hij noemde zichzelf “stupid”. Vanmorgen zat hij naast mij met het ontbijt, hij gaf aan dat het beter ging. Vandaag kwam ik hem weer onderweg tegen, schoenen uit, verkrampt gezicht maar hij was oké, hij had ook wat last van zijn heupen. Conclusie: ga dit niet ongetraind,met het lopen van lange afstanden, doen. Ben benieuwd hoe ver hij komt. Vanavond zat hij aan het bier en het ging goed.

Langs de hele route kom je deze bloemenpracht tegen.in wit en paars. Ik heb het even opgezocht, het is de Anemone hepatica. Prachtig gezicht.


Op routepaaltjes wordt door een aantal pelgrims een steentje gelegd, ik begrijp dat dat soms, zoals bij Joodse begraafplaatsen, maar op routepaaltjes? Aan die hype doe ik maar niet mee, het staat overigens wel leuk.


Regelmatig een kleine of grote waterstroom over. De schoenen hoeven tot nu toe nergens uit, er is altijd wel iets gemaakt om droog over te komen.


Weer lekker gepicknickt onderweg, na een vers stokbroodje te hebben gekocht, lekker langs de route even zitten, en iedereen Buen Camino wensen. Camino is het Spaanse woord voor weg, je zegt niet goede tocht of goede reis maar goede weg, letterlijk vertaalt. Mijn Spaans begin ik nu wat meer nodig te hebben, wat ook handig is, is dat je kan lezen wat er staat. Met spreken moet je altijd goed luisteren, een v spreekt men uit als een b, een J als een g, tweemaal ll als een j. Als je nu mijn refrein neemt staat er vivir mi vida, wat je dus uitspreek als bibir mi bida. Het is maar dat je dat weet.

Aan het eind van de route van vandaag loop je het lelijke plaatsje Zubiri in, via een Romaanse brug met daar tegenaan een huis, en nu juist dat huis is mijn slaapplek, je hoort het geruis van de rivier. Dit is ook de mooiste plek van het hele plaatsje.



De brug op de linker foto gezien vanaf Zubiri, je ziet de pelgrims aankomen, want iedereen moet over die brug. Het dak van het huis wat je rechts van de brug ziet is mijn onderkomen, en op de rechterfoto de brug gezien vanuit mijn kamer. Deze brug heeft ook de naam “puente de la Rabia” vertaalt, brug van de hondsdolheid. Men geloofde namelijk dat dieren die de ziekte hadden opgelopen, zouden genezen als zij drie keer de brug overstaken. Die volksverhalen horen er ook bij.

Vanavond  wezen eten in een tent van Zubiri, het maakt niet uit of een stel met een van hun ouders aan tafel zitten, jij gaat erbij zitten. Nadeel in dit geval dat je weinig contact heb. Maar toch weer gezellig en heel goedkoop.

Morgen naar de “stierenstad” Pamplona, de hoofdstad van Navarra. Ik verwacht dat morgen de stieren niet door de straat rennen.

Dag 4/ 01-04-2018; Van Saint Jean Pied de Port naar Roncesvalles.

Een heel bijzondere dag vandaag, het echte Camino gevoel.

Vanmorgen  om 7 uur aan het ontbijt. Vandaag met een Canadees stel die ook de Camino gaan lopen maar dan tot Burgos. Hij moet over 2’5 weken weer werken en was jaloers op mijn “vakantie”. Hij is vaker in Nederland geweest en speciale indruk op hem hebben gemaakt de bollenvelden in het voorjaar. Aangegeven dat mijn dochter volgend jaar met haar gezin en een bevriend gezin naar Canada gaan voor een vakantie. Zij gaven aan dat het zo mooi is daar. Ellen als ik zijn adres moet vragen doe ik dat morgen wel even.

En toen op pad, buiten 3 gr. En ijs op de autoruiten. Je loopt vanaf mijn slaapplek direct onder de poort van Saint Jacques door het begin van de Camino.


Ja, en dan echt op pad, allemaal pelgrims uit allerlei landen. Ik heb ontmoet pelgrims uit Duitsland, Engeland, Canada, Oostenrijk, Australië, Japan, Frankrijk, Zuid Korea, Spanje etc. De voertaal is onderweg Engels, dat spreekt nagenoeg iedereen. Vandaag 20 km allleen maar omhoog lopen, achter elkaar door. Dat ging me eigenlijk best redelijk af. Het was droog, vaak de zon ( mijn gezicht is nu al gebruind) en zweten. Ik had mijn zweetdoek echt nodig vandaag. Jas even uit, maar dat was toch te koud als de zon achter een berg zit. Uiteindelijk loop je toch naar de sneeuw.

Wat rustmomentjes onderweg, even koffie in  Valcar los Luza, waar vandaag een folkloristisch feest zou zijn allemaal volk in klederdracht, maar die gingen eerst naar de kerk. Ik heb maar niet meer gewacht tot dat voorbij was. En tijd voor een picknick, zitmatje ( zelfde als Mieke had met het Pieterpad want die zat goed, klein en licht, dank daarvoor) dan stokbroodje, kaas, mes en eten maar. Lekker in de zon.




Jammer dat de twee Zuid Koreaanse vrouwen aan de andere kant van de weg gingen picknicken.

En dan kom je aan bij de sneeuwgrens. Ik en anderen waren het zat om langs een weg te lopen en hebben toen alsnog voor een stuk de route door de sneeuw genomen, wel blubberig en pappig maar het was te doen, en uiteindelijk kwam je bij het punt uit waar de Roelandspas die we niet over mochten eindigde. Samen met mij gingen oom de Canadezen, Duitser en Oostenrijker deze route.


Toen we op het hoogste punt waren kon je zien dat ook vanaf de Spaanse kant de Roelandspas afgesloten was.



En mooie vergezichten en zie je dat je hoog zit.




Toen nog 2 km naar beneden om in Roncesvalles aan te komen, een gehucht met een klooster, herberg voor pelgrims, twee anders slaapgelegenheden, een kerk en dat is het.



De rechter foto is van de herberg voor de pelgrims, ik ben daar toch even kijken, werd begroet door een man en een vrouw, ze vroegen natuurlijk waar ik vandaan kwam. Dat hadden we snel door want ook zij zijn Nederlanders, Marianne Jansen en Nico. Ik had al aangegeven daar niet te slapen maar Marianne wilde mij wel een rondleiding geven. In twee grote slaapzalen kunnen ruim 180 pelgrims slapen. Marianne gaf aan dat per 4 bedden de ruimte ommuurd is, dus enige privacy was er wel volgens haar. Verder liet ze mij de keuken zien waar jezelf eten kan klaarmaken, de eettafels, de wasserette en de rustplekken. Zag er allemaal zeer netjes uit. Hoe je aan je eten komt weet ik niet want er is hier geen winkel. Marianne gaf aan dat er altijd 7 Nederlandse vrijwilligers zijn die er dan twee weken zijn, en dan weer door 7 anderen worden afgelost. Reiskosten moet jezelf betalen maar kost en inwoning is gratis. Nico gaf aan dat je alles kon krijgen wat je wilde hebben. Marianne gaf aan dat het wel hard werken is, iedere dag bedden verschonen, wassen, schoonmaken. De vrijwilligers zijn lid van het Nederlandse genootschap van Sint Jacob, dat bij de Janskerk in Utrecht zit.

Om  18:00 uur zou er een pelgrimsmis zijn in de kerk, volle kerk en weinig grijze haren.het was een gewone eucharistieviering maar met een bijzonder eind. Aan het eind werden alle pelgrims voor het altaar gevraagd, dat waren er een vijftig denk ik. De priester deed in heel veel talen een gebed uitspreken met de wens dat de pelgrims een veilige en behouden tocht hebben. Dat werd natuurlijk afgesloten met de zegen. Al kom ik niet veel in de kerk maar dit zo met elkaar was toch een bijzonder moment. Blij dat ik erbij was. Tijdens de dienst heb ik geen foto’ s gemaakt, dat vond ik niet passend. Daarvoor was ik ook even in de kerk en die foto hieronder heb ik toen gemaakt.



Het was lekker warm in de kerk.

En toen direct daarna het avondeten. Waar je zit is geen keuze je wordt naar een plek gewezen. Ik kwam aan tafel met de Japanner die ik onderweg ook al had gesproken. Nu weet ik dat hij Takemuki heet, en verder een Australiër die Mac heet. Toevallig zaten achter mij ook nog de Canadezen van het ontbijt. Het werd erg gezellig. Nu ervaar je veel meer het pelgrim zijn. Ervaringen naar elkaar uitwisselen, leeftijden etc. Alleen de Japanner loopt ook naar Santiago. We kregen de pelgrimsmaaltijd (10 € incl wijn) voorgerecht, hoofdgerecht en toetje.  Eenvoudig doch voedzaam. Morgen treffen we elkaar weer om 7 uur bij het ontbijt en daarnaa???? Weet je niet.

Het was een geweldige dag ik hoop dat er nog veel zo komen. En nu zo snel slapen, het is nu 22:15 uur. Ik had de blog gereed maar ik deed een handeling verkeerd dus opnieuw.

Dag 3/ 31-03-2018; de tweede en laatste dag in Saint Jean Pied de Port.

Vandaag ontbijt met een Spaans stel, wonend in Spanje, Saint Sebastián,  hij had al twee keer de Camino gelopen. Nu gingen ze niet lopen maar ergens de grotten in. Was gezellig zo met meer mensen aan de ontbijttafel. Hij was een keer in Nederland geweest, in Maastricht. Zij zit in de wijnverkoop en doet keuringen van wijnen om daar een keurmerk aan te geven..

Het weer is vandaag superslecht, 9 graden en bakken regen uit de lucht met veel wind. Hoe mijn tweede wandel inloop dag gaat? weet ik nog niet. Een grote troost, morgen wordt het 22 graden en zonnig, je kan het je nu niet voorstellen.

Maar toch weer geprobeerd mijn benen te bewegen vandaag, door het slechte weer niet veel km, maar toch wat, en iedere keer naar mijn slaapplek is het toch al een behoorlijke klim. Toen ik op stap ging kon ik eindelijk goed zien dat de berg nog onder de sneeuw ligt. Zie de foto hieronder, gezien lopend vanaf mijn slaapplek in de richting van de Camino.


Vandaag ook een museum bezocht, “the Bishop’s prison” dat is naast het huis van het welkom aan de pelgrims. Het museum was vandaag voor het eerst dit seizoen weer open. De bisschoppen hadden het hier eind 14 e eeuw en begin 15e eeuw voor het zeggen.

Het grootste deel van de tentoonstelling gaat over het pelgrimmeren in de middeleeuwen, uiteindelijk was de route Frances toen al bekend. De kaart hieronder is van 1648, en daar staat de route al op, wel van net na de middeleeuwen maar toch echt oud.


Het pelgrimmeren ging in die tijd wel wat anders, niet met de geavanceerde rugzakken, kleding en schoenen van nu.


De rug/schoudertas van toen.                                                                          En schoenen uit die tijd.

Wat een stevige voeten moeten die pelgrims hebben gehad, of komt het door de rituelen voooraf de tocht die werden gedaan zoals de voetwassing.


Dat zal het zijn, dat het hen lukte, zonder de geavanceerde hulpmiddelen van tegenwoordig, al staat erbij dat het om hygiënische reden werd gedaan.

Nog even aan de koffie in een bar, daar zaten Daniël uit Engeland en ....(ben zijn naam kwijt) uit Frankrijk. Beiden stonden vanmorgen vroeg gereed om te vertrekken, zagen veel pelgrims in de stromende regen weggaan, na even nadenken zijn ze toch maar niet gegaan omdat het morgen mooi weer wordt. De Engelsman heeft toch twee maanden de tijd. Mijn mede ontbijters van vanmorgen vonden de 6 weken dat ik er over wil doen al lang, 1 maand was genoeg volgens hem???? Ik kwam ze later in het stadje nog tegen, beide een blik van herkenning, leuk.

Het is een tijdje droog geweest maar nu valt de regen weer met bakken uit de lucht, het is nu half vijf, ik heb me maar even droog teruggetrokken. Wel even voor de lunch, voor morgen onderweg, gezorgd, stokbroodje en kaas in mijn rugzak.

Morgen dan echt op weg de weg (Camino) naar Santiago de Compostella. Ik ga nu 7 dagen achter elkaar lopen en heb in Logrono weer een rustdag.

vivir mi vida, la la la la.


Dag 2/ 30-03-2018; een dag rond Saint Jean Pied de Port.

 Zo, vandaag een inloopdag. Eerst, want dat zit vlak bij mijn slaapplek, naar het bureau “les amis de Camino Saint Jacques” . Daar moet ik mij aanmelden als pelgrim. Mijn eerste stempel staat in mijn pelgrimspaspoort. En nu niet denken dat stelt niets voor, die stempel krijg je wel, nee je moet je legitimeren en je paspoortnummer en land wordt geregistreerd. Je wordt keurig aan tafel gevraagd en daarnaast wordt je nog van alles uitgelegd. 


Hier kreeg ik ook te horen dat de pelgrims niet over de hoge Roelandspas mogen, die is nog afgesloten vanwege sneeuw. Iedereen moet de alternatieve route lopen naar Roncevalles, die gaat niet naar 1450 meter maar naar 1040 meter. Jammer maar het is niets anders, ze lieten foto’s zien van reddingsacties van eigenwijze pelgrims. Het is maar goed denk ik, dat hier opgelet wordt. Als er op de route nog andere gevaren zijn wordt dat telkens bij het afstempelen van het pelgrimspaspoort vermeld, goed geregeld. Waar de kruizen met pen door zijn gezet mag je dus niet lopen.


Ook heb ik me ingeschreven in het pegrimsboek, om daarin eeuwig te blijven staan (ze gaan het archief in). Daarnaast hingen statistieken van het aantal pelgrims die de afgelopen jaren de route hebben uitgelopen, en dat verdeeld per land van afkomst. In 2017 waren er pelgrims uit 109 verschillende landen. Totaal hebben in 2017, 57295 pelgrims gelopen waarvan 1186 uit Nederland. Wat heb je eraan? Ach leuk om te weten.


Daarna ben ik eerst Saint Jean Pied de Port gaan verkennen. Nog even een foto van het station gemaakt,wat ik gisteren vergeten was. Bij de Lidl wat broodjes en kaas gekocht voor de lunch en toen toch gaan inlopen.



Welke route dan vandaag? Even langs de “vvv” geweest en een wandeling gedownload. Maar die toch niet gaan lopen. Ik dacht als ik nu de echte route ga lopen is dat leuker, maar niet naar de sneeuw. Ik ben de berg ca 700 meter over 7 km opgelopen naar refuge auberge d’Orisson. Af en toe redelijk steile stukken, maar het was te doen. Daarna weer 7 km terug naar beneden naar Saint Jean Pied de Port. Het was gewoon warm, jas uit en zweten.



En de route is echt fermé.






Het uitzicht boven was mooi.


Terug in Saint Jean luiden net de klokken van de kerk voor het begin van de “passion”, een alternatieve kruisweg uitgevoerd door scholieren van 13-14 jaar. Voor de kenners, alle staties van de kruisweg werden uitgebeeld, waarbij het verhaal van de kruisiging werd verteld. Op zich mooi om dat mee te maken en een half uur rust op de kerkbank.

Morgen mijn tweede en laatste inloopdag en dan, go.



Dag 1/ 29-03-2018; reis van Nieuwegein naar

Saint Jean Pied de Port

Zo, na al het ingepak, regelen van...., laatste werkdag van Adie, dan nu eindelijk op pad naar de start. 43 dagen onderweg om het pelgrimspad naar Santiago de Compostella te lopen. 800 km.Voor Adie een andere tijd aangebroken, ik weg en zij ook pensionado vanaf vandaag, dat is dubbel wennen. Gelukkig hebben we telefoon, whats app en Face Time, en gaat ze samen met haar zus Mieke en onze vrienden Jan en Jannie 23 april voor 12 dagen naar Spanje, een rondreis door noord Spanje waarbij we elkaar in de omgeving van Leon een avond hopen te ontmoeten. Woensdagavond voor vertrek nog wat volk op visite, leuke berichtjes en kaarten gehad, erg leuk.

Van mijn spaanse Juf (ik ben echt een half jaar op Spaanse les geweest) ontving ik een lied waarvan ik in ieder geval het refrein goed uit mijn hoofd heb geleerd.

Een lied over het leven van Marc Anthony Lyrics, "Vivir Mi Vida" vertaalt als "Leef mijn leven". Het refrein is als volgt:

Voy a reir, voy a bailar

Ik ga lachen , ik ga dansen

Vivir mi Vida la la la la

Leef mijn leven

Voy a reir, voy a gozar

Ik ga lachen, ik ga genieten

Vivir mi vida la la la la (2x)

Leef mijn leven la la la la (2x)

Dit is echt een motto, en zal ik vaak hardop zingen op mijn tocht.

Daarnaast heb ik ook nog een scriptie gelezen van Tonny de Groot, een oud bestuurslid van Adie bij de KBO. Zij heeft de docenten opleiding voor “ trance dance” gedaan, en daarnaast heeft ze een gedeelte van de Camino gelopen maar later de hele weg gefietst. Zij heeft onderzocht of de pelgrim ook een danser is, of dat de danser ook een pelgrim is. Ondanks dat zij overeenkomsten heeft gevonden geeft zij in de eindconclusie aan dat het niet zo is. Misschien geef ik haar met dit lied weer vastigheid en een ander inzicht.


Maar vandaag vroeg opstaan spullen in de auto, weggebracht door Adie naar Utrecht Centraal (en wie staan in alle vroegte op het station?

Jan en Jannie om mij uit te zwaaien, tof) waar ik om 7:45 uur de trein naar Rotterdam heb genomen.  Om 8:55 uur ben ik met de Thalys naar Parijs gegaan, vandaar met de TGV naar Bayonne. Dat van gare du Nord naar gare Montparnasse ging niet perfect. Ik had tijd zat dacht ik, niet wetende dat de metrolijn die ik moest hebben niet kon stoppen bij gare du Nord, en ik eerst naar buiten moest, lopend (ca 400 M) naar gare du Est waar ik wel op de juiste metro kon stappen. Lange einden lopen in de metro stations. Ik was net 2 minuten in de TGV en toen reed die stipt op tijd weg.



En bij Bayonne aangekomen, bleek dat de rails van de trein naar St, Jean Pied de Port vernieuwd wordt en dan staat er een bus klaar die op de treintijd vertrok, maar er niet 1 uur over doet maar 1 3/4 uur. En in de bus ca. 30 pelgrims en twee lokalen. Maar ik ben er en nu eerst genieten van alle heisa bij het begin. Het wemelt hier van pelgrims, vanuit vele windstreken.

Maar helblauwe lucht voor het station.



En nu in Saint Jean Pied de Port, een mie stadje met een citadel. Dat ga ik morgen maar eens bekijken. Wel vanavond terugkomend van het eten vast twee foto’s gemaakt.


Links de brug, met daarboven de maan, waarover de Camino zondag start nadat je onde de poort op de rechter foto bent gelopen. Mijn overnachting plek ligt op deze zelfde weg maar dan 200 meter redelijk steil omhoog. Hieronder dan ook het uitzicht vanuit mijn kamer.


Morgen is het de vrijdag voor Pasen, de goede vrijdag. Op die dag zal het hier wel anders zijn, omdat dit toch een katholieke “rouwdag” is. Ben benieuwd maar dat schrijf ik morgen.

Programma Camino de Santiago Chris

De heenreis

Per trein van Utrecht 29 maart 8:00 uur naar Rotterdam, met de Thalys naar Parijs, even overstappen met de metro en dan met de TGV naar Bayonne. En dan nog even met de plaatselijke trein naar Saint Jean Pied de Port waar ik om ca 19:00 uur aankom. Dan twee dagen in Sant jean Pied de Port voor het inlopen, en dan de eerste etappe.




Ik vlieg met vlucht VY8387 van Vueling terug op 10 mei 2018. 

Vertrek om 7:00 uur en aankomst op Schiphol om 9:25 uur.

En bijzonder maar waar, in hetzelfde vliegtuig zitten ook Ellen, Hans, Sebastiaan en Susanne, leuk toch!!!!